Sterven aan de middeleeuwse Zwarte Dood

Lang werd gedacht dat de pestbacterie van de Middeleeuwen een zeer dodelijke variant was. Maar dezelfde Zwarte Dood is springlevend.

Burying victims of the Plague of London (1665) at night in multiple graves. Two of men are smoking pipes, partly to combat stench of corpses, partly in hope that Tobacco smoke would preventing them becoming infected. Copperplate engraving Photo12

De kar die voor de poorten van de begraafplaats staat is afgeladen vol. De lading, tientallen met builen bepokte lichamen, verspreidt een penetrante lucht. Tijd voor rituelen is er niet. De doden verdwijnen in een massagraf. Het is 1349. De Zwarte Dood waart door de straten van Londen. Miljoen mensen sterven aan de middeleeuwse pestbacterie Yersinia pestis . En diezelfde Zwarte Dood besmet ook nu nog ieder jaar honderden mensen. Want Yersinia pestis is genetisch gezien vrijwel identiek aan moderne pestbacteriën, schrijven onderzoekers vandaag in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Zij hebben het complete genoom van bepaald. Het is de eerste keer dat het is gelukt om al het DNA van een eeuwenoude bacteriestam in kaart te brengen.

De onderzoekers isoleerden het DNA van de pestbacterie uit de tandholten van middeleeuwse pestslachtoffers, die tussen 1348 en 1350 op de Londense begraafplaats East Smithfield begraven werden, tijdens het hoogtepunt van de pestepidemie in Londen. East Smithfield is een van de weinige kerkhoven waarvan zeker is dat alle mensen die er begraven liggen zijn overleden aan de pest.

Toen de onderzoekers de DNA-sequentie van de middeleeuwse Yersinia pestis met die van moderne stammen vergeleken, bleek dat de middeleeuwse bacterie maar op 100 van 4 miljoen DNA-posities verschilt. Niet één van die verschillen zit in een ‘virulentiegen’, een gen dat ziekmakende eigenschappen verleent. Dat verbaasde de onderzoekers. Zij hadden verwacht dat zij genetische verschillen zouden aantreffen die mede konden verklaren waarom de pest in de Middeleeuwen zo veel dodelijker was dan nu, naast de erbarmelijke hygiënische omstandigheden.

De middeleeuwse pest was dus niet gevaarlijker wegens zijn genen. De verklaring voor het dramatische verloop van de epidemie moet ergens anders worden gezocht. „Vergeet niet dat de Europese bevolking zowel in biologisch als cultureel opzicht naïef was”, zegt Johannes Krause van de Universität Thübingen aan de telefoon. Krause begeleidde het onderzoek. „De immuunsystemen van Europeanen waren nog nooit in aanraking gekomen met de pest. Bovendien wist aanvankelijk niemand hoe met deze besmettelijke en dodelijke ziekte moest worden omgegaan. Pas na een tijd werden patiënten geïsoleerd en door gespecialiseerde pestdokters bezocht.”

De slechte leefomstandigheden waarin de Middeleeuwers leefden, speelden volgens Krause ook een rol. Ratten die de pest overdragen [zie kader], hadden in de grote steden vrij spel en de bevolking werd met regelmaat geteisterd door honger en oorlog.

Dat latere epidemieën minder slachtoffers eisten, heeft weinig te maken met de beschikbaarheid van antibiotica, zegt Krause. Ook in de negentiende eeuw brak de pest een aantal keer uit, maar nooit meer op dezelfde schaal als in de Middeleeuwen.

Uit het DNA-onderzoek bleek verder dat de middeleeuwse pest aan de basis van de peststamboom staat. „Alle moderne pestvarianten zijn te herleiden tot de Middeleeuwen”, zegt Johannes Krause .

Dat roept een aantal vragen op over de Pest van Justinianus die het Byzantijnse Rijk trof, 800 jaar voordat de Zwarte Dood West-Europa bereikte. Aangenomen werd altijd dat Yersinia pestis ook verantwoordelijk was voor deze epidemie. „Wellicht is die specifieke Yersinia-stam uitgestorven en vinden we er daarom geen sporen meer van terug”, zegt Johannes Krause. „Het kan ook zijn dat deze Justiniaanse plagen door totaal andere ziekte werden veroorzaakt.”

Opvallend is dat veel media een maand geleden een heel ander verhaal schreven over de pest. De Zwarte Dood is misschien uitgestorven, berichtten kranten en andere media. Die berichtgeving was gebaseerd op een andere publicatie van Krause, dat een maand geleden in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences verscheen. Dat was een technische publicatie, waarin de pestonderzoekers uit de doeken deden hoe ze een klein DNA-fragment van de middeleeuwse pestbacterie hadden gereconstrueerd.

De conclusie dat de middeleeuwse pest was uitgestorven, was gebaseerd op twee unieke mutaties in het oude DNA, die niet voorkomen in moderne pestvarianten. Een foute bepaling, blijkt nu het complete genoom beschikbaar is.

De onderzoekers besteedden in het oorspronkelijke artikel niet veel aandacht aan deze bevinding, maar enthousiaste journalisten klopten het verhaal behoorlijk op. Hendrik Poinar, co-auteur, vertelde deze krant een maand geleden completely flabbergasted te zijn met de media-aandacht die dit artikel toen kreeg. „Die studie was niet de mijlpaal in het pestonderzoek die de media er in zag”, zegt hij nu. Het was voorbereidend werk voor het complete genoom dat vandaag is gepubliceerd.

Met de technieken die voor dit onderzoek zijn ontwikkeld, opent zich een nieuw onderzoeksveld, zegt Krause. Nu het DNA van de Zwarte Dood is ontrafeld, wil de onderzoekers zich storten op de genetische achtergrond van andere historische ziekten. Er zijn nog genoeg mysteries om op te lossen. „Wij zouden natuurlijk graag de oorzaak van de Justiniaanse plagen achterhalen. En ook over de oorsprong van ziekten als lepra en cholera is nog veel onduidelijk.”