Eten met je handen

Heeft u ooit het lef gehad om in het openbaar uitgebreid met uw handen te gaan schransen? Ik laat zelf mijn couvert wel eens links liggen in een pizzeria, en soms pik ik stiekem, als niemand kijkt, met mijn handen een gebakken aardappeltje uit het mandje dat mijn tafelgenoot en ik delen. Maar daar blijft het bij. De afgelopen maand heb ik echter dagelijks uitgebreid gedineerd met niet meer gereedschap dan mijn eigen handen. Of eigenlijk, alleen mijn rechterhand. De linker zat steevast tussen mijn been en de stoel geklemd. Ik bevond me in India en vanaf dag één werd mij de etiquette van het Indiaas tafelen bijgebracht. Bij aankomst in New Delhi wezen reisgenoot S. en ik bij het meest dubieuze straatrestaurantje op de gok iets aan op het onleesbare menu. Hier, tijdens onze eerste Indiase maaltijd, leerde ik dat bestek overrated is, je linkerhand is gereserveerd voor sanitaire doeleinden en bekoorlijk eten met alleen je rechterhand onmogelijk is. Maar oefening baart kunst, het geheime wapen van het manueel bunkeren is het bijgerecht. Neem altijd chapati of naanbrood erbij, en beschouw dit als een soort schep waarmee je zonder problemen je groentekorma of aardappelcurry naar binnen kunt schuiven. Deze week geef ik het recept voor naanbrood, kunt u vast oefenen met eten. Want de curry van volgende week moet natuurlijk traditioneel met de rechterhand worden gegeten.

Voor vier naan:

2 kopjes bloem

snuf bakpoeder

1 el gedroogde gist

2 el yoghurt

1 el rietsuiker

1 el maisolie

1 tl zout

100 gram ongezouten roombo-

ter

Meng de bloem met het bakpoeder, zout en suiker en voeg daarna de yoghurt en olie toe. Mix alles goed door elkaar. Meng vervolgens de droge gist met een half kopje warm water en laat enkele minuten staan. Voeg toe aan de bloem en kneed tot een soepel deeg. Vorm een bal, leg in een ruime kom en dek deze af. Laat het deeg zo’n 4 uur rijzen op een warme plek.

Kneed na het rijzen nogmaals de bal en verdeel in vieren. Maak hier balletjes van ter grootte van een flinke bitterbal en druk ze plat met je handpalmen. Gebruik vervolgens je vingers om van de balletjes een ovaalvormige plak te maken van ruim een halve centimeter dik. Laat zonder te roeren de roomboter in een pannetje smelten. De boter mag niet bruin worden. Schep met een lepel het schuim eraf en laat afkoelen. Schenk dan heel voorzichtig de boter in een kommetje, zonder dat de bezonken bruine aanslag meekomt.

Besmeer de broodplakken aan de boven- en onderkant met de geklaarde boter en laat in een voorverwarmde oven op 200 graden in tien minuten gaar worden.

Bak de broodjes vervolgens nog kort aan beide kanten in een droge koekepan met anti-aanbaklaag om ze een mooi goudbruin kleurtje te geven. Serveer warm.

Stéphanie Versteeg

Maandag: Janneke Vreugdenhil, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert.