'Mijn moeder wil ongezien scrabblen op Facebook'

Terwijl Facebook de vrienden ongevraagd steeds meer gegevens laat delen, strijdt de Electronic Frontier Foundation voor privacy en andere rechten van sociale- netwerkgebruikers.

Alles went. Er is bijna een maand verstreken sinds sociaal netwerk Facebook frictionless sharing invoerde, een methode om je online activiteiten ‘probleemloos’ (lees: ongevraagd) te delen met vrienden, familie en collega’s. Het viel niet bij iedereen in de smaak. Facebookvrienden klagen erover dat ze op een prominente plek – in de ticker – allerlei triviale bezigheden van elkaar krijgen voorgeschoteld.

Maar zoals dat ook ging bij de laatste paar wijzigingen: Facebook gooit iets radicaal om, de gebruikers morren, Facebook sleutelt nog wat aan de privacyinstellingen en laat het daarbij. „Wie het daar niet mee eens is zou met Facebook kunnen stoppen. Maar in de praktijk doen weinigen dat,” zegt Rebecca Jeschke van de Electronic Frontier Foundation (EFF), de Amerikaanse organisatie die al sinds 1990 strijdt voor digitale burgerrechten . „Als al je vrienden op Facebook zitten moet je wel erg sterk in je schoenen staan om naar een ander netwerk over te stappen.”

Het is een grimmige buurt in San Francisco waar de Electronic Frontier Foundation (EFF) is gevestigd: een straat met zwervers en drugdealers is niet de locatie die je je voorstelt bij een prominente waakhond van de technologiesector. EFF werkt in het hart van Silicon Valley, waar bedrijven als Facebook, Google, LinkedIn en Twitter de lakens uitdelen. Van de ruim dertig EFF-medewerkers is tweederde techneut. De rest heeft een juridische achtergrond.

In de VS lijkt Facebook inmiddels groter dan het web. Amerikaanse bedrijven die reclame maken, promoten niet hun website, maar hun Facebookpagina. Nu het grootste sociale netwerk ter wereld 800 miljoen deelnemers telt, zit de groei niet in het aantal klanten, maar in actievere klanten. Deze strategie paait adverteerders maar schendt de privacy van gebruikers, vinden sommigen.

Omdat Facebook deze keer niet gevoelig lijkt voor de kritiek, zijn andere partijen zelf begonnen het frictionless sharing, ongevraagde delen van gegevens, uit te schakelen. Zo bieden Engelstalige kranten (The Washington Post, The Independent, The Guardian) de optie om artikelen die je via hun Facebook-app leest te verbergen voor vrienden. Ook muziekdienst Spotify, nota bene een prominente Facebook-partner, introduceerde na klachten de optie ‘privé luisteren’. Zodat je hardrockvrienden niet weten dat je een zwak hebt voor Boney M .

EFF heeft de handen vol aan de recente wijzigingen in Facebook. Jeschke: „Telkens verandert Facebook iets zonder dat we erom gevraagd hebben. Sociale netwerken, marketingbureaus en overheden zien graag dat we zoveel mogelijk informatie over onszelf delen. Die gegevens zijn waardevol voor hen, om uiteenlopende redenen. Maar we moeten zelf kunnen beslissen wat we willen delen en wat niet.”

En dat valt niet mee. Jeschke: „Ik ben geen actieve gebruiker, maar af en toe speel ik via Facebook een potje scrabble met mijn moeder. Zij schrok zich te pletter toen ze merkte dat opeens al haar vrienden konden zien dat ze zat te spelen. Ze heeft weliswaar geen baas die boos op haar kan worden omdat ze tijdens werktijd zit te gamen, maar ze heeft wel een reputatie hoog te houden.”

Scrabble is een onschuldig tijdverdrijf, beaamt Jeschke. „Maar het feit is dat mijn moeder iets wat van haar privé was, niet publiek wilde maken. Ze vroeg me dat te veranderen en dat was moeilijk. Om frictionless sharing uit te schakelen moet je behoorlijk diep graven in de instellingen.”

Er zijn alternatieve netwerken zoals Diaspora, dat gebruikers veel meer controle biedt. Of anders Google+, het sociale netwerk dat zich opwerpt als Facebooks concurrent. Maar overstappen betekent dat je een compleet nieuw netwerk moet bouwen. Jeschke: „Het is niet mogelijk om in één keer al je gegevens en foto’s te exporteren naar een ander netwerk. Je moet je lijst van vrienden weer opnieuw opbouwen. Dat weerhoudt mensen ervan te wisselen.”

De sociale netwerken hebben elk hun eigen voor- en nadelen, benadrukt Jeschke. Zo biedt Google een duidelijk overzicht van de privacyinstellingen, en waarschuwt Twitter zijn gebruikers als de overheid probeert toegang te krijgen tot gegevens. Maar webdiensten zouden betrouwbaarder worden als de gebruikers zich kunnen beroepen op rechten. EFF deed daarvoor eerder dit jaar een voorstel (zie kader).

Jeschke: „Onze grondrechten voor sociale netwerken zijn simpel. Als je zeker weet dat we je innovaties zo fantastisch zullen vinden, vraag ons dan van tevoren om toestemming. Het is te makkelijk om te zeggen dat privacy passé is en dat we alles willen delen. Ook de jonge generatie internetters vraagt om controle. Er zijn dingen die we voor onszelf willen houden – die hoeven niet perse illegaal te zijn.”

Jeschke, 41, werkt inmiddels zes jaar bij EFF. Zou ze niet liever overstappen naar een van die succesvolle technologiebedrijven in de omgeving? „Veel van onze medewerkers zouden drie keer zoveel kunnen verdienen bij zo’n werkgever. Maar ze kiezen voor een baan waarbij je zeker weet dat je iets kunt bijdragen aan de maatschappij. Dat maakt het zo veel makkelijker om ’s ochtends je bed uit te komen en aan de slag te gaan.”