Kabinet naar huis als offer voor de euro

Brussel mag Iveta Radicova wel een bosje bloemen sturen.

De Slowaakse premier liet haar regering vallen om de Europese munt te redden van de ondergang.

„Politiek, politiek, politiek.” De Slowaakse liberale parlementariër Frantisek Sebej (46) kan er niets anders van maken. Dat in Slowakije dinsdag tegen de versterking van het Europese noodfonds (EFSF) werd gestemd, heeft niets te maken met afbrokkelende steun in zijn land voor de euro of voor Europa als geheel, zegt hij. Integendeel.

„De Slowaken houden nog steeds van Europa”, verzucht hij via de telefoon vanuit Bratislava, de hoofdstad van Slowakije (5,4 miljoen inwoners). Het land heeft sinds zijn toetreding (in 2004) sterk geprofiteerd van de EU. „Maar een oppositiepartij zag kans om de regering onderuit te halen.”

Sebej doelt met zijn kritiek op de links-populistische partij Smer (Richting) van oud-premier Robert Fico. Die partij is officieel voorstander van versterking, maar onthield zich dinsdag in het parlement van de stemming over het EFSF. De huidige regering is intern verdeeld, had Smer nodig om het noodfonds erdoor te krijgen, maar moest, zo vond Fico, eerst dan maar eens beloven op te stappen. Pas dan zou er vóór het noodfonds worden gestemd.

Een merkwaardig politiek spel, dat in menige Europese hoofdstad tandenknarsend werd gevolgd. Maar wel een heel effectief spel: premier Iveta Radicova, die sinds vorig jaar een coalitie van vier rechts-liberale partijen aanvoert, stemde gisteren in met vervroegde verkiezingen. Daarmee maakt ze, ten koste van haar eigen positie, de weg vrij voor de redding van de euro. Brussel mag Radicova wel een bosje bloemen sturen.

Robert Fico, een socialist die voortkomt uit de vroegere communistische partij, schaamt zich allerminst voor zijn sluwe politieke gijzelingsactie. In een reactie zei hij onomwonden: „Wij zijn niet tegen het EU-noodfonds. Wij zijn alleen tegen deze rechtse regering.”

Fico was zelf premier, van 2006 tot 2010. Hij kwam aan de macht nadat de centrum-rechtse Dzurinda-regering acht jaar had geregeerd. Onder die regering werd fors bezuinigd op pensioenen, zorg en sociale zekerheid en werden massaal buitenlandse investeerders aangetrokken. Slowakije werd een economische tijger met Chinese groeicijfers. Dzurinda baande zo de weg voor toetreding tot de EU (in 2004) en toetreding tot de eurozone (in 2009, samen met Slovenië als enige van de nieuwe lidstaten).

Maar op den duur werden de Slowaken hervormingsmoe en greep Fico zijn kans. Onder zijn bewind werden veel hervormingen weer teruggedraaid. De overheidsuitgaven stegen, het begrotingstekort liep op en vriendjespolitiek en corruptie rezen de pan uit. Het leken de jaren negentig wel, toen Slowakije werd geregeerd door sterke man Vladimir Meciar. Maar de Slowaken vonden al die spilzucht prima.

Vorig jaar won Fico de parlementsverkiezingen opnieuw, zijn partij werd de grootste, maar niemand wilde met hem regeren. Er kwam een soort regenboogcoalitie van vier rechtse partijen, onder leiding van Radicova. Een fragiele coalitie, maar toch: het imago van Slowakije – „een klein maar groots land”, zoals de toeristische brochures vermelden – herstelde zich weer enigszins.

Diezelfde fragiliteit is Radicoa nu echter te veel geworden. Ook een van haar eigen coalitiepartners onthield zich dinsdag van stemming. Deze rechts-liberale SaS (Vrijheid en Solidariteit) is principieel tegen het noodfonds. Omdat „een schuldencrisis niet kan worden opgelost door nog meer schulden aan te gaan”, aldus SaS-leider Richard Sulik.

Daarmee speelt Sulik in op een breed gedragen gevoel. Want ondanks de positieve houding ten opzichte van de euro en de EU vinden veel Slowaken het moeilijk te verkroppen dat een arm EU-land moet betalen om een rijk EU-land als Griekenland uit de problemen te helpen. Slowakije is het op een na armste euroland. Het gemiddelde pensioen bedraagt er 400 euro. In Griekenland is dat 1.400 euro. Bovendien herinneren veel Slowaken zich nog maar al te goed aan wat voor strenge voorwaarden er moest worden voldaan om tot de EU toe te treden. Dat oude lidstaten het met die regels niet zo nauw lijken te nemen, steekt eveneens.

Sulik zelf zei: „Het is onmogelijk om uit te leggen dat een Slowaakse gepensioneerde mee moet betalen aan Griekse pensioenen of aan salarissen van Italiaanse parlementsleden, die de hoogste zijn in Europa. Dat is geen solidariteit. Dat is een pervers concept van solidariteit.”

Parlementariër Sebej noemt de redenatie van Sulik „begrijpelijk, maar dom. Het gaat hier om de psychologie van de markt. Het gaat in razend tempo de verkeerde kant op en dus moeten we nu handelen”. Sebej, zelf lid van de OKS, een fractie van de rechts-liberale Slowaaks-Hongaarse coalitiepartij, stemde vóór de uitbreiding van het fonds. Maar zijn partijgenoten deden dat niet. Uit protest stapte hij daarop gisteren uit zijn partij.

    • Chris Hensen