Niemand blij met landbouwplan

Grote ontvangers van landbouwsubsidies vinden het plan van eurocommissaris Ciolos veel te ver gaan, anderen vinden het juist te weinig rigoureus. Het moet groener en duurzamer.

Esther de Lange lid Europees Parlement CDA / Europese Volkspartij 2009 FOTO: Europees Parlement

De Roemeense eurocommissaris van Landbouw, Dacian Ciolos, was gisteren nog nauwelijks klaar met zijn presentatie van zijn nieuwe Europese Landbouwbeleid, of bijna heel Europa viel over hem heen. „Waardeloos”, reageerde staatssecretaris Bleker van Landbouw in onverbloemd Nederlands over de suggestie dat Nederland flink zou moeten inleveren om de directe inkomenssteun aan landen in Midden- en Oost-Europa te kunnen verhogen. De Nederlandse landbouw die jaarlijks 1,2 miljard euro aan steun uit Brussel ontvangt, zou ongeveer 70 miljoen euro moeten inleveren.

Bleker verwijt de Europese Commissie een gebrek aan invoelingsvermogen. „Nederland is nota bene een van de steunpilaren bij het zoeken naar oplossingen voor de eurocrisis”, sputterde hij. In een officieel persbericht kondigt het ministerie van Economische Zaken, Innovatie en Landbouw aan dat er de komende stevig zal worden onderhandeld.

De voorstellen van de Europese Commissie moeten leiden tot een hervormd Europees landbouwbeleid dat in 2014 ingaat en tot 2020 van kracht blijft. De commissie wil een gelijkere verdeling van landbouwsubsidies tussen de verschillende lidstaten, en een groenere en meer duurzame landbouw. De belangrijkste punten zijn:

De landbouwbegroting blijft jaarlijks 55 miljard euro – en daarmee de grootste post op de Europese begroting – waarvan driekwart besteed wordt aan directe toeslagen aan boeren.

Grootste winnaars van de nieuwe verdeling zijn: Letland (+ 33 procent), Roemenië (+ 31 procent) en Bulgarije (+ 22 procent). Grootste verliezers: Griekenland (- 15 procent) Malta (- 7,5 procent), Nederland ( -7,5 procent) en Italië (-4,5 procent).

Frankrijk blijft de grootste ontvanger van de subsidies met ongeveer 7,6 miljard in 2019, gevolgd door Duitsland met 5,2 miljard en Spanje met 5 miljard.

Dertig procent van de betalingen wordt verbonden aan nieuwe milieucriteria: tenminste drie verschillende gewassen per bedrijf, braaklegging, onderhoud van permanent weideland en gebieden van biodiversificatie, op tenminste 7 procent van de grond. Biologische boeren krijgen deze dertig procent automatisch.

Subsidieplafonds voor grote boerenbedrijven van maximaal 300.000 euro en kortingen vanaf 150.000 euro. Er komt een uitzondering voor bedrijven met veel werknemers.

Overgang naar een systeem van een vaste subsidie per hectare in 2028.

De verschillende lidstaten namen meteen na de bekendmaking in Brussel hun posities in. Polen, dat al jaren strijdt voor meer landbouwgelden, wees de plannen meteen resoluut van de hand. „Dit is een cosmetische operatie om de bestaande verdeling van de landbouwsubsidies in stand te kunnen houden. Het is bespottelijk dat de Commissie de noodzaak om de subsidies tussen de landen gelijk te trekken erkent, maar veertien jaar de tijd neemt om dat te effectueren”, reageerde de Poolse minister van Landbouw Marek Sawicki.

Frankrijk, de grootste ontvanger van landbouwsubsidies die alles juist zoveel mogelijk wil houden als het is, hekelde de vergroeningsmaatregelen als „veel te ingewikkeld”.

Ook boerenorganisaties namen meteen stelling tegen de groene plannen van de commissie. „Het slaat nergens op om van iedere boer te eisen dat hij een bepaald percentage van zijn grond braaklegt als de vraag naar voedsel in de wereld in 2050 met 70 procent zal zijn toegenomen”, liet de Europese boerenbond Copa-Cogeca weten.

Ook de Nederlandse Organisatie voor Land- en Tuinbouw, LTO, hekelde de „extensivering” door middel van maatregelen als braakleggen en een minimum aantal verschillende teelten. LTO noemt dat een „ouderwetse” benadering en pleit ervoor om door middel van „innovatie en verduurzaming van de productie” beter in te spelen op de uitdagingen van deze tijd: klimaat, energie, landschap, grondstoftekorten en voedselproductie.

Voorzitter Gerd Sonnleitner van de Duitse boerenbond waarschuwde dat de voorstellen van Ciolos de positie van de Duitse boer zullen verzwakken. „Wij zijn ook voor groene landbouw, maar de doelen van de Commissie zijn niet haalbaar.” Hij stelde dat door de vergroening zeker 600.000 hectare aan landbouwgrond verloren zal gaan, „juist op het moment dat we meer moeten produceren om de bevolking te voeden en meer grond nodig hebben voor het verbouwen van gewassen voor biobrandstof”.

De strijd om de landbouwhervorming zal de komende tijd op twee fronten gestreden worden: in het Europees parlement, dat hoopt nog de nodige inhoudelijke aanpassingen te kunnen inbrengen, en in de Raad van Ministers, waar het vooral om de hoogte van de subsidies zal gaan. In de loop van 2013 moet het nieuwe landbouwbeleid rond zijn, zodat het vanaf 2014 kan ingaan.