De kinderen met kanker zullen erbij gebaat zijn

Er komt één ziekenhuis voor kinderen met kanker. De totstandkoming ervan gaat niet zonder slag of stoot. De verzekeraars hebben daarbij een belangrijke rol.

Al jaren willen kinderoncologen één kinderkankercentrum. Ook ouders van kinderen met kanker willen dat graag. Gisteren werd bekend dat zo’n centrum er ook echt komt: in 2015 wordt het Nationaal Kinderoncologisch Centrum Nederland geopend in Utrecht, in een nieuw te bouwen ziekenhuis. Het is voor het eerst dat artsen zo de krachten bundelen voor verbetering van de zorg. Andere medische disciplines, die ook meer samen moeten doen om hun kennis en ervaring te vergroten, zullen dit voorbeeld met belangstelling bekijken.

Een kleine 600 minderjarige patiënten lijden jaarlijks aan een vorm van kanker; de hierin gespecialiseerde artsen kunnen in hun ziekenhuis vaak weinig ervaring opdoen met complexe ingrepen.

Een groot aantal artsen vindt het daarom logisch om de kinderkankerzorg uit de academische ziekenhuizen in één centrum onder te brengen. Hun bazen, de bestuurders van de academische ziekenhuizen, wilden dat niet. Kinderoncologie is voor hen een speerpunt. Zij ontlenen er status aan en wilden die zorg niet afstaan. Uiteindelijk hebben ze zich teruggetrokken uit de strijd.

Het leek er eerst op dat het kinderkankercentrum bij het (niet-academische) Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis zou worden gebouwd. De Amsterdamse academische ziekenhuizen (AMC en VUMC) staken hier een stokje voor: zij konden of wilden de noodzakelijke ondersteuning van kindergeneeskundige zorg niet bieden. Er is voor Utrecht gekozen omdat daar een academisch ziekenhuis staat met een kinderziekenhuis erbij.

De initiatiefnemers van het centrum zijn de Vereniging voor Ouders van Kinderen met Kanker en de Stichting Kinderoncologie Nederland. Hun streven is de overlevingskansen van kinderen te verhogen van 75 tot 90 procent. Dat zou jaarlijks ongeveer tachtig tot negentig levens redden. De familieleden zullen verder moeten reizen, maar dat accepteren de meesten, als hun kind daarbij is gebaat, zegt de oudervereniging. Het nieuwe kankercentrum, dat naast het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis komt, wordt zo ingericht dat familieleden er lange tijd kunnen doorbrengen.

Hanneke de Ridder van de Stichting Kinderoncologie verwacht dat één kinderkankercentrum op den duur kosten zal besparen. Maar het motief voor het plan is volgens haar verbetering van zorg. Steeds meer artsen vinden dat zij bepaalde handelingen een minimum aantal keer moeten herhalen om die goed te kunnen.

De artsen die nu kinderkanker behandelen op verschillende plekken in het land, moeten besluiten of ze in Utrecht willen werken. Velen zullen langer moeten reizen of verhuizen. Het gaat hierbij overigens niet alleen om kinderoncologen, maar ook om andere specialisten. Kinderen met kanker kunnen bijvoorbeeld problemen met hun hart krijgen waarvoor een kindercardioloog geraadpleegd moet kunnen worden. Ook moet er een hoogwaardige intensive care voor kinderen beschikbaar zijn. In het nieuwe kankercentrum zijn duizend banen te vergeven, van medisch specialisten tot verpleegkundigen.

De kinderoncologische zorg zal in de academische ziekenhuizen waarschijnlijk verminderen. Zorgverzekeraars laten weten dat ze zorg zullen inkopen bij het nieuwe kankercentrum. Het is een voorbeeld van hoe het nieuwe zorgstelsel volgens het kabinet moet werken: zorgverzekeraars kopen alleen nog zorg in bij ziekenhuizen met de beste kwaliteit en prijs.

De academische ziekenhuizen zijn tegen de concentratie van zorg in één ziekenhuis, omdat gebrek aan concurrentie de zorg niet zou verbeteren, zo zeggen ze. Zij hebben daarom altijd meerdere kinderoncologische centra bepleit. De academische ziekenhuizen zijn de strijd nu aan het verliezen. De invloed van de zorgverzekeraars is cruciaal: nu de zorgverzekeraars de kankerzorg van het nieuwe centrum verkiezen boven die van de academische ziekenhuizen, lijkt daarmee het pleit beslecht.