De snelle mars van de yuan naar de wereldmarkt

Het is nog maar twintig jaar geleden dat buiten- landers in China de yuan niet eens mochten gebruiken. Nu gaat er geen maand voorbij zonder dat China de handel in yuans verder versoepeld.

Alsof de wereldeconomie al niet vervaarlijk kapseist, stevenen China en de Verenigde Staten af op een nieuw conflict over de Chinese volksmunt, de renminbi, beter bekend als de yuan. Directeur Arthur Kroeber van onderzoeks- en adviesbureau Dragonomics in Peking, begrijpt de frustraties in Amerika over de Chinese „manipulatie van de munt” heel goed, maar hij voorspelt dat de opwinding in Washington geen enkele indruk zal maken in China.

„Alle ophef versluiert het zicht op het feit dat sinds 2009 de lange mars van de yuan naar een vrij verhandelbare munt en mogelijk ook een wereldreservemunt wel degelijk is begonnen. Ik twijfel er niet aan dat de yuan een zeer belangrijke internationale munt zal worden. Alleen gebeurt dat niet onder buitenlandse druk”, voorspelt Kroeber, die ook verbonden is aan het Brookings-Tsinghua Centrum, een Amerikaans-Chinese denktank.

Na een bijeenkomst van Brookings in Peking over de voortdurend oplaaiende currency wars, vertelt Kroeber „dat de kloof tussen het westerse en Chinese denken over wisselkoersen zo groot is geworden als de Grand Canyon. Er is geen ruimte voor een rationele discussie over een internationale strategie om van de yuan een wereldmunt te maken.”

De Amerikaanse Senaat wil een einde maken aan wat sommigen „de diefstal van Amerikaanse banen” noemen. Miljoenen banen, volgens een telling 5,7 miljoen, zouden naar China zijn verplaatst, omdat de Chinese monetaire autoriteiten de yuan kunstmatig goedkoop houden om de exportsector te beschermen. De boosheid in de Senaat heeft na acht jaar debatteren en dreigen een kookpunt bereikt. Dat resulteerde dinsdag in de aanvaarding van een wetsvoorstel dat bol staat van handelspolitieke doodsbedreigingen als China niet luistert.

Dat 43 procent van de bedrijven in de Chinese exportsector van westerse origine is, blijft in het Amerikaanse debat vaak onderbelicht. Dat geldt ook voor het feit dat de lage productiekosten in China de inflatie in de VS en de Europese Unie laag houden. Een in de VS of de eurozone gemaakte iPad zou tien keer zo duur zijn.

Kroeber: „Het Westen ziet de wisselkoers als een prijs die wordt bepaald op de vrije markt. Overheidsinterventies bij het bepalen van die prijs worden gezien als verstoringen van de vrije markt. In die zin is China schuldig, want de munt is niet vrij verhandelbaar.”

Daarentegen zien Chinese leiders de wisselkoers, de prijs van geld en alle andere marktmechanismen als instrumenten voor de ontwikkeling van het land. „Het doel is niet van China een markteconomie te maken, maar om China te ontwikkelen tot een rijk en machtig land.”

Kroeber, wiens rapportages verschijnen in het gezaghebbende China Quarterly, voegt er aan toe dat „alle landen die zich hebben ontwikkeld van diepe armoede naar relatieve rijkdom dat hebben gedaan door de export te bevorderen”. China is beslist geen uitzondering, zegt hij.

De opwinding in Washington laat China koud, denkt Kroeber. Bovendien hebben de partijleiders al in 2009 besloten de yuan geleidelijk en onder voorwaarden te „internationaliseren”. Dat wil zeggen dat bedrijven en individuen ongeacht hun nationaliteit de yuan uiteindelijk – een streefdatum is niet genoemd – ook buiten het Chinese vasteland kunnen gebruiken als betaalmiddel.

In het eerder dit jaar gepubliceerde Vijfjarenplan (2011-2015) van de Communistische Partij worden verdere maatregelen aangekondigd om dat mogelijk te maken. Sindsdien gaat geen maand voorbij of er wordt wel een nieuw proefproject gestart of een bureaucratische hindernis geslecht om de yuan in het internationale handelsverkeer te gebruiken.

Hongkong is, volgens een gebruikelijke Chinese methode om nieuwe ideeën te testen, aangewezen als proeftuin. Dat is in de voormalige Britse kolonie ook zichtbaar. Op de kantoren van alle grote zakenbanken worden yuan-producten aangeboden. Op het dominante gebouw van de HSBC-bank hangen reusachtige advertenties en regelmatig worden op kosten van de bank lasershows gehouden, waarbij in de lucht de letters ‘RMB, RMB’ worden geprojecteerd. Nergens anders in China rijden trams rond met yuanadvertenties, waarbij dan vaak het 100 yuan-biljet met de beeltenis van Mao Zedong wordt gebruikt.

Banken in Hongkong hebben in de eerste helft van dit jaar de deposito’s in yuans zien stijgen naar (omgerekend) 80 miljard euro. Dit jaar zal de grens van 100 miljard worden gepasseerd. HSBC, de grootste bank in Hongkong, verwacht dat de yuandeposito’s over enkele jaren een „hoofdbron” van bankkapitaal zullen zijn.

Deze deposito’s zijn afkomstig van grote beleggers en bedrijven. Voor particulieren is deze weg nog niet geopend. In 2009 mochten 300 geselecteerde Chinese bedrijven in Hongkong yuanrekeningen openen om internationale transacties te financieren. Inmiddels zijn er dat 67.000.

Deze hoofdzakelijk Zuid-Chinese bedrijven gebruiken uitsluitend yuans om te handelen met bedrijven in Vietnam, Thailand en Maleisië en sinds kort ook met Nigeria, een belangrijke leverancier van olie en gas aan China. Het experiment met Nigeria wordt nauwlettend gevolgd door de grote staatsbedrijven die de yuan liever vandaag dan morgen willen gebruiken voor hun activiteiten in Afrika.

Geselecteerde bedrijven en investeerders mogen inmiddels ook buiten het Chinese vasteland – offshore in het jargon – in yuans obligaties kopen en verkopen. Deze dim sum-markt is vanwege allerlei bureaucratische restricties nog klein.

De druk op de autoriteiten om het tempo van de lange yuanmars op te voeren, wordt intussen steeds groter. Associaties van Chinese bedrijven, maar ook institutionele en particuliere investeerders willen de yuan kunnen gebruiken voor internationale transacties. Zij willen af van de kosten van het wisselen naar dollars of euro’s en zien zich graag gevrijwaard van de huidige wisselkoersrisico’s.

Chinese staatsbedrijven die zwemmen in het kapitaal willen graag yuans gebruiken om in het buitenland bedrijven over te nemen en projecten te financieren. De yuan gebruiken bij overzeese directe investeringen (in 2010 zo’n 300 miljard euro) kan allerlei financieringsobstakels opheffen en wisselkoersrisico’s wegnemen.

Ook in de buurlanden van China groeit de belangstelling voor de yuan als handelsmunt.

De handel tussen China en zijn Zuidoost-Aziatische buurlanden groeit met 20 procent per jaar en bedraagt op het ogenblik bijna 100 miljard euro. Daarom is het geen verrassing dat de belangstelling daar voor een internationaal verhandelbare yuan groot is, want dan hoeft de dollar niet meer als ‘tussenmunt’ gebruikt te worden. Singapore en Londen hebben zich al opgeworpen als centra voor de handel in yuanproducten als de autoriteiten hebben geconcludeerd dat het experiment in Hongkong is geslaagd.

Liao Chun, hoofdeconoom van Citic Bank International in Hongkong, deelt het optimisme van Arthur Kroeber. „De Chinese muur rondom de yuan brokkelt af. Gezien de economische groei en de ontwikkeling van China tot een wereldhandelsland is dat ook een logische ontwikkeling.”

Liao baseert deze verwachting op het recente bezoek van de Chinese vicepremier Li Keqiang aan Hongkong. Li, die hoogstwaarschijnlijk eind volgend jaar de nieuwe premier wordt, toonde zich een voorstander van de internationalisering van de yuan. De financiële fine fleur van Hongkong applaudisseerde langdurig toen hij tal van maatregelen aankondigde om het gebruik van de munt in internationale transacties te vergemakkelijken.

Volgens Liao Chun is het wachten op de concrete uitwerking. Dat geldt ook voor de toezegging dat Chinese bedrijven in Hongkong goud in yuans (en niet zoals gebruikelijk in dollars) kunnen verhandelen en bedrijven in yuans naar de beurs kunnen brengen. Liao waarschuwt overigens voor al te hoge verwachtingen.

„Veel hangt af van de ontwikkeling van de wereldeconomie. Als de groei in het Westen inzakt en de Chinese export in moeilijkheden komt, zal het tempo lager worden, want de exportsector verzet zich tegen de liberalisering van de yuan. Ook de machtswisseling in de leiding van de Communistische Partij speelt een grote rol”, aldus Liao. De volgende generatie leiders moet bepalen of de de Chinese kapitaalrekening helemaal wordt geopend. Dat vergt ingrijpende hervormingen van de binnenlandse kapitaalmarkt.

Volgens Kroeber en Liao gaat het eigenlijke debat onder de Chinese leiders en bestuurders van instellingen als de Centrale Volksbank over binnenlandse, financiële hervormingen. De binnenlandse kapitaalmarkt is streng gereguleerd, particulieren hebben weinig andere keuze dan een huis kopen of hun geld op een laag renderende rekening bij een van de staatsbanken plaatsen. Buitenlandse bedrijven en banken worden zoveel mogelijk geweerd. Geldstromen van en naar China worden nauwgezet gecontroleerd. Buitenlandse investeringen worden vrijwel altijd naar staatsbedrijven geleid of naar projecten die voldoen aan Chinese doelstellingen. Dat moet veranderen om de economie te moderniseren.

De hervorming van de binnenlandse kapitaalmarkt is de sleutel om het experiment met de internationalisering van de yuan goed te begrijpen, zegt Liao. „Een vrije, opgewaardeerde yuan maakt de importen goedkoper en zal leiden tot lagere inflatie.”

Dat vergt ingrijpende, ook emotionele besluiten, zegt Liao, want de Chinese communisten hebben een sentimentele band met hun in 1948 gecreëerde munt. De renminbi, dat letterlijk vertaald kan worden als de volksmunt, symboliseert het nieuwe China en was uitsluitend bedoeld als binnenlands betaalmiddel. „Het is nog maar twintig jaar geleden dat buitenlanders in China de yuan niet eens mochten gebruiken en alles in dollars moesten betalen”, grijnst hij.

Kroeber voegt daar aan toe: „De specialisten op de Centrale Bank hebben het Japanse model zeer grondig bestudeerd. In 1971 werd de koppeling aan de dollar losgelaten en begon de groei van Japan pas goed. Het is de Centrale Bank die het krachtigst pleit voor internationalisering van de yuan, te beginnen in Hongkong. De oude garde en het ministerie van Handel, dat de belangen van de exportsector behartigt, remmen af, maar zij zullen door de ontwikkeling van de Chinese economie worden ingehaald.”

Dat verklaart waarom de gouverneur van de Chinese Centrale Bank, Zhou Xiao-chun, soms de indruk wekt het eens te zijn met de internationale kritiek op het Chinese muntbeleid, zegt Liao. Dat is een bekende tactiek die eerder is gebruikt door de ex-premier Zhu Rongji, die onder president Jiang Zemin hervormingen afdwong onder verwijzing naar regels van de wereldhandelsorganisatie WTO, waarvan China toen net lid was geworden. Onder Zhu, die in zijn pas gepubliceerde dagboeken pleit voor meer markthervormingen, werden tienduizenden staatsbedrijfjes met tezamen bijna 100 miljoen werknemers in korte tijd gesloten.

Het tempo van de financiële hervormingen moet opgevoerd worden, vindt Liao. „Bankgouverneur Zhou hoopt dat met name de G20, die volgende maand bijeenkomt, hem daarbij kan helpen door van de yuan een van de munten van het IMF te maken. Ik denk dat als China een grotere stem krijgt in het IMF de internationalisering van de yuan binnen tien jaar een feit is. Dat is een betere strategie dan te dreigen met allerlei sancties, zoals de Amerikaanse Senaat nu doet.’’