Verruimde EFSF-kas is al snel weer leeg

Als het Slowaakse parlement morgen instemt, kan het Europese noodfonds EFSF eindelijk 440 miljard euro uitlenen. Volgens economen is dat veel te weinig om de crisis te bezweren.

In een democratie kost het nu eenmaal tijd voor een besluit genomen is. Daar heeft de hele wereld begrip voor. Dat was drie maanden lang de boodschap van Europese leiders. De eurozone reageert niet traag op de staatsschuldencrisis, ze reageert op haar eigen manier.

Op de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds in september vond madame managing director Christine Lagarde het nodig om de oorsprong van democratie uit te leggen. „Het komt uit het Grieks en betekent de macht van het volk”, aldus Lagarde. De verzamelde financiële pers negeerde het lesje etymologie en stopte met meeschrijven.

Hoe machtig het volk is, bleek de afgelopen maanden. In juni kondigde Klaus Regling aan dat de slagkracht van het noodfonds EFSF vergroot moest worden om effectief te blijven. Waarschijnlijk zal het Slowaakse parlement, na een politieke crisis, morgen als laatste de ophoging goedkeuren. Het besluit moest unaniem door de zeventien parlementen van de eurozone goedgekeurd worden. Het heeft dan vier maanden en één regering gekost om eurolanden in totaal niet voor 440 miljard maar 780 miljard euro garant te laten staan voor het EFSF. Als gevolg kan het noodfonds straks niet 250 miljard naar 440 miljard uitlenen. Het verschil tussen de garanties en de leencapaciteit komt door de buffers die het EFSF aan wil houden om financieel gezond te blijven.

En nu opnieuw, zeggen economen en analisten. Het noodfonds moet nog veel hoger. „Economisch gezien ontkomt je daar niet aan”, zegt Harald Benink, hoogleraar banken en financiering. „Je moet van 780 miljard euro naar 2.000 miljard. Als Italië zwaar in de problemen komt moet het fonds dat aankunnen.” Die redering is zeker niet nieuw. Al maanden zeggen economen dat een groter noodfonds een absolute noodzakelijkheid is om de crisis te bezweren. Het besluit het noodfonds te verhogen tot 780 miljard was in de ogen van de financiële markten al achterhaald toen het genomen werd.

In juni zei toenmalig president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink in Het Financieele Dagblad dat het noodfonds 1.500 miljard euro moest kunnen uitkeren als politici banken wilden verplichten bij te dragen aan een nieuwe Griekse redding. Toen werd 1.500 miljard als een bijna absurd hoog bedrag gezien. Nu vinden economen 2.000 miljard euro een acceptabel bedrag. Benink: „Hoe langer je wacht, hoe dieper de crisis, hoe hoger de kosten.”

Een rekensom laat zien dat de 440 miljard euro die het EFSF kan uitlenen snel op kan zijn als de crisis nóg een dramatische wending neemt. Het noodfonds draagt 17,7 miljard euro bij aan de noodsteun aan Ierland en leent 26 miljard aan Portugal. De eerste Griekse redding komt niet voor rekening van het EFSF, want die vond plaats vóór de oprichting van het noodfonds. Maar het EFSF zal wel fors moeten bijdragen aan de tweede redding van Griekenland. Volgens de afspraken die Europese leiders maakten op 21 juli krijgt Griekenland een tweede lening van 109 miljard euro. Het EFSF zal worden ingezet om het Europese deel te financieren. Dat komt neer op 72 miljard euro, als het IMF eenderde bekostigt en het EFSF tweederde voor haar rekening neemt. Als die verplichtingen worden meegerekend heeft het EFSF nog circa 325 miljard te besteden.

Op de top in juli besloten de regeringsleiders ook meer bevoegdheden toe te kennen aan het noodfonds. Het fonds moet zich gaan bemoeien met de Europese obligatiemarkt. Het is tot nu toe de Europese Centrale Bank geweest die de rust trachtte te bewaren door staatsobligaties van schuldenlanden op te kopen. In een anderhalf jaar tijd heeft de ECB 163 miljard euro aan Griekse, Ierse, Portugese, Spaanse en Italiaanse obligaties gekocht. Als het EFSF de komende maanden op dezelfde schaal moet interveniëren om de rentes die probleemlanden op hun staatsschuld betalen onder controle te houden, slaat dat snel een gat in de kas van het EFSF. Zeker als het fonds massaal Italiaanse en Spaanse obligaties moet kopen. Italië alleen al heeft voor ruim 1.800 miljard euro aan staatsschuld uitstaan.

Het noodfonds moet van de regeringsleiders ook leningen verstrekken om banken in problemen te steunen. Volgens het IMF hebben de grote Europese banken circa 200 miljard euro nodig. Daarmee kunnen ze hun balansen voldoende versterken, om verdere afwaardering van de Griekse staatsschuld op te vangen. Waarschijnlijk zullen overheden als eerste verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van kapitaal. Maar als zij die last niet kunnen dragen, kunnen ze aankloppen bij het EFSF.

Financiële markten zullen het alomvattende plan dat de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy op de G20 begin november hopen te presenteren pas geloofwaardig vinden als het noodfonds verhoogd wordt. De vraag is hoe. Simpelweg meer staatsgaranties afgeven ligt politiek gevoelig. Landen met aanzienlijke schulden, zoals Frankrijk, zetten hun kredietbeoordeling op het spel door meer risico te lopen op het EFSF. Weinig regeringsleiders zullen zin hebben om opnieuw aan hun parlement toestemming te vragen voor een verhoging. Slowakije laat zien dat riskant is.