Nog maar 10 trainers voor rekruten Kunduz

Nederland halveert het aantal marechaussees dat in Kunduz politierekruten moet opleiden. Als de uitgezonden militairen daar volgende maand worden afgewisseld, gaan er tien in plaats van twintig basistrainers mee. Dat heeft commandant der strijdkrachten Peter van Uhm gisteren bekendgemaakt. Van de marechaussees die nu door een gebrek aan leerlingen werkeloos in Afghanistan zitten, mogen er zeven eerder dan gepland naar huis.

Begin deze maand bleek dat er te weinig rekruten zijn voor de achtweekse cursus die de marechaussees geven. Het politieke mandaat voor de politietrainingsmissie beperkt Nederlandse militairen tot les geven aan agenten van de lokale politie. Die mogen bovendien alleen in de provincie Kunduz werken. Dat is niet waar in Afghanistan nu behoefte aan is. Nederland werd in april al door de NAVO gewaarschuwd dat „zeer lage aantallen” studenten aan de Nederlandse restricties voldeden.

Volgens Van Uhm is pas onlangs bekend geworden dat er nauwelijks rekruten zijn om op te leiden. Nieuwe tellingen van de NAVO en het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken tonen aan dat er in Kunduz al genoeg civiele agenten zijn. Die agenten waren over het hoofd gezien omdat zij, zonder daarvoor te zijn opgeleid, het werk doen van onderofficieren van de politie.

De tien marechaussees die thuis mogen blijven, worden door Van Uhm „on hold” gezet. Mocht er op een gegeven moment toch meer werk zijn, bijvoorbeeld omdat Nederlandse militairen ook politie in hogere rangen mogen scholen, dan kunnen zij alsnog worden uitgezonden. Het aantal landmachtmilitairen dat is meegestuurd om de politietrainers te beschermen, blijft gelijk.

Volgende maand praat het kabinet met de Tweede Kamer over de voortgang van de missie. Kamerleden willen eerst opheldering over martelingen op het provinciale hoofdbureau van de politie, waar Nederland mee samenwerkt.

In een rapport van de Verenigde Naties over foltering wordt dat bureau verschillende keren genoemd. Verdachten, onder wie een minderjarige, zouden zijn geslagen met metalen staven om hen te dwingen tot een bekentenis of het betalen van smeergeld. Elders in de provincie sloegen lokale politiemannen in mei een geboeide gevangene met granaatwerpers en ze knepen in zijn testikels.

Nederlanders verrichten geen arrestaties in Afghanistan. „Het kan wel voorkomen dat de politie die wij begeleiden iemand gevangen neemt. Dan zullen wij erop toezien dat er correct wordt opgetreden”, aldus Van Uhm.

Nederland heeft geëist dat de daders van de martelingen worden opgespoord, ontslagen en vervolgd. Dat is aan de Afghaanse autoriteiten.