Occupy Beursplein?

Zal zaterdagavond het Beursplein in Amsterdam bezet worden door demonstranten ten gevolge van de oproep van Jelle Brandt Corstius op tv bij De Wereld Draait Door? Zal Occupy Beursplein/Amsterdam net zo’n succes worden als Occupy Wall Street/New York (en allerlei andere Amerikaanse steden waar de demonstratie naar oversloeg)? En hoe zullen onze politici en plaatselijke autoriteiten reageren?

Interessante vragen waarop alleen nog maar voorlopige antwoorden mogelijk zijn. Op Facebook hebben inmiddels 2.000 mensen beloofd zaterdagavond te zullen komen. Veel meer mensen kan dat plein niet bevatten, dus je vraagt je af waar de (eventuele) rest moet blijven. Van de politici ken ik nog maar één reactie, die van Emile Roemer van de SP.

Hij was gistermiddag te gast op de Universiteit van Amsterdam, waar studenten economie hem konden interviewen in hun faculteit aan de Roetersstraat. „Weet u nog iets wat we hem ook zouden kunnen vragen?” vroeg een van de twee interviewers mij vooraf, toen hij me in de hal zag rondlopen. „Vraag hem of hij zaterdag naar het Beursplein komt”, zei ik meteen.

Het werd een levendig interview waarin Roemer schrander ondervraagd werd. Hij weerde zich goed in directe taal. Het ging over de houding van de SP tegenover Europa en Griekenland; een groot deel van de Griekse schulden moet ook volgens Roemer worden kwijtgescholden. Toen kwam ‘mijn’ vraag: ging hij naar het Beursplein?

„Ja, dat zou zo maar kunnen”, zei Roemer. Hij kreeg meteen een applausje. Maar toen voegde hij er haastig aan toe: „Ik moet wel weten wie er nog meer komen.” „U bent voor een volksopstand?” informeerde de interviewer. „Leve de revolutie!” lachte Roemer. En serieuzer: „Ik zou het goed vinden als mensen voor hun belangen opkomen. En niet op een versplinterde manier.”

Het klonk voorzichtig, maar niet per se afwijzend. De vraag voor Occupy Beursplein zal zijn: wat te doen als de officiële politiek zich ermee gaat bemoeien?

Maar zover is het nog niet. Eerst zal Jelle Brandt Corstius de kritiek moeten verwerken uit het rechterdeel van het mediawereldje. GeenStijl en Liesbeth Wytzes op haar Elsevier-blog hebben hem al ter verantwoording geroepen voor de stukken die zijn vader dertig jaar geleden over Buikhuisen schreef en voor de columns van zijn zus in de Volkskrant. „Please, verlos mij van de familie Brandt Corstius”, schreef Wytzes. Holland op z’n smalst. Althans, het Holland van nu. Zeg mij wie uw vader en uw zus zijn, en ik zal zeggen wie u bent. Bek dicht, Jelle, die hele familie van jou deugt niet!

Ik ben blij dat mijn vader nooit in de media werkzaam is geweest. En dat lidmaatschap van de PvdA van mijn vrouw dan? Ik hecht eraan hierbij officieel te verklaren dat ik daar geen cent aan meebetaal.

Intussen hoop ik wel dat Jelle vooraf nog wat duidelijker is over zijn doelen. „Ik ben boos op iedereen”, zei hij bij DWDD, „de banken, de markten, maar ook de gezinnen. Iedereen heeft zich onverantwoord gedragen.”

Als je op iedereen boos bent, zal niemand zich aangesproken voelen. Het is te vaag. De discussie kan zich beter, net als in Amerika, toespitsen op één issue. De rol van de banken?

„Maar die bankwereld is toch streng gereguleerd?” vroeg een student economie aan Roemer tijdens dat interview aan de Universiteit van Amsterdam. Roemer riep uit de grond van zijn hart terug: „Ben je mal!”

Tot zaterdag op het Beursplein?