Egyptisch leger wil geen democratie

Steeds meer ontstaat de indruk dat het leger in Egypte het op een akkoord gooit met moslimextremisten. Het leger is absoluut niet gebaat bij een democratische schoonmaak, betoogt Monique Samuel.

Afgelopen weekend werd Egypte opgeschrikt door het ergste geweld sinds de Egyptische revolutie van 25 januari. Nadat begin vorige week een kerk afbrandde in Edfu (een zuidelijk plaatsje nabij Aswan), waren koptische christenen afgelopen zondag massaal naar het Tahrirplein gestroomd om te demonstreren tegen het continue geweld dat de koptische gemeenschap in Egypte al decennia in een angstige greep houdt. In de chaotische weken na de revolutie was er een geweldsontlading waar veel kopten het slachtoffer van werden.

De kopten zijn een christelijke minderheid die zo’n 10 procent van de Egyptische bevolking uitmaakt. Ook mijn familie en ik zijn kopt. Ik ken de angst van mijn familieleden en vrienden, die Mubaraks regime weliswaar verafschuwden, maar nog banger zijn voor het oprukkende extremisme, de machtige Moslimbroederschap en de groeiende zichtbaarheid van de salafisten.

De interim-regering onder leiding van premier Essam Sharaf en Mohamed Hussein Tantawi, de bevelhebber van de Egyptische strijdkrachten, beloofden de christenen beter te beschermen. Maar hier is niets van gebleken. Sterker nog, het waren voornamelijk de pantservoertuigen van het Egyptische leger die zondag zo’n 25 doden en enkele honderden gewonden veroorzaakten.

Vrijwel direct na de gewelddadige onlusten werden op internet filmpjes geplaatst waarop duidelijk te zien is hoe het leger gericht op christenen schiet en hen omver rijdt. Wat ook te zien is, is dat er niet alleen kopten demonstreerden. Moslimbroeders, studenten, liberalen, ja zelfs salafisten hadden zich bij de demonstraties aangesloten om te protesteren tegen wat zij ‘het verraad van de revolutie’ noemen. De belofte dat christenen beter zouden worden beschermd, is niet de enige die de militaire raad niet is nagekomen. Van de toegezegde hervormingen, meer politieke vrijheid, broodnodige investeringen en andere revolutionaire eisen is nog niets waargemaakt.

Het legeroptreden leidde tot een massale woede-uitbarsting in Kaïro en de rest van Egypte en tot nieuwe demonstraties afgelopen maandagavond. De militaire raad kondigde onmiddellijk een ‘grootschalig onderzoek’ af, maar de beelden spreken voor zich. Het leger is niet de vriend van de kopten. Het leger is eigenlijk, misschien, de vriend van niemand.

Tijdens de eerste dagen van de revolutie werd het leger als de verlosser omarmd. Iedereen wilde op de foto met een soldaat, op of naast de tank, en vrouwen omhelsden de mannen in uniform, alsof het hun eigen zonen waren. Maar afgelopen zomer ontstonden er barsten in de relatie tussen leger en volk. „Waarom gaan ze niet terug naar hun barakken?” werd steeds luider gevraagd. „Is Mubarak vervangen door een raad? Nu hebben we niet een maar wel tien Mubaraks!”

Het leger lijkt z’n eigen politieke agenda te hebben. Salafisten en van terrorisme verdachte moslimextremisten werden dit voorjaar massaal vrijgelaten. Verbannen fanatici werden met open armen op Cairo Airport ontvangen.

Bij steeds meer Egyptenaren ontstaat het gevoel dat het leger het op een akkoordje heeft gegooid met de machtigste oppositiegroep in Egypte, de Moslimbroederschap die voor het eerst legaal aan de verkiezingen mee zal mogen doen (zij het niet onder religieuze noemer). In ruil voor politieke participatie en mogelijke verkiezingswinst zal het leger met rust worden gelaten. Dat is namelijk net zo corrupt als alle andere overheidsorganen; het is absoluut niet gebaat bij een grondige democratische schoonmaak.

Anders dan veel analisten denken, zal Egypte niet het Turkse seculiere democratische model overnemen, om de simpele reden dat het Egyptische leger, anders dan het Turkse, niet seculier is. Eerder verwacht ik een omgekeerd Turks model: Egypte wordt een islamitisch-liberale staat waarbij het leger de islamitische waarden van het land zal beschermen. Sinds de oprichting van de broederschap in 1928 hebben de Moslimbroeders talenten gerekruteerd uit de betere kringen van het leger. Ook hebben de Moslimbroeders veel aanhang onder de arme plattelandsbevolking, de jonge jongens die op achttienjarige leeftijd massaal in dienst gaan. De rijkere Egyptenaren kopen de dienstplicht af, maar voor de arme bevolking is dit onmogelijk. Het leger is een van de weinige manieren om op te klimmen op de sociale ladder.

Waarom het leger de koptische demonstratie zo massaal onderdrukte, heeft verschillende redenen. Een is de simpele maar pijnlijke waarheid dat het doodrijden van christenen veel minder gevolgen heeft dan het doodrijden van moslims. Zouden salafisten massaal zijn neergeknuppeld, dan was de wereld te klein. De kopten sluiten zich echter rouwend op in hun kerken en hebben een nationale driedagenlange vastenperiode afgekondigd.

Maar er zijn ook andere motieven. Na de revolutie kondigde het leger de noodtoestand af die na zes maanden zou worden opgeheven. Dit is nog niet gebeurd en het leger lijkt niet van plan dit op korte termijn te doen. De geweldsuitbarsting van afgelopen zondagavond is een nieuw excuus om de noodtoestand (en daarmee de greep op de samenleving) te verlengen. Onder de noodtoestand kunnen critici van het militaire regime voor militaire tribunalen worden geleid en via snelrecht naar de eerste de beste gevangenis worden afgevoerd. Zo is al een groot aantal toonaangevende bloggers het zwijgen opgelegd.

Afgelopen weekend liet zien dat hoewel Mubarak gevallen is, zijn kliek er nog steeds zit en dezelfde tactieken gebruikt. Maar de Egyptenaren zijn niet langer verblind. Zelfs de passieve, teruggetrokken koptische gemeenschap laat nu van zich horen. Met kruizen en afbeeldingen van Jezus en Maria gingen ze de straat op en zullen ze weer de straat op gaan. Egypte zal nog een heel aantal onrustige maanden doormaken. De slag om de revolutie is nog niet beslecht.

Monique Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog en auteur.