De overheid pakt kinderporno niet goed aan

De overheid doet te weinig om seksueel geweld tegen kinderen aan te pakken, zegt Corinne Dettmeijer.

Want kinderporno is meer dan criminaliteit op internet.

Nederland, Eindhoven, 2009 verhoorstudio bij politie zedenzaken Eindhoven. tekeningen van een blote jongen en meisje met een rood kruisje op de plek van de genitaliën, poppen, knuffeldieren Foto: Jos Lammers/Hollandse Hoogte Jos Lammers/Hollandse Hoogte

Door Annemarie Kas

Beeld betekent bewijs. Als er íets is wat de Amsterdamse zedenzaak pijnlijk duidelijk heeft gemaakt, is het dat wel, zegt Corinne Dettmeijer-Vermeulen. „Bij seksueel misbruik is bewijs vaak het probleem. Zonder bewijs geloven ouders kinderen niet. Omdat het kinderen zijn, of omdat ze niet wíllen geloven dat het gebeurt. Deze zaak heeft helaas geleerd: je ziet het, dus het misbruik heeft plaatsgevonden.”

Eén foto van een misbruikte peuter leidde van de Amerikaanse politie naar de arrestatie van crèchemedewerker Robert M., december vorig jaar. De politie haalde 46.000 foto’s en ruim 3.600 filmpjes van misbruik met zeer jonge kinderen boven water. Van 103 kinderen deden de ouders aangifte van misbruik tegen Robert M. Hij is hoofdverdachte, maar tien van zijn contacten werden ook opgepakt, onder wie M.’s partner Richard van O.

Zo bezien is de digitalisering een kans om kinderpornografie en seksueel misbruik te bestrijden, zegt Corinne Dettmeijer. Maar, zegt zij ook, dan moet het kabinet zijn aanpak wel fundamenteel veranderen. Dettmeijer is Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Kinderpornografie. Gisteren overhandigde zij haar eerste én laatste rapportage over kinderpornografie aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA).

Een integrale aanpak van kinderpornografie ontbreekt momenteel, stelt u vast.

„Dat klopt. Het ministerie van Veiligheid en Justitie is wel al redelijk actief op dit gebied. De politie heeft bijvoorbeeld een korpsmonitor kinderporno en teams die bezitters van kinderpornografie opsporen. Maar: we hebben ook gekeken naar wat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doet. En daar gebeurt niets aan preventie, hulpverlening of signalering op het gebied van kinderporno.”

Kinderpornografie is tegenwoordig toch ook vooral digitaal?

„Dat is zo. Maar de overheid ziet kinderpornografie momenteel alléén als cybercrime, als criminaliteit op internet. Terwijl ik vind dat zo’n justitiële aanpak niet voldoende is. Ik zie het zo: kinderpornografie is seksueel geweld tegen kinderen, vastgelegd op beeld. Op plaatjes, foto’s en films. De schade voor slachtoffers is groter als het misbruik is vastgelegd dan wanneer dat alleen feitelijk heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk zwerven die beelden voor eeuwig op internet rond. Het slachtoffer moet dus leven met een permanente traumatische ervaring. Als iemand tegen een slachtoffer van kinderpornografie zegt, ‘Hé, ken ik jou niet ergens van?’, dan heeft dat een totaal andere lading dan bij ieder ander die zoiets niet is overkomen. Daar moeten hulpverleners rekening mee houden, maar die zijn daar totaal niet op ingespeeld.”

Heeft het u verbaasd dat een complete aanpak ontbreekt?

„Ja. Bij de aanpak van loverboys en bij huiselijk geweld werken de ministeries van Volksgezondheid en Justitie ook gewoon samen. Maar bij aanpak van kinderpornografie zie ik vooral incidentenpolitiek. Er is één keer een Nationaal Actieplan ‘Aanpak seksueel misbruik van kinderen’ geweest, maar dat is in 2002 een stille dood gestorven.

„Helaas staat vast dat kinderen slachtoffer worden van seksueel geweld: in de pleegzorg, in de kerk, in de sportwereld. De cyberwereld hoort daar ook bij. Het is niet van deze tijd om geen digitaal referentiekader te hebben. Kijk naar de cijfers: uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de jongens online wel eens is gevraagd om iets seksueels te doen, tegenover 57 procent van de meisjes.”

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) kondigde aan dat er een landelijke stuurploeg kinderporno komt. Heeft dat zin, als de vorm van de aanpak niet verandert?

„Het is goed dat er extra aandacht voor kinderpornografie komt, maar meer van hetzelfde levert ook alleen meer van hetzelfde op. Bij Justitie moet de prioritering ook beter. De prioriteit van de politie ligt wel bij het opsporen van daders en slachtoffers, maar de praktijk pakt meestal anders uit.

„Als er een lijst binnenkomt uit Spanje met de creditcardgegevens van tweehonderd Nederlanders die op een commerciële site kinderporno hebben gedownload, dan móét de politie daar iets mee. Dan rechercheert de politie niet vaak genoeg verder door naar dader en slachtoffers.”

Wat adviseert u?

„Een integrale aanpak. De constante zorg van de overheid zou moeten zijn: seksueel geweld tegen kinderen willen we niet. En daar hoort kinderpornografie bij, want kinderpornografie is altijd een vorm van seksueel misbruik. Elke instantie die met seksueel geweld tegen kinderen te maken krijgt, moet zich van de digitale component bewust zijn. Als de politie ontucht vaststelt, hup, laat gelijk de computer in beslag nemen. Dat gebeurt nu niet standaard. En ook de meldpunten voor kindermishandeling en jeugdzorg moeten oog hebben voor de digitale signalen, en bijvoorbeeld controleren of van het misbruik beelden zijn gemaakt.”

U zegt ook dat er onafhankelijke monitoring moet komen. Dat doet u toch zelf, als onafhankelijk rapporteur?

„Ik heb geschreven dat dit mijn eerste en mijn laatste rapportage is. Want als het kabinet kinderpornografie serieus wil nemen, moeten de ministeries het probleem zien als onderdeel van seksueel misbruik van kinderen. Die monitoring zou dus moeten gelden voor de gehele aanpak van seksueel misbruik, niet alleen op de aanpak van kinderpornografie. Zoals wij nu alleen naar kinderporno onderzoek hebben gedaan, dat kan niet nog eens. De aanpak moet echt anders. En ik kan me niet voorstellen dat het kabinet niets met deze aanbeveling doet.”

    • Annemarie Kas