Rintje Zingende laarzen

‘Toen ik gisteravond ging slapen regende het’, zegt Rintje, ‘en vanochtend regent het nog steeds!’ ‘Het lijkt wel alsof het nooit meer ophoudt’, zegt mama. ‘Maar je zult toch naar school moeten. We moeten ons zo goed mogelijk tegen de regen beschermen.’

Mama heeft een paraplu met ijzerdraad vastgezet op het stuur van de fiets. Zelf heeft ze een regencape aan. Door de wind waait haar cape alle kanten op. Ze lijkt wel een fladderend spook.

Maar Rintje blijft droog en als ze op het schoolplein zijn, rent hij snel naar binnen. Alle honden uit zijn klas staan al bij de kapstok. Sommigen zijn helemaal nat. Op de grond liggen plasjes water.

‘Wil iedereen zijn vacht goed uitschudden voor we de klas ingaan?’ vraagt juf Wijskop. ‘Anders wordt het binnen ook helemaal nat!’

Als alle honden op hun kruk zitten en juf Wijskop de namen heeft opgelezen ontbreekt er nog één hondje. ‘Heeft iemand Henriette gezien?’ vraagt juf. ‘Meestal kom ik haar tegen op weg naar school’, zegt Tobias, ‘maar vandaag heb ik haar niet gezien.’

‘We beginnen maar gewoon met de rekenles’, zegt juf. ‘Misschien heeft ze zich verslapen.’

Maar net als juf wil beginnen met een moeilijke som op het bord gaat de deur open. Daar is Henriette. ‘Het spijt me’, zegt ze. ‘Mijn paraplu ging stuk door de wind en het regende zo hard dat ik ergens moest schuilen.’ Ze loopt naar haar bankje.

‘SCHJLORP, SCHJLORP, SCHJLORP!’ Bij iedere stap die Henriette zet, klinkt er een heel gek geluid. De hele klas moet lachen.

‘Waar komt dat gekke geluid vandaan?’ roept Rintje. Henriette blijft staan en kijkt naar haar roze kaplaarsjes. Ze wil geen stap meer verzetten. ‘Heb je nieuwe laarzen?’ vraagt juf. Henriette knikt. ‘Mijn moeder wilde dat ik ze een maat groter nam, zodat ik er nog lang plezier van zou hebben. Maar nu is er regen in gelopen en maak ik een heel raar geluid.’

‘Dat is juist leuk’, zegt juf. ‘Je hebt iets wat niemand anders heeft: zingende laarzen!’ Nu moet de klas weer lachen.

‘Zing maar mee’, zegt juf. ‘Bij iedere stap die Henriette zet.’ Henriette begint weer te lopen. ‘SCHJLORP, SCHJLORP, SCHJLORP!’ doen haar laarzen. Juf geeft de maat aan, net als een dirigent, en de hele klas zingt mee: ‘SCHJLORP! SCHJLORP! SCHJLORP!’

‘Loop nog maar een extra grote ronde door de klas’, zegt juf. ‘Dan zingen we mee en klappen we op de maat in onze poten.’ Henriette vindt het helemaal niet erg meer dat ze zingende laarzen heeft. Lachend loopt ze door de klas terwijl iedereen meezingt en meeklapt.

‘En nu is het tijd voor wat moeilijke sommen’, zegt juf. Ze begint op het bord te schrijven en Henriette gaat trots in haar bankje zitten.