Amnesty: bewind in Libië moet martelen staken

Amnesty International heeft de nieuwe Libische autoriteiten opgeroepen niet langer gebruik te maken van martelpraktijken. Vooral mensen die ervan worden verdacht voor het bewind van de vroegere heerser Moammar Gaddafi te hebben gevochten of loyaal aan hem waren worden na hun aanhouding vaak geslagen en zelfs gemarteld, zegt de mensenrechtenorganisatie in een gisteren vrijgegeven rapport.

„We begrijpen dat de overgangsautoriteiten voor veel uitdagingen staan”, aldus Hassiba Hadj Sahroui van Amnesty. „Maar als ze nu niet duidelijk met het verleden breken, zullen ze in feite een boodschap afgeven dat het in het nieuwe Libië is toegestaan om gedetineerden zo te behandelen.”

Medewerkers van Amnesty bezochten in totaal elf gevangenissen in Tripoli en omgeving en de naburige plaats Zawiyah en spraken met 300 gevangenen. De onderzoekers troffen onder meer een houten stok, touw en een rubberslang aan waarmee gedetineerden konden worden gemarteld, bij voorbeeld door op de voetzolen te slaan. In één gevangenis hoorden ze zelf het geluid van zwiepende zwepen en schreeuwen uit een cel komen.

Bewakers kwamen er ook openlijk voor uit dat ze gedetineerden sloegen om bekentenissen af te dwingen. Een jongen van 17 jaar uit Tsjaad, die ervan werd beschuldigd een huurling van Gaddafi te zijn geweest en zich aan verkrachting te hebben schuldig gemaakt, vertelde dat hij zo hard was geslagen dat hij had besloten te bekennen.

Volgens Amnesty houden de voormalige opstandelingen die het nu voor het zeggen hebben zo’n 2.500 mensen gevangen in het westen van het land, de meesten zonder vorm van proces. Ruim een derde deel van hen zijn zwarte Afrikanen, die ervan worden verdacht als huurlingen voor Gaddafi te hebben gewerkt. Sommigen kwamen overigens vrij, toen er geen bewijs tegen hen bleek te zijn.

Onder het lange bewind van kolonel Gaddafi, die zelf nog voortvluchtig is, waren martelpraktijken schering en inslag.

Zegslieden van de Nationale Overgangsraad zeiden in reactie op het rapport van Amnesty International dat voorzitter Mustafa Abdel Jalil steeds heeft gezegd dat mishandeling van gevangenen niet getolereerd zal worden en dat beschuldigingen van deze aard altijd moeten worden onderzocht. (AP, Reuters, BBC)