De metamorfose van de Tricolores

Ze konden er niets van, vonden pers en publiek van de Franse rugbyers. En toen wonnen ze van Engeland en sloeg de stemming om. De finale lonkt.

„Eindelijk! Frankrijk heeft zijn rugby teruggevonden!”, twitterde een enthousiaste PS-politicus Manuel Valls afgelopen zaterdag, toen Maxime Médard na een schitterende schijnbeweging met de tweede try van het duel Frankrijk op een 16-0 voorsprong tegen Engeland had gebracht. Op hetzelfde moment maakte mijn buurvrouw op haar terras een vreugdedansje, glas witte wijn al in de hand. Frankrijk vierde afgelopen weekend met de uitschakeling van Engeland (19-12) in de kwartfinale een hoogst onverwacht rugbyfeest en hoopt dat morgenochtend in de halve finale tegen Wales te herhalen.

De aanloop naar de knock-outfase was anders niet zo best geweest. Het begon nog redelijk met ietwat ongeïnspireerde zeges tegen Japan en Canada, daarna werd Frankrijk door thuisland Nieuw-Zeeland hard met de neus op de feiten gedrukt: 37-17 voor de All Blacks. Dat Frankrijk niet echt titelaspiraties hoefde te koesteren, was veel fans tijdens de kwalificatiereeks al duidelijk geworden, maar zo weggespeeld worden was een pijnlijke ervaring voor Frankrijk, de enige niet-Engelstalige rugbygrootmacht in de wereld.

En toen moest het ergste nog komen, een bijzonder pijnlijke nederlaag (19-14) tegen Tonga, een eilandengroep uit de South Pacific met 105.916 inwoners. Een landje waarvan de beste spelers uitkomen in de Franse amateurcompetities had de vijftien profs van Frankrijk belachelijk gemaakt. Alleen dankzij een try in blessuretijd en een sportieve geste van Nieuw-Zeeland, dat na de Franse nederlaag niet opzettelijk verloor van Canada, hoefden Les Bleus na de groepsfase hun koffers nog niet te pakken. Met het schaamrood op de kaken en onder gefluit en boegeroep van de eigen fans verlieten de Fransen het veld in Wellington. Tv-journaals brachten interviews met beschaamde en woedende fans: hadden zij hiervoor een dure reis naar de andere kant van de wereld geboekt?

De Franse coach Marc Lièvremont beleefde niet bepaald zijn fijnste moment. Hij lag in Frankrijk al onder vuur lag omdat hij een sterke sterspeler als Sebastien Chabal (de bebaarde reus van 120 kilo met als bijnaam ‘Het Beest’) had thuisgelaten, officieel omdat hij een verjonging van de selectie wilde doorvoeren. En nu kreeg hij zijn ‘verjongde’ elftal niet aan de praat. Letterlijk, want de spelers lieten collectief verstek gaan voor een praatsessie met de groep onder leiding van de trainer, terwijl Lièvremont nog wel drie pullen bier had laten aanrukken. Maar zelfs dat kon de spelers niet verleiden tot de door de coach verlangde introspectie.

De Franse pers hakte ongenadig in op de futloze spelersgroep. Het leken verdorie wel voetballers, schreef sportkrant L’Equipe, en dat is zowat het ergste verwijt dat je een rugbyspeler kan maken. Zij zien zichzelf graag als echte, stoere mannen die tegen een stootje kunnen, kerels die voor elkaar door het vuur gaan, die nog plezier beleven aan het spel en achteraf in de kantine een paar biertjes nuttigen, samen met de fans én de tegenstanders. Maar zeker in Frankrijk zijn rugbyspelers de afgelopen jaren ook steeds meer ‘gewone’ vedettes geworden, die veel geld verdienen (gemiddeld 13.500 euro netto per maand in de topcompetitie) en bijklussen met reclame (soms zelfs voor cosmetica!) en andere mediaoptredens. De Franse hoofdklasse is voor het rugby wat de Engelse Premier League is voor het voetbal: het goedbetaalde schouwtoneel voor de beste spelers van over de hele wereld, waardoor lokale talenten steeds moeilijker aan een basisplaats komen. Misschien is dat ook wel een van de redenen voor het mindere spel van de Fransen, opperden analisten.

En toen veranderde alles, in 80 minuten op een Franse zaterdagochtend. Tegen Engeland stond er plots weer een team, dat frivool aanvalsspel koppelde aan een strakke verdediging. Dat het daarbij ook werd geholpen door weinig geïnspireerde Engelsen, werd slechts door een enkeling opgemerkt. Analisten haalden de grote woorden uit de kast: renaissance, wederopstanding, metamorfose. Iedereen blij, niet in het minst coach Lièvremont, die voor het eerst sinds de aankomst in Nieuw-Zeeland een glimlach op de lippen toverde. Hoe had hij dit voor elkaar gekregen? Niet, antwoordde hij tactisch, dit was volledig de verdienste van de spelers.

Voor de wedstrijd van tegen Wales, dat in een sterk kwartfinaleduel Ierland uitschakelde, handhaaft Lièvremont morgen zijn winnende team, terwijl hij bekend staat als een coach die graag veel wisselt. Maar het spel tegen Engeland bekoorde de Fransen zo, dat Lièvremont deze keer geen veranderingen doorvoert.

En toch waagt hij ook deze keer een gokje, met opnieuw het jonge lichtgewicht Morgan Parra (22 jaar, 80 kilo) als fly half, volgens Nieuw-Zeelandse spelers net een van de redenen waarom het voor hen tegen Frankrijk zo gemakkelijk ging.

Lièvremont trekt zich van die kritiek niets aan, hij vond de opmerkingen van de All Blacks zelfs een beetje lachwekkend. „Morgan is slim, en verdedigend sterk. Hij leest het spel fantastisch goed”, aldus Lièvremont.

De Franse rugbycoach hoopt dat de speler ook als fly half weer gaat scoren, en dan zit er voor Frankrijk misschien zelfs een finale in. Maar de Tricolores staan toch maar mooi in de halve finale van het WK. En dat is meer dan ze vorige week rond deze tijd hadden durven hopen. Frankrijk vond net op tijd zijn rugby terug. Afwachten of het dat niveau morgen kan vasthouden.