Schermzilver 'Wèi Bà Shi' Verwijlen

Bas Verwijlen heeft zilver veroverd op de WK schermen in Catania. Hij stijgt daardoor naar de zesde plaats op de wereldranglijst. Verwijlen hoopt op steun van NOC*NSF om zijn olympische ambities waar te maken.

Het grote succes moet nog komen voor de grote, sterke, lenige ridder – Wèi Bà Shi, zoals zijn trotse bijnaam luidt. Maar degenschermer Bas Verwijlen uit Oss kwam gisteren op de WK in het Siciliaanse Catania heel dicht in de buurt. Uiteindelijk was hij blij met „de zilveren rakker”, de medaille die hij verdiende na zijn zinderende finalepartij tegen de Italiaanse thuisfavoriet Paolo Pizzo (13-15). „Maar ik verlies goud, dat mag wel duidelijk zijn”, luidde zijn eerste reactie.

Want wat was de 28-jarige Verwijlen, die in 2005 in Leipzig al eens brons had gehaald op de wereldkampioenschappen, dichtbij zijn eerste wereldtitel. „Als je het op 13-13 zo weg geeft, dan kun je er alleen maar heel ziek van zijn”, zei hij na afloop tegenover het NOS-programma Langs de Lijn.

In juli van dit jaar was Verwijlen ook al tweede geworden op de Europese kampioenschappen in de Engelse stad Sheffield. De 1,90 meter lange degenschermer is de afgelopen jaren gestaag naar de wereldtop gegroeid. Op de Spelen van Peking eindigde hij drie jaar geleden als achtste in de sport die in Nederland – met iets meer dan tweeduizend schermers – weinig bekendheid heeft.

Ooit, in het begin van de twintigste eeuw, was dat wel anders. Toen haalden de Nederlandse schermers wereldtitels en olympische medailles, zoals het brons van Arie de Jong in 1920 (sabel), of het sabelteam rond De Jong, Willem van Bleyenburgh en Jetze Doorman dat in 1912 eveneens olympisch brons had gehaald.

Decennialang speelde Nederland internationaal geen rol van betekenis, tot de Nederlandse schermbond (KNAS) in Bas Verwijlen een nieuwe ambassadeur vond. Begonnen als vijfjarige op de schermvereniging van zijn vader Roel, later benoemd tot bondscoach, reeg hij de nationale titels aaneen.

Verwijlen, nog altijd gecoacht door „mijn pa”, stijgt door zijn prestatie naar de zesde plaats op de wereldranglijst en deed met zijn „vracht punten” op de WK in Catania goede zaken voor zijn olympische missie van volgend jaar in Londen, waar hij het hoogtepunt van zijn carrière heeft gepland. De degenschermers die eind april volgend jaar bij de beste veertien op die wereldranglijst staan, zijn verzekerd van een olympisch startbewijs in Londen. „Het ziet er heel erg goed uit”, klonk het gisteravond op de NOS-radio zelfverzekerd vanuit Catania.

Verwijlen hoopt met zijn zilveren medaille van sportkoepel NOC*NSF meer ondersteuning te krijgen om zijn olympische ambities waar te kunnen maken. Hoewel hij wel financieel wordt ondersteund moet de schermer het door gebrek aan middelen doen met „nog niet eens een parttime trainer’’, zei hij gisteren bij Langs de Lijn.

NOC*NSF verlaagde begin dit jaar de subsidie aan de schermbond, doordat het rendement van (fulltime) bondscoach Roel Verwijlen te laag was. Diens zoon, al een jaar voor Londen 2012 genomineerd voor de Spelen, denkt dat hij in Italië zijn punt heeft gemaakt. „We kunnen hulp gebruiken. Maar ik ben ervan overtuigd dat we met dit resultaat weer hebben laten zien dat we bij de wereldtop horen en iets heel moois neer kunnen gaan zetten in Londen.”

Wat dat betreft constateerde Verwijlen gisteren al tevreden dat de technisch directeur van NOC*NSF, Maurits Hendriks gisteren in Catania één van de eersten was die hem persoonlijk feliciteerde. De sportkoepel liet ook weten met Verwijlen te willen praten over diens aanloop naar de Spelen.

Verwijlen begon gisteren sterk aan de finale waarin hij snel uitliep naar een 4-0 voorsprong. De Nederlander gaf dat echter uit handen tegen Pizzo, die daarna eenvoudig leek uit te lopen naar 8-5, waarna Verwijlen aanklampte, maar wel steeds op achterstand stond, tot hij in de derde periode op 13-13 stond. Daarin won de Italiaan alsnog de titel, hij zag kans twee punten op rij te scoren.

„Heel erg balen, maar daar doe je achteraf niks meer aan”, zei de Nederlander, die zich meer had voorgesteld van het resultaat. „Wat is er nou mooier dan in Italië tegen een Italiaan wereldkampioen worden”, vroeg hij zich na afloop retorisch af.

Verwijlen kwam zelf met het antwoord. „In Londen in de finale olympisch kampioen worden tegen een Engelsman.”