Van een Griek een Duitser maken

Het was lang not done om op de cultuurverschillen in een Verenigd Europa te wijzen.

Toch stuit het monetaire beleid nu op het hardnekkige contrast tussen noord en zuid.

Beleidsmakers die de euro beschouwden als drijvende kracht naar een Verenigd Europa vonden cultuurverschillen doorgaans bijzaak, zoiets als volksdansen. We waren immers ‘allemaal Europeanen’ en een cultuurverschil was vermakelijke folklore.

Maar het monetaire beleid stuit op cultuurverschillen, zij het van minder vermakelijke aard. Duitsers zijn geen Grieken en Italianen geen Finnen. Het verschil tussen Nederlanders en Amerikanen is kleiner dan tussen Nederlanders en Grieken. Dat was altijd taboe in Brussel en heiligschennis door ‘enggeestige nationalisten’.

Boven de overlevingsstrijd van de euro hangt het culturele zwaard van Damocles. Duitsers en Nederlanders zijn boos op Grieken omdat dezen op de pof leefden. Maar dat hebben ze altijd gedaan, zodra de kans zich voordeed. De euro, met zijn goedkope leningen, bood die kans. Grieken – maar ook Italianen, Spanjaarden en Portugezen – zien het daarom andersom. Het grote obstakel is Duitsland! De regering in Berlijn moet de eigen economie stimuleren, meer geld uitgeven en meer geld overmaken naar de andere zijde van de Alpen. De Italiaanse ex-premier, Romano Prodi, beschuldigde Duitsland van ‘nationaal egoïsme’. Zij eisen daarom ‘euro-obligaties’, gegarandeerd door Duitsland, zodat de geldkraan weer open kan. De Alpen vormen al eeuwen een Europese cultuurgrens, maar bij de architecten van de monetaire unie begint de Europese geschiedenis bij de eigen geboorte. En dan mis je wat. Een natie is meer dan een verzameling statistieken.

Aangezien Griekenland niet kan devalueren binnen de eurozone, zijn er financieel-economisch twee opties om weer concurrerend te worden:

Een faillissement, gevolgd door de herinvoering van een nationale munt en een devaluatie.

Een langdurig herstructureringsbeleid binnen de eurozone waarbij salarissen met ongeveer 25 procent worden verlaagd en de overheidssector volledig wordt gesaneerd.

De eerste optie is de ‘korte pijn’, maar ook chaotisch en riskant. IJsland en Letland hebben dit gedaan, landen buiten de eurozone. Het onmiddellijke gevolg was dat IJsland 10 procent van zijn bnp verloor en Letland 18 procent. Maar beide landen werden weer snel concurrerend.

De tweede optie is het huidige EU-beleid, ook wel ‘interne devaluatie’ genoemd, maar dat veroorzaakt veel ‘lange pijn’. Het is een lang proces, met stakingen en demonstraties. Een zwakke staat kan makkelijk imploderen.

Ierland laat zien dat herstel binnen de eurozone kan. De Ieren zijn weer concurrerend geworden, mede dankzij een vennootschapsbelasting van 12,5 procent. Amerika investeert meer in Ierland dan in China, India, Rusland en Brazilië samen. Buitenlandse investeringen in Griekenland zijn opgedroogd. Er is een kapitaalvlucht, een braindrain en ruim tweeduizend Griekse ondernemingen zijn naar Bulgarije uitgeweken, alleen al achthonderd dit jaar. En ja, Grieken zijn geen Ieren. Ieren zingen een melancholisch lied en drinken een glas whisky, zo nodig de hele fles. Na de roes gaan ze aan de slag. Grieken worden woedend, demonstreren en geven iedereen de schuld, behalve zichzelf.

Het huidige Europees beleid ten aanzien van Griekenland komt neer op de germanisering van Griekenland. Het land moet statistieken bijhouden, belastingen innen, een sluitende begroting voorleggen en transparantie invoeren. Dat is voor Grieken een culturele revolutie.

De Grieken zijn altijd voor de EU geweest, met als idee te kunnen leven als… Grieken. De Griekse publieke sector met zijn goedbetaalde en beschermde banen, riante pensioenen en lange vakanties zag de euro als geldmachine. De ‘gesloten’ particuliere sector met beschermde vrije beroepen – van apothekers tot architecten – vond altijd manieren om onder liberalisering uit te komen. En de echte particuliere sector was voor de EU, in de hoop dat Brussel van Griekenland een ‘normaal land’ zou maken: bevrijd van staatsalmacht.

In de periode 1994-2000 kreeg Griekenland 100 miljoen euro om een kadaster op te zetten. In 2001 was het geld op, maar er was geen kadaster. In de Europese Commissie, waar ik toen werkte in het kabinet van commissaris Bolkestein, was de vraag: hoeveel moet Griekenland terugbetalen? Bolkestein was ontstemd en zei: alles! Zijn Griekse collega noemde het verdwenen geld een ‘misverstand’. De Commissie besloot dat Griekenland 30 miljoen meteen moest terugbetalen en later misschien nog 26 miljoen. Een fraudeonderzoek werd nooit ingesteld om ‘gezichtsverlies’ te vermijden. Anno 2011 is er geen kadaster en zijn 3 miljoen ‘eigendommen’ niet geregistreerd. Hoe kun je dan privatiseren?

Cultuurverschillen zijn hardnekkig. Maar ze horen bij Europa als wijn bij Fransen en bier bij Duitsers. Griekenland zal uitkomen bij een faillissement, omdat Brussel van Grieken geen Duitsers kan maken. De drie Griekse economische sectoren die ooit voor ‘Brussel’ waren (ambtenaren, beschermde beroepen en particuliere sector) keren zich tegen de EU omdat er geen licht is aan het einde van de tunnel. De Griekse staat, politiek gepolariseerd tussen links en rechts, kan die druk niet aan en wordt stuurloos. Griekenland, nu feitelijk een EU-protectoraat, moet buiten de eurozone opnieuw beginnen. Op zijn Grieks.

De Grieken waren altijd voor de EU met als idee te leven als...Grieken.

Derk Jan Eppink is columnist van NRC Handelsblad en lid van het Europees Parlement voor de Belgische Lijst Dedecker. Hij schreef als journalist voor verschillende Nederlandse en Belgische media en was van 1999 tot 2004 lid van het kabinet van Europees Commissaris Frits Bolkestein.