De tijd verstrijkt en gaat aan barrels

The Clock - Christian Marclay

‘The Clock’ van Christian Marclay is een videokunstwerk. Het duurt 24 uur. Maar als ik ga zitten op een van de vierzitsbanken voor het bioscoopscherm, weet ik dat niet. Want ik ben op de Biënnale van Venetië, de gigantische kunstmanifestatie, en daar lees ik bordjes met titel en naam en verdere informatie pas achteraf, en dan nog alleen als ik iets goed vind. Er is hier te veel moois te zien om tijd te verliezen met iets wat op zichzelf al tijdverlies was.

Ik zak onderuit op zo’n bank. Er trekken filmfragmenten voorbij, en het is ongelooflijk, maar al die fragmenten zijn goed. Soms is het fragment een flits, soms duurt het een minuut of twee. Altijd komt er een klok in voor, of horen we hoe laat het is. Ik geniet. Leuk, denk ik. Dat wist ik niet, dat er zoveel films bestaan waarin het ongeveer tien over één is.

Nu ja, niet helemaal. In die scène met de oude Donald Sutherland is het zeventien over 1. In een fragment verderop loopt het op het horloge van Johnny Depp tegen half 2. Pas bij het stukje An American gigolo, met Richard Gere en zijn overhemden, realiseer ik me dat in deze filmfragmenten de tijd verstrijkt. Er is een soort verhaal: „Ik zat vast in het verkeer”, legt een meisje uit. Over naar Godards Le weekend: ander decennium, ander land. Mét een verkeersknoop. En het tijdstip klopt met de tijd op het horloge van het meisje in de vorige scène.

Hoe laat is het eigenlijk? Ik buig mijn arm naar mijn gezicht, kijk op mijn horloge. Zes over half twee.

Ik kijk op, zie detective Columbo, achter hem een klok: zes over half twee.

Eindelijk heb ik het door. Deze video-installatie is een real time kunstwerk. Een klok.

In The Clock wordt er vaak nadrukkelijk klok gekeken, maar lang niet altijd. Dan staat er een pendule of er hangt een stationsklok – steeds met de juiste tijd, de tijd op onze horloges. Soms moet je zoeken. Zo zie ik pas op het laatste moment op de flank van een verhuisauto de woorden ‘Time Movers’ staan.

Op tijd komen. Te laat zijn. Ultimatums. Dreigementen. De tijd als flirt: weet u hoe laat het is, kan het dat ik u ken? Enzovoorts. The Clock slaat de tijd aan barrels. De tijd is geen constante, maar beduidt steeds iets anders. We zijn er allemaal steeds mee bezig, stelt The Clock vast. En ook dat film houdt van de tijd, er reddeloos voor op de knieën gaat. Muziek legt tijd stil. Dans knipt de tijd uit en houdt hem in de hand. Beeldende kunst bevriest de tijd. Fotografie wil de tijd uitschakelen. Theater erkent de tijd niet. Maar elke film gaat daarentegen, zo blijkt hier, over de almacht van de tijd.

Het wonder van The Clock is dat hij het verstrijken van de tijd zichtbaar maakt. Het genie van The Clock is dat dat spannend is. Bijvangst van The Clock is dat dit kunstwerk het wezen van de filmkunst definieert.

Ik zit nog steeds in het donker op die bank. Buiten schijnt de zon op Venetië. Als ik een bootje neem en naar de San Giorgio Maggiore vaar, kan ik de installatie zien waarmee Anish Kapoor de hemelvaart vormgeeft. Maar ik wil niet meer weg.

Zou het vanavond om vier over tien tijd zijn voor Back tot the Future, met Marty McFly die met zijn DeLorean terug naar de toekomst racet? En Harold Lloyd zal er toch wel in zitten? In Safety Last hangt hij aan de grote wijzer van een enorme klok aan een wolkenkrabber. Maar hoe stonden die wijzers, hoe laat was dat?

Ik wil dit 24 uur bekijken. Houd ik dat vol? Nee, niemand houdt dat vol. Zelfs Christian Marclay kan onmogelijk zijn eigen kunstwerk helemaal in één keer gezien hebben. De mens moet plassen, de mens moet dutjes doen. De mens kan niet eens 24 uur lang op een bank zitten. Maar ik wil het op zijn minst proberen. Geef me een kans en ik ga de strijd aan. Ik zal dan proberen te noteren wanneer ik iets miste (voor zover ik dat kan). En dat zal ik dan bij een tweede sessie inhalen.

Half drie. Ik scheur me los. Je moet verder, zeg ik tegen mezelf, er is op deze Biënnale nog zo veel te zien. En dat is zo. Maar de rest van de dag heb ik toch spijt. The Clock laat me niet los.

’s Avonds zoek ik Harold Lloyd op. De klok waar hij aan hangt wijst kwart voor drie aan. Ben ik toch te vroeg weggegaan.

Joyce Roodnat