De feniks van de Lage Landen

Vijf eeuwen geleden werd Hadrianus Junius (1511-1575) geboren. Hij scheef Batavia, aardrijkskundeboek, VVV-folder en visie op onze lompe mentaliteit en soberheid ineen

Hadrianus Junius (1511-1575)

Nico de Glas: Holland is een eiland. De Batavia van Hadrianus Junius (1511-1575). Verloren, 512 blz. € 45,-

Dirk van Miert: Hadrianus Junius (1511-1575). Een humanist uit Hoorn. Publicatiestichting Bas Baltus, 160 blz. € 20,-

Dirk van Miert (red.): The Kaleidoscopic Scholarship of Hadrianus Junius (1511- 1575). Northern Humanism at the Dawn of the Dutch Golden Age. Brill, 320 blz. € 99,-

Anders dan over zijn Hoornse stadgenoot Jan Pietersz. Coen zal wel nooit een controverse ontstaan over Adriaan de Jonghe. Op kwalijke streken of politiek incorrect gedrag valt hij niet te betrappen en niemand zal zijn standbeeld omver halen. Waarom hem dan toch herdenken, een half millennium na zijn geboorte? Waarom maar liefst drie boeken aan hem wijden, enkele artikelen en een symposium?

Adriaan de Jonghe, die zijn naam in de traditie van zijn humanistische collega’s verlatiniseerde tot Hadrianus Junius, behoorde in het midden van de 16de eeuw tot de meest erudiete mannen van het land. Een talenwonder, een gerespecteerd filoloog, classicus, historicus en ook nog arts. Aandacht voor hem is terecht omdat hij de brug vormde tussen enerzijds de veel bekendere vaderlandse humanist Erasmus en de om zijn liefdesgedichten befaamde Janus Secundus en anderzijds de generatie geleerden die de jonge universiteit van Leiden kwam bevolken.

De recente aandacht voor hem en zijn milieu maakt die opmars tot de wondertijd van de Gouden Eeuw inzichtelijker. Aandacht voor Junius is bovendien terecht omdat zijn Batavia een interessant boek is, een geleerde lofzang op de drassige lap grond waar wij wonen en waar we na zo’n 450 jaar nog steeds elementen van kunnen herkennen. Het is nu vertaald in kraakhelder, elegant Nederlands.

Junius’ milieu was helemaal in orde: zijn vader was vermogend, geletterd, burgemeester van Hoorn en diplomaat. Hijzelf doorliep de Latijnse school in Haarlem, studeerde in Leuven, promoveerde in Bologna in de medicijnen, en woonde en werkte als huisleraar en lijfarts in Parijs en Londen. Lang was hij in Haarlem actief als stadsarts, een functie die hij later in Middelburg bekleedde.

Geleerdennetwerk

Junius, die op school al de bijnaam Foenix kreeg, reisde veel door Europa, maakte onderdeel uit van het internationale geleerdennetwerk en verwierf roem door een aantal edities van en commentaren op klassieke auteurs, een emblematabundel, een boek met spreekwoorden, een studie over de stinkzwam en enkele veel geraadpleegde lexicografische werken – alle in het Latijn.

In 1566 kreeg hij de opdracht van de Staten van Holland om de geschiedenis van het gewest te schrijven. Daar stak een politiek doel achter; het boek moest een wervende tekst worden, een legitimering op historische gronden van een zekere zelfstandigheid van het gewest – dit in het licht van de centralistische politiek van het Habsburgse Rijk. Niet dat Junius tot de opstandelingen behoorde. Hij liet zich nauwelijks uit over politiek en hij bleef katholiek. Toen hij zijn Batavia schreef, was de opstand tegen Spanje bovendien nog maar nauwelijks begonnen. Wel is dit boek later een kernwerk geworden van de Bataafse Mythe, waarin alle karaktereigenschappen van dit dappere, zelfstandige volkje in geconcentreerd waren.

De opzet van het boek volgt een vast stramien. Eerst komen de vroegste geschiedenis, de naamgeving en geografie aan bod. Dan volgen de middelen van bestaan, de zeden en gewoonten, de belangrijkste steden, de verschillende kastelen en kloosters. Daarna behandelt Junius nog een heel hoofdstuk over de historische verhouding van de Hollanders tot andere Europese volkeren. In feite was dit nog maar de opmaat tot twee delen, maar daar is Junius nooit aan toe gekomen.

Zijn heldere taal is een mengsel van een met feiten overladen aardrijkskundeboek en een gepolijste brochure van overheid en VVV om toch vooral in Holland te komen wonen, te recreëren of te investeren. Junius was volledig doordrenkt van de klassieke auteurs. Hij schreef humanistenproza in het kwadraat, en dat staat bol van verwijzingen naar en citaten uit de klassieke oudheid. Die vormden de hoofdingrediënten van zijn denken. Daar mat hij alles aan af. Zijn literatuurlijst telt zo’n 180 namen van klassieke auteurs. Of hij het nu heeft over dijken, koeien of konijnen, er komt altijd een Griek of een Romein aan te pas. Dankzij de grote hoeveelheden geproduceerde melk, kaas en boter stroomt het geld ‘als uit een rijke Hoorn van Amalthea’ naar Holland toe, de haring behoort tot wat Aristoteles ‘de zwermdieren’ noemt en Delft is dankzij het bier beroemder dan Delphi, waar men geloofde in orakelpraat.

Nationale identiteit

Wie nu door het groene hart van Holland reist, of in Noord-Holland in gedachten de polders weer tot meren wekt, kan nog altijd meereizen met Hadrianus Junius. En ook bij al het gepraat over een nationale identiteit herkennen we zaken. Positief en negatief. Goed, we zijn bot en lomp (stupidus et crassus), maar we weten ook van aanpakken, we zijn listig in de handel, vernuftig in de landbouw, betrouwbaar in alle opzichten. We zijn ook kosmopolitisch en reizen de hele wereld af. En niet te vergeten: de strijd tegen het water, onze sobere inborst, het poetsen en boenen van vloeren, ramen, muren, potten en pannen strekte ons tot eer.

De kenmerkende soberheid wordt doorgaans toegeschreven aan de invloed van het calvinisme, maar uit deze tekst en enkele teksten van voorgangers blijkt dat de Hollanders deze eigenschappen al bezaten voor Calvijn hier vaste voet aan de grond kreeg. Daarover valt te lezen in de door Dirk van Miert samengestelde essaybundel waarin voor de specialist een aantal historische en filologische aspecten van Junius en zijn humanistenwereld wordt uitgediept. Dezelfde Junius-kenner schreef een zeer leesbare en royaal geïllustreerde biografische schets, waarin hij deze enigszins verstofte boekenman nieuw leven inblaast.

De Batavia van Hadrianus Junius verscheen postuum in 1588. Dit talenwonder is nu weer van stof ontdaan. Het boek laat ons kijken naar een land dat op vele plaatsen nog herkenbaar is. Wie Junius wil eren, moet hem lezen of op zijn minst een bezoek brengen aan zijn standbeeld aan de noordzijde van Haarlem (Oudeweg 32). Zelf beschreef hij een degelijke plek ooit als een ‘ideale verblijfplaats voor de Muzen’. Nu is het een industrieterrein. Hij staat er met zijn Batavia in de hand.

    • Roelof van Gelder