Van wie zijn die data nu eigenlijk echt

NWO, de grootste financier van onderzoek, wordt eigenaar van de gegevens die het onderzoek oplevert. Sommige onderzoekers zijn warm voorstander, andere verklaard tegenstander.

Nederland/Nijmegen: 19/01/2005. Archeologie, in kaart brengen van Romeinse nederzettingen. Foto: Bert Beelen/ Hollandse Hoogte. Bert Beelen/Hollandse Hoogte

Het vergane Romeinse kamp bij Nijmegen geldt als de ‘oudste stad’ van Nederland. Archeologen hebben er veel opgravingen gedaan. Maar de schat aan onderzoeksgegevens van het Kops Plateau was decennia niet beschikbaar voor andere archeologen, vertelt archeoloog en data-expert Milco Wansleeben (Universtiteit Leiden): „We zijn nu bezig om al die data digitaal toegankelijk te maken.”

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de grootste financier van wetenschappelijk onderzoek in Nederland, gaat het delen van data afdwingen, meldde NRC handelsblad gisteren op de voorpagina. Elke wetenschapper die subsidie krijgt uit de NWO-pot (ruim een half miljard euro per jaar) moet het copyright op de ruwe data – dikte van jaarringen, locatie van potscherven, antwoorden in een enquête – overdragen aan NWO. Door mede-eigenaar te worden van de onderzoeksgegevens wil NWO ‘open access’ afdwingen.

Het Rembrandt Researchproject is voorbeeld van een onderzoek waarvan andere onderzoekers al vaak vergeefs de gegevens hebben geprobeerd te krijgen. Het is het grondigste en belangrijkste onderzoek dat ooit is gedaan naar de schilderijen van Rembrandt. Onderdeel ervan is een onderzoek naar het hout van beschilderde panelen, door een laboratorium in Hamburg. Die data zijn voer voor dendrochronologisch experts, die met de jaarringen van bomen niet alleen ouderdom kunnen bepalen maar ook klimaatveranderingen en herkomst. „Hoe liepen bijvoorbeeld de handelsstromen van het hout door Europa?”, zegt Esther Jansma, hoogleraar dendrochronologie (Universiteit Utrecht). „Helaas zijn de meetgegevens nog steeds niet beschikbaar.”

Jansma heeft de dendrochronologische databank opgebouwd bij DANS (data archiving and networked services), een instituut van de KNAW en NWO.

Jansma: „Nog steeds denken wetenschappers dat zij eigenaar zijn van de data. Maar een onderzoeker die slimme datasets ontwikkelt, doet dat met gemeenschapsgeld. Dus zijn de data van iedereen.” Wansleeben, die de digitalisering van de archeologische data doet, is het daarmee niet eens. „Archeologen hebben het copyright op de gegevens, die zij tijdens opgravingen verzamelen. Maar om de NWO-subsidie te krijgen zullen zij dat copyright wel overdragen.”

Archeologen hebben hun vondsten wel te lang voor zichzelf gehouden, erkent Wansleeben: „Gegevens werden pas vrijgegeven als een archeoloog met zijn onderzoek klaar was, maar dat kon wel twintig jaar duren.” De omslag kwam in 1992 met het Europese Verdrag van Malta. „Nu moeten archeologen hun resultaten binnen twee jaar naar buiten brengen”, zegt Wansleeben.

De lijsten en tekeningen van de opgravingen, die lang alleen op papier stonden, worden nu gedigitaliseerd. „Van honderden projecten moeten de gegevens nog beschikbaar worden gemaakt”, zegt Wansleeben. Hoe beschikbaar die gegevens zijn, bepaalt degene die ze heeft verzameld. „De een wil voor elke inzage apart toestemming verlenen”, zegt Wansleeben, „Maar steeds meer archeologen geven iedereen toegang tot hun data.”

Dat moet ook, vindt Jansma, die zich ernstig zorgen maakt over het lot van data in de dendrochronologie. „Het zijn heel waardevolle data, waarmee je tot op het jaar nauwkeurig en tot 8.000 jaar terug de leeftijd van een boom kan bepalen en waaraan je klimaatschommelingen kunt aflezen. Maar veel gegevens staan op papieren die worden weggegooid. Het levenswerk van veel wetenschappers dreigt zo voor altijd te verdwijnen.”

Het meest uitgesproken voorbeeld daarvan is de dendrochronologische dataverzameling van de universiteit Queen’s in Belfast, die een emeritus hoogleraar in 40 jaar heeft opgebouwd. „Dat is een schat aan meetgegevens, die onbereikbaar is, want dingen staan op papier en zijn niet goed geordend”, zegt Jansma. „De universiteit gooide een paar jaar geleden alles in een container; daar is alles op het laatste moment weer uitgehaald.” Nadat een klimaatscepticus vorig jaar met hulp van de rechter inzage kreeg in de bestanden, staan veel gegevens op internet. Jansma: „Ongeordend, zonder metadata. Je kunt er niets mee.”

De Nederlandse databank bevat dendrochronologische gegevens uit meer dan 20 landen. „Als je bijvoorbeeld een Utrechtse boerderij uit een bepaalde periode invoert, krijg je alles te zien over het hout dat is gebruikt”, zegt Jansma. Andere Nederlandse wetenschappers zouden het voorbeeld van de dendrochronologie moeten volgen, vindt zij: „Wetenschappers moeten niet alleen hun publicaties als erfenis achterlaten, maar ook hun data. Met volledige databestanden is het ook veel makkelijker om je werk over te dragen aan aio’s of je opvolgers. Zo worden de onderzoeksdata van ons allemaal.”