'Bontekoe weet exact wat hij wil'

De literaire liefdesverklaring van deze week: SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan over De scheepjongens van Bontekoe.

‘Ik heb De scheepsjongens van Bontekoe van Johan Fabricius als jongen gekregen van mijn grootouders. Door de ogen van drie scheepsjongens op hun eerste, rampzalige reis naar Nederlands-Indië wordt in een prachtige sfeer en stijl beschreven hoe Nederland de wereld veroverde. Toen ik het las had ik al enig benul van de VOC omdat het vak vaderlandse geschiedenis samen met rekenen, taal en aardrijkskunde behoorde tot de vier vakken van het toelatingsexamen voor de middelbare school.

„De schipper van de jongens is een geweldige, inspirerende leider. Hij weet precies wat hij wil, aarzelt geen seconde en is een rots in de branding. Hij wordt door zijn mannen op handen gedragen; de scheepsjongens zijn enorm aan hem gehecht. Bontekoe is een voorbeeld van wie we heden ten dage nog veel kunnen leren. Hij schept duidelijkheid en gebruikt zijn formele macht eigenlijk nooit.

„Fabricius voert ook nog een andere schipper op, Bruinvis, en met hem toont de schrijver heel knap een andere stijl van leiderschap. Bruinvis is ook een goede vakman, maar kan alleen de wind er onder houden met behulp van het recht van de schipper om lijfstraffen uit te delen. Hij waarschuwt dikwijls: ‘Denk er om, juffer Driestreng ligt altijd klaar!’ Bontekoe heeft dat helemaal niet nodig. Door zijn wijsheid, ervaring en karakter heeft hij zoveel gezag dat hij geen beroep hoeft te doen op de machtsroute. Waarachtig leiderschap berust op gezag en niet op macht. Het is een van de vele redenen dat dit boek een permanente charme heeft: de stereotypen van Fabricius hebben een tijdloze betekenis.

„Fabricius bouwt ook heel treffend iets in over de spanning tussen arbeid en kapitaal. Er is een koopman aan boord, koopman Rol, een vertegenwoordiger van het kapitaal. Er is een zin die mij altijd is bijgebleven, als de koopman een beetje zenuwachtig is: ‘Hij wreef zich in de bleke handen.’ Dan zie je al direct: dat is geen prettige man. Die bleekheid steekt mooi af bij de zeelieden met hun gebruinde koppen en armen. Er zijn een paar momenten in het verhaal dat die koopman gaat zeuren over het kapitaal dat verloren dreigt te gaan en de te bedienen zakelijke belangen. Bontekoe maakt duidelijk dat dat uiteindelijk niet zijn allereerste zorg en verantwoordelijkheid is. Hij is er voor de behouden aankomst van de bemanningsleden. Dus hij kiest vóór de arbeid en als het niet anders kan, tégen het kapitaal. Zelfs voor die dimensie is in het boek ruimte. Je wordt als jongen op een geheel niet drammerige of dogmatische manier voorbereid op die traditionele sociaal-economische spanning.

„En dan de scheepsjongens zelf. Scheepsjongen Hajo is de vleesgeworden vooruitgang. Hij is van eenvoudige komaf, deugt nergens voor en zijn vader is overleden. Maar hij gaat naar zee, een kansrijke omgeving waarin je zonder belemmerd te worden door wat mensen al over je weten, je positie opnieuw kunt innemen – jezelf kunt herdefiniëren. Hajo benut die kans en wordt uiteindelijk door Bontekoe en Bruinvis aanbevolen als stuurman. Hij gaat als jongen weg, maar komt als man terug, natuurlijk nog steeds dol op zijn moeder.

„Het boek toont een tijd waarin de dood dichter bij het leven stond dan nu. Het was een hele gevaarlijke reis. Matrozen overleden aan scheurbuik. Als lezer denk je nu: had toch een citroentje meegenomen! Het boek doet je als jongen de wereld anders beleven en creëert het bewustzijn dat er grote vragen aankomen. Als ik het herlees zie ik dat het verhaal niets van zijn charme heeft verloren. Het is een classic in elke zin van het woord. Hoeveel boeken die in 1924 verschenen lezen we nu nog? Als je Kruimeltje herleest, lees je het met sentiment; dit herlees je met emotie.”

Johan Fabricius: De scheepsjongens van Bontekoe.Leopold, 476 blz. €15,-.

    • Toine Donk