Krabbés Gouden Ei nu ook op de planken

De populaire roman Het Gouden Ei van Tim Krabbé werd al twee keer verfilmd, onder andere als Spoorloos. Nu is er een toneelversie van dit spannende „sprookje van de misdaad”.

Hoofddorp, 30-09-2011. Beeld uit de voorstelling "Het Gouden Ei" naar het boek van Tim KrabbŽ, geregisseerd en bewerkt door Leon van der Sanden met Victor Lšw, Peter Tuinman, Margot Dames en Nienke Ršmer. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Stralend van levenslust is ze, Saskia. Samen met haar vriend Rex is ze onderweg naar een hotel in Frankrijk, in de wijnstreek Côte d’Or. Onderweg houden ze halt bij een benzinestation. Saskia fluistert in zijn oor dat ze straks mooi opgemaakt en fris terug zal komen en dat ze door hem héél zacht gekust wil worden. Ze neemt ook wat te drinken mee. Rex kijkt haar na. Met een bekoorlijke zwaai in haar heupen verdwijnt ze tussen de glazen schuifdeuren.

Maar Saskia komt niet terug. Acteur Victor Löw in de rol van Rex wacht – en wacht. Aanvankelijk toont hij wrevel, dan bezorgdheid die overgaat in woede. „Zal ik haar gaan wakker schudden uit de Marie Claire, waar ze voor het tijdschriftenrek bij staat weg te dromen?” vraagt hij zich hardop af.

In een theaterzaal in Haarlem repeteren spelers en regisseur aan de toneelversie van de roman Het Gouden Ei (1984) van Tim Krabbé. Dit spannende „sprookje van de misdaad”, zoals de schrijver het boek eens noemde, geniet faam. Het beleefde talloze drukken, is vooral bij middelbare scholieren favoriet en werd door cineast George Sluizer tweemaal verfilmd. De eerste keer als Spoorloos in 1988. Daarna kwam de Amerikaanse versie uit in 1993 als The Vanishing: de verdwijning. Het is een aangrijpende liefdesgeschiedenis, poëtisch en filosofisch – reden voor regisseur en bewerker Léon van der Sanden de roman als toneelstuk te brengen.

Is dat noodzakelijk? Het boek is er, twee filmversies doen de ronde. En dan nu het theater. „Jazeker”, antwoordt Van der Sanden na afloop van de repetitie. „In mijn visie is Rex op zoek naar de volmaakte liefde. Maar in werkelijkheid bestaat de volmaakte liefde niet, er zullen altijd krassen in geluk komen.” Bij herlezing ontdekte Van der Sanden telkens nieuwe lagen in het boek. De wereld die Krabbé schetst, is volgens hem een man’s world. Acht jaar na Saskia’s verdwijning is Rex nog altijd geobsedeerd door dit raadsel in zijn leven. Waar is ze? Is ze dood, verkracht, gemarteld? Leeft ze nog ergens, maar waar dan? Dan ontmoet hij de man die zegt haar ontvoerder te zijn: Raymond. Deze Raymond zoekt Rex op in zijn woonplaats Amsterdam en lokt hem mee naar Frankrijk. Hij spiegelt hem voor dat het mysterie rond Saskia opgelost gaat worden. Rex mag weten wat er is gebeurd, op één voorwaarde: hij moet bereid zijn te ondergaan wat zij heeft ondergaan. „Ik associeer dit gegeven met de mythe van Orpheus”, aldus Van der Sanden. „Raymond zie ik als Charon die Orpheus toestaat af te dalen in het eeuwige duister van de onderwereld om zijn geliefde Eurydice terug te halen. Zelfs als dat zijn eigen ondergang betekent.”

De man’s world waarop Van der Sanden doelt wordt door Rex en Raymond beheerst. Rex is de bevlogen romanticus die zijn geliefde idealiseert. Zijn tegenspeler is een op het eerste gezicht keurige burgerman, getrouwd, vader van twee dochters, die er gruwelijke fantasieën op nahoudt. In benzinestations langs de snelweg spreekt hij aantrekkelijke vrouwen aan, lokt ze vol hoffelijke vleierij in zijn auto. Daar bedwelmt hij hen met chloroform en neemt hen mee naar zijn huis op het platteland. Wat daar gebeurt, is het „allerergste wat iemand kan overkomen”, zoals de regisseur zegt. Het is of Raymond uit jaloezie handelt: elke levenslust van de vrouwen moet kapot. Van der Sanden: „Pure horror, en zelfs op griezelige manier herkenbaar. Dat maakt de roman zo fascinerend. Het komt als een schok wanneer je, als toeschouwer, de duistere waanideeën van deze Raymond gaat begrijpen.”

Peter Tuinman vertolkt de rol van Raymond. Tijdens het repeteren buigt Tuinman zich regelmatig over een damspel, een mooi symbool van zijn mathematische denkwijze. Hij weet de gevoelige Rex van Victor Löw zover te krijgen, dat Rex zich aan zijn gril overgeeft. Tuinman bespeelt Rex’ gevoelens. In de visie van Van der Sanden hebben de twee mannen elkaar nodig: „Raymond vertegenwoordigt de schaduwzijde van Rex. Ik zie de vertelling als een toonbeeld van de zwarte romantiek, namelijk dat alleen in de dood volkomen eenwording mogelijk is, en dus de volmaakte liefde.”

In de voorstelling speelt Nienke Römer de rol van Saskia. Zij is als Eurydice, verdwenen in de onderwereld. Tijdens de repetitie beweegt zij zich soepel over een catwalk die langs de achterzijde van het decor loopt. Plots gilt ze het uit, ze heeft een nachtmerrie: opgesloten in een gouden ei zweeft ze door de oneindigheid van het universum. Ook Peter Tuinman spreekt later van de „herkenbaarheid” van het macabere gegeven. Hij zegt: „Wat Raymond doet, is voor God spelen. Hij wil heer en meester over leven én dood zijn. In de roman en de eerste verfilming ervan, met Johanna ter Steege in de rol van Saskia, bleef het raadsel intact. Daarna heeft Sluizer een tweede versie gemaakt, een mysterieloze remake met een happy end. Dat is jammer.” Volgens Tuinman is Raymond geboeid door de oneindigheid van het heelal: „Wat betekent dat, oneindigheid? Hij waarschuwt Rex, zegt tegen hem: ‘Ga nooit oog in oog staan met de oneindigheid.’ Rex doet dat toch. Hij geeft zich over aan Raymond. Dat wordt hem fataal.”

De hardop denkende, cerebraal redenerende Peter Tuinman vindt ook tijdens het gesprek na de repetitie zijn tegenpool in Victor Löw, bij wie de emoties natrillen. „Mijn personage Rex heeft angst voor die oneindigheid. Tijdens het repetitieproces en het leren van de tekst probeer ik me wanhopig een voorstelling te maken wat dat nu precies betekent, het oneindige. De onderwereld waarin Orpheus afdaalt, stel ik me voor als zwart, donker. Het oneindige ook. Ik zie geen lichtende hemel voor me. Volgens mij is de bedoeling van horror, zoals dit verhaal, om angst een gezicht te geven. De horror van Rex is dat hij niets weet van zijn geliefde Saskia. Als ze dood is, waar is ze dan? Misschien is dat wel de cruciale vraag van deze voorstelling: waar zijn mensen die dood zijn? Rex wil tegen elke prijs antwoord op die beklemmende onzekerheid. Het raadsel moet worden opgelost.”

Het Gouden Ei naar de gelijknamige roman van Tim Krabbé door KO Theaterproducties. Bewerking en regie: Léon van der Sanden. Première: 13/10 Schouwburg, Haarlem. Tournee t/m 28/1. Inl: kotheaterproducties.nl De roman Het Gouden Ei wordt uitgegeven door Prometheus, Amsterdam.