Gekke stemmetjes

Ooit zag ik een toneelstuk dat zó goed was dat ik er nog dagen over nadacht. Ik wist niet waarom ik het zo goed vond, totdat ik me realiseerde: de acteurs gebruikten gekke stemmetjes. Zomaar, midden in een gesprek.

In het dagelijks leven gebeurt dat heel veel, en op veel verschillende manieren. De meest schokkende manier is deze: stellen die stemmen voor de katten hebben bedacht en met die stemmen tegen elkaar praten. „Ik wil brokjes, ah toe? Geeft het baasje brokjes?”

Het gebruik van dit soort gekke stemmetjes betekent: seksloze relatie.

Er zijn ook mensen die een gek stemmetje opzetten uit ongemakkelijkheid. Een volwassen vrouw die ineens met een babystemmetje zegt: „Nee, ik lust geen Franse kaas.”

Ze weet dat ze te groot is om dingen niet meer te lusten, maar door dit met een babystem te zeggen, bereikt ze twee dingen: ze heeft verteld dat ze de Franse kaas niet gaat eten en ze heeft het gezelschap laten weten dat ze heus wel doorheeft dat dit kinderachtig is.

Ook een bekakte stem kan gebruikt worden om onder iets uit te komen. „Neenee, ik kan écht niet tegen achteruitrijden”, zeg je alsof je een oude barones bent, en voilá: je mag lekker in je favoriete stoel zitten.

Met een plat accent kun je botter zijn dan je vindt dat zou mogen. Stel, je bent op een feestje, maar je wilt wel weer eens weg, want zo leuk is het nou ook weer niet. Maar dat is zielig voor de gastvrouw, want die zit nog met een emmer rustieke guacamole. Dan zet je de stem van een bouwvakker op en zegt: „Ik moest de brommer maar weer eens aantrappen. Helaas pindakaas.”

Sommige stemmetjes worden ingezet zonder aanwijsbare reden. Gewoon ineens een woord zwaar Limburgs uitspreken omdat het leuk is. Of in het hard-agressief Brabants. Een woord als ‘emballage’ is hier geschikt voor.

„Het is niet anders” zeg ik zelf het liefst op z’n Gronings. Dit soort ‘zinloze’ gekke stemmetjes bestaan vooral bij vrienden onder elkaar.

In toneelstukken hoort elke stem juist precies te passen bij de inhoud van de tekst. Toen ik het toneelstuk met de gekke stemmetjes bijwoonde, besefte ik pas: het is juist natuurlijk als vorm niet altijd bij inhoud past.

paulien cornelisse