Seksslavin

Nee, een volgende keer zou ze het beslist zo niet meer doen. Hoe dan wel? Dat wist ze niet.

Charity Bah uit Guinee was negentien toen ze, na een huwelijk van drie jaar, weduwe werd.

Waaraan haar man was overleden, wist ze ook niet. „Wanneer je bij ons ziek wordt, ga je vaak dood.” Haar familie had haar, na een rouwperiode van vier maanden en tien dagen, uitgehuwelijkt aan een rijke man die al drie vrouwen had. Haar dochtertje had ze bij een tante moeten achterlaten. De drie vrouwen waren bepaald niet gelukkig met haar komst en lieten dat duidelijk merken. Ze sarden haar en sloegen om het minste of geringste.

Dat was tot daar aan toe, maar de echte problemen begonnen toen haar nieuwe echtgenoot, die veel ouder was, ontdekte dat ze niet besneden was. Daar kon alleen maar ongeluk van komen en het diende dus zo spoedig mogelijk alsnog te gebeuren. Dat belette hem overigens niet haar alle dagen met geweld te nemen. Een week had ze het met hem uitgehouden. Toen was ze naar de hoofdstad gevlucht, juist toen daar opstandige militairen een coup tegen de president pleegden. In de anarchie die er toen heerste, werd ze met vele andere meisjes en vrouwen opgepakt, naar een kazerne afgevoerd en daar een paar dagen achtereen verkracht. Ze werd vrijgelaten en opgevangen door het Rode Kruis. Die namen een foto van haar en vroegen of ze haar verkrachters zou herkennen. Ze dacht van wel en verklaarde zich desgevraagd bereid te getuigen. In de gevangenis had ze een vrouw leren kennen die haar onderdak had aangeboden.

Op dat adres verschenen een paar dagen later in het holst van de nacht militairen. Die hadden lucht gekregen van de actie van het Rode Kruis. Ze wilden geen getuigen en Charity werd, in afwachting van een oplossing, naar een kazerne gebracht waar het verkrachten opnieuw begon. Een soldaat had medelijden met haar gekregen. Hij had haar het adres van een „goede bekende” gegeven waar zij kon verblijven en hij had haar helpen ontsnappen.

De goede bekende had haar als seksslavin gehouden. Ze mocht het huis niet verlaten. Na ongeveer twee maanden was er een blanke man gekomen. Die had een foto van haar genomen en weer een paar dagen later had hij haar meegenomen naar het vliegveld. Ze moest hem ‘oom’ noemen. Op het vliegveld had hij haar ‘een boekje’ gegeven met haar foto erin. Na de grenscontrole was zij in een vliegtuig gestapt en na een tussenlanding in een haar onbekende plaats aangekomen, Schiphol. Daar had oom na de paspoortcontrole haar boekje ingenomen en waren ze naar een huis gereden. Daar werd ze opgesloten en veelvuldig door hem misbruikt.

Na een paar dagen moest ze met oom mee naar andere huizen, waar ze het bed met andere mannen moest delen. Elke dag keerden ze terug naar het huis van oom.

Een dag vergat hij haar kamer af te sluiten. Ze ging naar beneden, er was verder niemand. Ze verliet het huis en sprak op straat iemand aan. Die begreep haar niet en bracht haar naar een politiebureau. In Ter Apel vroeg ze asiel aan en verklaarde zich bereid tegen oom te getuigen, als de politie hem zou kunnen vinden. Inmiddels zwanger kreeg ze asiel. Na de bevalling werd haar huisvesting aangeboden. Die had ze afgewezen. De regels waren helder en helder uitgelegd: indien de aangeboden accommodatie wordt geweigerd, dan wordt de opvang beëindigd. Een vrijdag de 13de werd ze met haar baby op straat gezet.