Bevallen in steeds minder ziekenhuizen

Het aantal ziekenhuizen waar vrouwen kunnen bevallen is tussen 1999 en 2010 met 20 procent afgenomen. De 91 ziekenhuizen die zijn overgebleven, doen meer bevallingen. In 1999 begeleidde een ziekenhuis gemiddeld 1.011 bevallingen per jaar, elf jaar later waren dat er 1.425. Zo is het in Hilversum, Oss, Vlissingen en Zeist niet meer mogelijk in het ziekenhuis te bevallen. In Meppel wordt de afdeling verloskunde van het Diaconessenhuis met sluiting bedreigd.

„Terwijl we discussiëren over de wenselijkheid van verdere concentratie van zorg vindt die geleidelijk vanzelf plaats’’, zegt hoogleraar verloskunde Ari Franx van het UMCU vandaag in zijn oratie in Utrecht. Franx maakte een analyse van gegevens van de Stichting Perinatale Registratie Nederland. De concentratie van de verloskundige zorg in ziekenhuizen is omstreden, zegt hij in zijn rede.

Voor een veilige verloskundige zorg is 7 dagen in de week 24 uur per dag deskundig personeel nodig. Dat betekent beschikbaarheid van gynaecologen, verloskundigen, anesthesisten en verplegers, ook buiten kantoortijden. Als die zorg in een beperkt aantal ziekenhuizen geboden wordt, is dat goedkoper. Maar of concentratie echt gaat bijdragen aan een duidelijke vermindering van de hoge babysterfte in Nederland is de vraag, zegt Franx.

Een omvangrijke Rotterdamse studie uit 2010 wees uit dat het aantal bevallingen in een ziekenhuis geen significant effect heeft op de kans op overlijden van de baby. Bovendien stelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg onlangs vast dat in grote ziekenhuizen ’s nachts minder mensen meer werk verrichten bij bevallingen, waardoor niet altijd aan de normen voor veilige zorg wordt voldaan. De bedrijfsvoering mag niet het enige argument zijn voor concentratie van de verloskundige zorg, waarschuwt Franx. Het moet om verbetering van de zorg gaan.