Osterhaus bestrijdt fataal olifantenvirus

Een herpesvirus dat normaal een onschuldige infectie veroorzaakt, richt nu een slachting aan onder jonge olifanten in dierentuinen. Zeker de helft van de sterfgevallen komt op het conto van dit virus. Dierenartsen moeten machteloos toezien hoe de tong en andere weefsels van geïnfecteerde dieren opzwellen. Tegelijk ontstaan in het lijf bloedingen waaraan het dier ten slotte bezwijkt. Zowel Afrikaanse olifanten als Indische olifanten zijn bevattelijk voor het virus. Inmiddels is vastgesteld dat het ook slachtoffers maakt onder wilde olifanten.

De Rotterdamse viroloog Ab Osterhaus werkt nu aan een vaccin tegen dit verwoestende virus. Osterhaus verwacht „binnen afzienbare tijd” een experimenteel vaccin te hebben. Dat moet vervolgens nog getest worden op effectiviteit en veiligheid. Voor dat onderzoek vroeg hij gisteren op een congres in Diergaarde Blijdorp de medewerking van dierentuinen over de hele wereld. Blijdorp-dierenarts Willem Schaftenaar, die de conferentie organiseerde, ziet dat de behoefte aan een remedie groot is. „In Blijdorp overleed in 1998 een olifantenkalfje van drie jaar oud aan het herpesvirus. Gelukkig zijn we verder gespaard geleven, hoewel er in diezelfde periode twee kalveren geboren werden en daarna nog vier”, aldus Schaftenaar. Andere dierentuinen zijn zwaarder getroffen, zoals de dierentuin van Houston, waar kort na elkaar zes olifantenjongen die er geboren waren bezweken aan het herpesvirus. „Een ramp”, zegt Schaftenaar. „Dat wil het publiek liever niet horen.”

De dierverzorgers in Houston willen nu niets meer aan het toeval overlaten. Ze nemen de olifanten wekelijks bloedmonsters af en onderwerpen de dieren aan een ‘slurfspoeling’ om hen te controleren op de aanwezigheid van virussen.

Reddingsactie voor dierentuinolifanten: pagina 19