Tropenmuseum ontzet over de 'ruwe behandeling' door ministerie

In de museumwereld wordt met ongeloof gereageerd op de aangekondigde bezuiniging op het Tropenmuseum. Maar de bezuiniging treft ook andere onderdelen van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, benadrukt de directie.

Geschokt en verbijsterd zijn de medewerkers van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Ze werden gistermiddag door de directie ingelicht over het voornemen van het ministerie van Buitenlandse Zaken om de subsidie van 20 miljoen euro per 1 januari 2013 te schrappen. Daarna barstte het nieuws los op radio en televisie.

Jan Donner, voorzitter van de Raad van Bestuur, reageert nog tamelijk rustig. Hij hoorde het nieuws dan ook al bijna een week geleden. Afgelopen vrijdag werd hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte gesteld. „Daar kreeg ik te horen dat de bekostiging vanaf 1 januari 2013 in beginsel ten einde zal zijn. Een toelichting op het besluit werd er geenszins gegeven.”

Het KIT zag de bezuiniging niet aankomen. Begin dit jaar kreeg de directie weliswaar te horen dat het instituut dit jaar 4 miljoen euro minder krijgt dan eerder was afgesproken, maar in 2012 krijgt het KIT juist 1 miljoen euro meer.

Juridische stappen tegen het voornemen om de subsidie in 2013 abrupt stop te zetten, sluit Donner niet uit. Maar eerst wil hij praten. Vandaag zit hij de hele dag bij het ministerie. „We moeten eerst eens kijken hoe heet de soep wordt gegeten”, zegt hij. Hij ziet de bezuiniging als een „financieel probleem van het ministerie”, niet van het KIT.

Aankloppen bij een ander ministerie voor subsidie, zoals OCW, wijst hij van de hand. „Ze zien ons al aankomen. Ik denk ook niet dat dat onze verantwoordelijkheid is. Er is ooit een afspraak gemaakt dat Ontwikkelingssamenwerking onze gesprekspartner zou zijn namens de hele overheid. Er zijn toen zelfs budgetten overgeheveld van OCW. Wij vonden dat op zichzelf logisch, zo konden wij het hele instituut runnen met één subsidie.”

Het Tropenmuseum krijgt jaarlijks 8 miljoen euro subsidie, het Tropentheater krijgt 2,5 miljoen euro en de bibliotheek 4 miljoen euro. Daarnaast gaat er geld naar ontwikkeling van beleid voor ontwikkelingshulp en biomedisch onderzoek, vorig jaar zo’n 6 miljoen euro.

Donner legt er de nadruk op dat de bezuiniging van 20 miljoen euro niet alleen het Tropenmuseum treft, maar alle onderdelen van het KIT. Maar staatssecretaris Knapen (CDA, Ontwikkelingssamenwerking) heeft wel met name het museum genoemd als doelwit van de bezuiniging. Dat wil hij niet langer financieren met ontwikkelingsgeld. Donner: „Voor biomedisch onderzoek naar tropische ziekten en het ontwikkelen van beleid op het gebied van ontwikkelingshulp wil het ministerie nog wel geld beschikbaar stellen. Maar ons instituut is geen verzameling van afzonderlijke instellingen, het is een samenhangend geheel. Als je het museum eruit haalt, worden andere activiteiten minder goed gedaan.”

„De staatssecretaris miskent het belang van het Tropenmuseum voor ontwikkelingssamenwerking”, zegt Lejo Schenk, directeur van het Tropenmuseum. „Wij hebben een internationale adviespraktijk opgebouwd en werken samen met tientallen collega-instellingen in het buitenland.” Schenk zit niet, zoals Donner, bij het ministerie, maar is op weg naar een belangrijke bruikleengever, en daarna is er een overleg over de tentoonstelling ‘De dood leeft!’ die het museum voorbereidt.

Zijn medewerkers zijn „geschokt en verbijsterd”. „Wij voelen ons als museum door deze overheid ernstig gediscrimineerd ten opzichte van andere culturele instellingen, bijvoorbeeld de rijksmusea”, zegt Schenk. „Die krijgen wél de kans om zich voor te bereiden op een geleidelijk proces van bezuinigingen en het zoeken van nieuwe inkomstenbronnen. Ik vind dit een buitengewoon ruwe behandeling voor een instituut dat 102 jaar goed met de overheid heeft samengewerkt.”

Door andere musea wordt met verbijstering op het nieuws gereageerd. „Ontluisterend”, zegt Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging. „Het kabinet heeft in het regeerakkoord afgesproken om bij de bezuinigingen op cultuur erfgoedinstellingen zoveel mogelijk te zien. De staatssecretaris van Cultuur heeft daaraan gehoor gegeven, maar Buitenlandse Zaken doet dat kennelijk niet. Het kabinet spreekt niet met één mond. Dit is een zaak waar premier Rutte zich persoonlijk mee moet bemoeien.” Hij maakt zich zorgen over andere musea die niet onder de begroting Cultuur bevallen, zoals de Defensiemusea en het Gevangenismuseum.

Ook Steven Engelsman, directeur van Museum Volkenkunde in Leiden, noemt het nieuws „shocking”. „Het Tropenmuseum is een van de allerbeste volkenkundige musea van de wereld, waar men van heinde en ver voor komt. Met een kindermuseum dat al 30 jaar de absolute top is, waar Nederland apetrots op zou moeten zijn. Dat zo’n museum moet stoppen, is niet te bevatten.”

De volkenkundige musea in Nederland praten al langere tijd over samenwerking. Ze hebben inmiddels een gezamenlijke digitale catalogus en stemmen hun aankoopbeleid op elkaar af. Bedrijfsmatig werken ze nog niet samen. „Natuurlijk is meer samenwerking mogelijk, maar het is niet zo dat wij de rekening van Buitenlandse Zaken eens eventjes gaan betalen.”

Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, kookt van woede. „Dit is totaal verkeerd. Ik vind het buiten de orde dat een museum van deze statuur zomaar de wacht wordt aangezegd”, zegt hij. „Hoe is het mogelijk dat juist dit type museum, dat zo met Nederland verbonden is en dat we zo nodig hebben om onze positie in de wereld te onderstrepen, nu in de vuurlinie ligt? Er zou een grondige discussie moeten komen over hoe wij op een fatsoenlijke manier kunnen omgaan met dit cultureel erfgoed overzee. Als je kijkt naar vergelijkbare musea in het buitenland, zoals het British Museum, dan zie je dat dit type museum een ongelooflijk vitale factor kan zijn in community building. Maar hier in Nederland hebben de volkenkundige musea het momenteel bijna het zwaarst. Het Wereldmuseum kraakt op zijn stutten, het Volkenkundig Museum in Groningen bestaat niet meer zelfstandig, Volkenkunde in Leiden heeft het lastig, en het Tropenmuseum kan wat Den Haag betreft zijn deuren wel sluiten.”