De razende dance van Afrojack

Hij heeft al een nummer-1-hit in de VS en maakt muziek voor onder anderen Lady Gaga. Nu wil danceproducer Nick ‘Afrojack’ van de Wall (24) de concertzalen in, met ‘dans, show en passie’.

ick van de Wall uit Spijkenisse, artiestennaam ‘Afrojack’, kan over al zijn dancenummers een verhaal vertellen. De succesvolste Nederlandse popmuzikant van het jaar houdt van verhalen. Hij speelt graag in zijn eentje verhalende games op de PlayStation 3 en citeert met plezier uit populaire actiefilms uit de jaren tachtig, zoals Die Hard en The Terminator. Via de sfeervolle role playing games die hij speelt, ontdekte hij klassieke muziek. Het viel Afrojack op dat de klassieke muziek in de games een vergelijkbare vertelstructuur heeft als de dancemuziek die hij zelf produceert. De 24-jarige rijzige club-dj en danceproducer – hij is 2,07 meter lang – laat, terwijl hij een stukje pizza eet, op zijn laptop twee minuten digitale orkestmuziek van eigen hand horen.

„Hoor je dat?” vraagt hij. „Heel veel elementen van klassieke muziek komen terug in dance. De opbouw, de arrangementen, hoe je een verhaal vertelt. Zelfs harde partyplaten hebben een verhaal. Bepaalde thema’s spelen in het nummer bijvoorbeeld een wedstrijdje met elkaar. Je denkt eerst dat thema 1 wint, maar dan blijkt thema 2 toch harder te zijn en duwt dat thema 1 naar de achtergrond. Maar dan komt thema 1 terug door de emotie die er in zit en zegt thema 2: ‘Jij bent zo lau (tof), jij wint…’ Ik ben zelf als producer ook verbaasd wanneer een thema ineens de overhand krijgt. Het is net als bij het schrijven van een film of een boek, alleen veel korter. Ik vertel mijn verhaal in vier minuten.”

De twintiger uit Spijkenisse is een ongekend succesrijke verhalenverteller – eentje die letterlijk naar zijn werk vliegt in een privéjet. Afrojack won dit voorjaar een Grammy Award voor de remix die hij met zijn Franse collega David Guetta maakte voor het nummer Revolver van Madonna. Hij remixte voor Lady Gaga en Snoop Dogg en stond in 2011 met vier (co-)producties tegelijk in de Amerikaanse hitlijsten. De door hem geproduceerde single Give Me Everything van rapper Pitbull, waarop Afrojack als artiest vermeld staat, stond in verschillende landen op nummer 1, waaronder de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Vorige week kende eurocommissaris Androulla Vassiliou (onder andere Onderwijs en Cultuur) Afrojack de European Border Breakers Award 2012 toe – een prijs voor internationaal succesvol nieuw toptalent in de Europese popmuziek.

In het ruime pand van boekingskantoor Ace Agency in de Jordaan in Amsterdam hangen overal posters achter glas van Afrojack met een grote zonnebril op; de brillenglazen weerspiegelen een feestende massa. Afrojack bouwde zijn succes in het internationale popklimaat op de dansvloer, met razende danceplaten en extatische remixen. Hij is doorgaans geen subtiele verhalenverteller. De producer en club-dj kwam bovendrijven met snoeihard gemixte beukende beats, met vaak de opbouw naar een climax met rauwe, penetrante pieptonen of vocale samples.

Trekken ze dat?

Afrojack laat op de bank in zijn boekingskantoor een remix horen die hij aan het maken is voor popzanger Enrique Iglesias. Hij hoorde het origineel voor het eerst op de radio nadat hij de remix al had toegezegd, vertelt hij. Afrojack: „Ik dacht: nee hè, moet ik die remixen?” In zijn versie laat Afrojack het vrij zoete origineel van Iglesias ontaarden in gierend opgevoerde clubmuziek. De Nederlandse dj verdraait de stem van Iglesias volledig en zet die vooral in als sample; als een stotterend onderdeel van de opzwepende percussie: ‘Mo-mo-mo-mo-more…’ Jasja Heijboer van Ace Agency vraagt: „Trekken ze dat, denk je?” Afrojack haalt zijn schouders op. „Dat moet maar.”

In het oeuvre van Afrojack zijn twee soorten remixen, legt hij uit: de eigenzinnige clubremix en de veel duurdere popremix voor supersterren die met zijn geluid „veel geld willen verdienen”. Bij die categorie gunt hij zichzelf de vrijheid de popvocalen naar zijn hand te zetten. „Ik vervorm de artiest naar mijn geluid”, zegt Afrojack, „of het nou Madonna is of Lady Gaga. Als ik het niet eens ben met de melodie, verander ik die. Ik heb het laatste jaar te veel platen gemaakt die wel goed waren maar een te simpel verhaal hadden. Veel pure climaxmuziek. Deze remix heeft weer het Afrojack-gevoel: de muziek wordt opgebouwd, Enrique is lekker aan het zingen en dan wordt hij door mij aangevallen. Ik wil je op het verkeerde been zetten en dat je, wanneer je het hoort, een vies gezicht trekt.” Jasja Heijboer: „Enrique zal er vast dolblij mee zijn.”

Die kans is inderdaad groot. De afgelopen jaren is het geluid van Europese dance dominant geworden in de Amerikaanse popmuziek. Van pop en soul tot hiphop overheerst de elektronische vierkwartsmaat. En wie het afgelopen jaar popmuziek hoorde, hoorde Afrojack. Hij scoorde internationaal een hit met zijn eigen Take Over Control, met de Nederlandse zangeres Eva Simons. En hij coproduceerde de beats van wereldhits als Run The World (Girls) van Beyoncé, en Look At Me Now van r&b-zanger Chris Brown, Lil Wayne en Busta Rhymes. Voor die laatste heeft hij „geen officiële credit gekregen”, zegt Afrojack, „maar ik kreeg wel betaald. Voor Girls tekende ik het contract een dag voordat Beyoncé het uitvoerde bij de uitreiking van de MTV Awards. Dat geld is toch mooi meegenomen en Beyoncé introduceert mijn muziekstijl weer bij andere mensen.”

Boemboemrevolutie

Andere Europese boegbeelden van de boemboemrevolutie in de Amerikaanse popmuziek zijn onder meer Afrojacks mentor en vaste productiepartner David Guetta uit Frankrijk, Stargate uit Noorwegen en Swedish House Mafia. Maar de Nederlandse stijl is op dit moment een belangrijke inspiratiebron. Voor nationale dance-dj’s als Afrojack en Chuckie, met wortels in de Nederlandse urban scene, was de samensmelting van Amerikaanse urban muziek met Europese dj-cultuur al veel langer een natuurlijke stap. Ze noemen beiden het nationale fenomeen ‘bubbling’ een oerbron: de eind jaren tachtig in Den Haag en Rotterdam populaire trend om dancehall, hiphop en r&b op een pulserend ritme zodanig te versnellen, dat vocalisten soms als Mickey Mouse gingen klinken.

„Mijn vorm van dance, die cross-over tussen hiphop, dance en Nederlandse bliepjeshouse uit de jaren negentig, hoor je nu in bijna elke grote popplaat terug. Ik ben er het bekendst mee en het is leuk dat iedereen mijn stijl probeert na te maken. Maar mijn muziek komt ook weer ergens anders vandaan. En dit gaat ook weer voorbij.”

Maar op dit moment is de invloed van Afrojack groot. Hij herinnert zich hoe hij vorig jaar met Guetta, wegbereider van het succes van Europese dance in de VS, en will.i.am van The Black Eyed Peas in Guetta’s studio op Ibiza zat. „Alle drie met een laptop op een kratje en een magische usb-stick die rondging, terwijl we steeds iets toevoegden.” Zijn belangrijkste bijdrage was „het niveau van het geluid; daar zijn David en will.i.am nog niet zo handig in. Ik begrijp heel goed hoe ik het geluid van de climax in dance groot en dik kan maken.” En het is die climax waar de Amerikaanse popsterren massaal naar op zoek zijn.

Zelf leerde Afrojack van Guetta, met wie hij inmiddels talloze nummers en remixen produceerde, „het werken met melodieën en akkoorden, het schrijven van liedjes”. Want dat moet het volgende hoofdstuk van zijn verhaal worden: promoveren van de clubs naar de concertzalen. Hij wil niet alleen als dj willekeurige massa’s oppeppen, maar zijn eigen megashow uitventen met lichten, filmpjes en gastartiesten. „Ik wil mijn fans een trip geven zoals Daft Punk doet, met een combinatie van geluiden en climaxen die je niet zomaar van iTunes af kunt halen. Je ging toch vroeger ook niet naar een optreden van Michael Jackson om hem stil achter een microfoon Billy Jean te horen zingen; je wilt dans, show en passie.”

Maar eerst trekt de veelgevraagde dj uit Spijkenisse de komende maanden de wereld rond. Soms voor torenhoge gages. Jasja Heijboer: „Dat kan drie, vier keer modaal zijn op een avond.” Afrojack: „Hoeveel is modaal?” Heijboer: „Ongeveer 30.000 euro…” Afrojack: „Dus nog wel meer, dan.” En meestal met een privévliegtuig. „Ik betaal voor een privéjet soms 50 tot 60 procent van wat ik met draaien verdien, maar dan ben ik wel goed uitgerust wanneer ik aankom. En wanneer ik in mijn hoofd rust heb, kan ik in het vliegtuig goed muziek maken.”

Het belangrijkste is dat hij zijn tijd zo goed mogelijk blijft inzetten, zegt de muziekmiljonair. Vanaf het moment dat Afrojack op zijn elfde de productiesoftware FruityLoops downloadde, nadat hij tijdens breakdancen in een wijkcentrum een paar remixen had gehoord, heeft hij al zijn vrije tijd in de muziek gestopt.

„Ik ben geen groot talent”, vindt Afrojack zelf, „maar wanneer je zoals Ronaldinho elke dag vijf uur lang een voetbal hooghoudt in de garage en met een voetbal naar bed gaat, kun je de bal op een gegeven moment op je neus balanceren. Dit is wat ik leuk vind en ik heb maar één leven, dus ik zorg dat ik al mijn tijd gebruik om het zo goed mogelijk te doen.” Hij pauzeert even. „Het is me wel gelukt.”

Afrojack is volgende week te zien tijdens Amsterdam Dance Event: op 20 oktober staat hij met zijn eigen feest Jacked in club AIR. Op 21 oktober met David Guetta in club The Sand en op de 22ste met andere dj’s op Kings of Ace, in The Sand. Meer informatie: amsterdam-dance-event.nl.

Met deze wereldsterren werkte Afrojack samen