Cumhachd niuclach? Cna ghabh idir

Dirk Banning (red): Radiating Posters. A Collection of Posters from the Global Movement against Nuclear Power. Wise & Laka Foundation, 189 blz. € 20,–

De maatschappelijke protestbeweging is niet meer zo internationaal. Soms lijkt het erop dat alleen het kapitaal de fakkel van het kosmopolitisme nog met verve draagt, terwijl de oude arbeid zich steeds meer achter nationale grenzen probeert te verschansen.

Deze trend is natuurlijk niet nieuw. De ‘proletariërs aller landen’ verenigen zich al sinds het begin van de Eerste Wereldoorlog amper. De vredesbeweging is gaan kwakkelen aan het einde van de Koude Oorlog toen haar leuze ‘kruisraketten nee’ was afgehandeld door de Amerikaanse president Reagan en Sovjetpartijleider Gorbatsjov. Antiglobalisten beleefden hun hoogtepunt in 1999 in Seattle. De trotskistische Wereldpartij heeft haar mondiale website (fourthinternational.org) begin juni 2010 voor het laatst ververst. Ook de anti-islamitische Internationale van Wilders cs. staat tien jaar na 9/11 nog in de kinderschoenen.

Er is één internationale nog wel alive and kicking: de anti-kernenergiebeweging. Het beeld dat haar internationale karakter symboliseert is het affiche met het lachende rode zonnetje plus de tekst ‘kernenergie, nee bedankt’. Het is zo ongeveer in alle talen gedrukt en geplakt. Van ‘Cumhachd niuclach? Cna ghabh idir’ tot ‘Atomnaja energija? Spasibo, ne nado’. Alleen de Chinese variant ontbreekt in het recent verschenen album Radiating Posters, waarin affiches van de anti-kernenergiebeweging uit de afgelopen decennia en op nagenoeg alle continenten zijn verzameld.

Internationale beeldvorming

Het zonnetje is het bekendste icoon, maar niet het enige beeld dat de afgelopen veertig jaar over de grenzen ging. Radiating Posters biedt meer voorbeelden van internationale beeldvorming. De spotprent van een timmerman die de laatste spijker in doodskisten hamert – ‘met kernenergie werk in eigen streek’ – is in vele talen verspreid. Andere posters illustreren eveneens dat de anti-kernenergiebeweging vaak werkt met een iconografie die, net als de fall out van Tsjernobyl en Fukushima, grensoverschrijdend is.

Leuk om te weten, maar niet opzienbarend. Copy-paste is van alle tijden. Interessanter is dat het album Radiating Posters ook laat zien dat de bij uitstek kosmopolitische anti-kernenergiebeweging ook nationale trekjes heeft. Achter de façade van internationalisme blijken de grafische vormgevers toch steeds terug te vallen op nationale humor en iconen uit het verleden. Regelmatig citeren de posters beelden of teksten die stammen uit het interbellum of verwijzen ze naar kunsttradities die nationaal zijn verankerd.

Een Canadese poster uit 2009 is als een boksaffiche uit de jaren dertig. Een Fins affiche uit 1987 doet denken aan het werk van Käthe Kollwitz (1887-1945) of Egon Schiele (1890-1918). Een Amerikaanse poster uit 1980 lijkt van de in New York residerende Japanner On Kawara (1933), die van jaartallen en cijfers zijn handelsmerk heeft gemaakt. Een ander affiche kopieert Roy Lichtenstein (1923- 1997).

Arcadische bloesem

Maar het treffendst is de kracht van de nationale continuïteit zichtbaar in het Japanse, Franse, Russisch/Oekraïense en Duitse propagandamateriaal. De zachtere Japanse posters roepen nostalgische beelden van arcadische bloesem op. De harde affiches verwijzen naar de bureaucratische staatsrepressie die Japan zo eigen is. In het Franse taalgebied neigen kunstenaars naar stripvormen à la Astérix of Tintin (Kuifje).

De Oekraïense posters, die door de ramp in Tsjernobyl van 1986 uit de aard der zaak meer lading hebben dan de apocalyptische vermaningen elders in Europa, zijn sprookjesachtig of doen denken aan de donkere sovjetkunst tijdens Leonid Brezjnev. Sommige Russische ‘plakkaten’ daarentegen zijn schatplichtig aan het suprematisme van de jaren twintig (Malevitsj) dan wel aan de dorre oekazetaal van het ‘reëel bestaande communisme’ in de jaren zestig en zeventig.

Maar Duitsland spant de kroon als het gaat om poster-heemkunst. John Heartfield (1891-1968), ontwerper van talloze posters tegen Hitler, leeft voort in het werk van de graficus Klaus Staeck (1938) en anderen die zich bijvoorbeeld de typografie van boulevardkrant Bild hebben toegeëigend. Deze ontwerpers spiegelen zich heel vaak aan de Weimar Republiek, met het soort Duitse humor dat alleen te pruimen is voor kijkers die oog hebben voor tierischen Ernst. Zo bevat Radiating Posters een affiche tegen afvaltransporten in maoïstische stijl met de leninistische tekst ‘weest paraat’. Dat is een knipoog naar het ‘socialistisch realisme’ ten tijde van het stalinisme in Rusland en China. Maar je moet het weten om er om te kunnen grinniken.

Afgaande op Radiating Posters is Nederland een uitzondering. Met een beetje goede wil zijn de letters van Sandberg soms te herkennen. Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan resoneren echter niet. Maar geen paniek. De Lage Landen spreken wel hun woordje mee. De Toren van Babel van Pieter Brueghel is in veel talen en landen hét symbool om de nucleaire apocalyps te verbeelden.