Dalende ster Iran valt verder door 'complot'

Of het waar is of niet, het gemelde Iraanse complot om de Saoedische ambassadeur in Washington te vermoorden voert de al bestaande spanningen tussen de twee regionale en religieuze mogendheden nog verder op.

Iran zweert bij hoog en bij laag dat het onschuldig is. Maar voor Saoedi-Arabië en zijn sunnitische bondgenoten is het shi’itische Iran, dat mogelijk ook al kernwapens ontwikkelt, een doodeng land en is dit precies wat je van Teheran kan verwachten.

„Het bewijs is overweldigend”, zei prins Turki al-Faisal gisteren. Prins Turki is chef van de Saoedische inlichtingendiensten en ambassadeur in Washington geweest. Hij geldt als een duif en zijn omarming van de Amerikaanse beschuldigingen geeft de diepte van de anti-Iraanse gevoelens in Saoedi-Arabië aan.

Saoedi-Arabië en en de andere Arabische Golfstaten zien in elke shi’iet een Iraanse opruier. Vorige week nog stelde de Saoedische regering een niet-genoemde buitenlandse mogendheid – codewoord voor Iran – verantwoordelijk voor shi’itische protesten in de Oostelijke provincie die uitliepen op onlusten.

De democratiseringsbeweging van de shi’itische meerderheid in Bahrein is wat de Arabische Golfstaten betreft onderdeel van een Iraans offensief om via Bahrein op te rukken op Arabisch terrein. Eerst Bahrein, dan de brug over en infiltreren bij de Saoedische shi’ieten, die zich net als de geloofsgenoten in het buurland tweederangsburgers voelen, en dan verder. Irak wordt tegenwoordig ook al door de shi’ieten geregeerd. Geen wonder dat de Saoedische koning Abdullah volgens een WikiLeakstelegram in 2008 de Amerikaanse regering opriep „de kop van de slang af te hakken”. De boodschapper was dezelfde Saoedische ambassadeur, Adel al-Jubeir, die doelwit was van het gemelde Iraanse complot.

Aan de onderlinge spanningen ligt de eeuwenoude shi’itisch-sunnitische tweespalt ten grondslag. Voor de sunnitische meerderheid in de Arabische wereld zijn shi’ieten ketters; voor de radicaalste sunnitische geestelijken in Saoedi-Arabië zijn het sprinkhanen die moeten worden verdelgd. Tot woede van de Saoediërs presenteerde de shi’itische geestelijkheid die in 1979 in Iran aan de macht kwam, zich openlijk als uitdagers van hun leiderschap over de islamitische wereld.

De machtspositie van Iran in de regio werd aanzienlijk versterkt doordat de Verenigde Staten de Talibaan in Afghanistan (2001) en Saddam Hussein in Irak (2003) elimineerden, de aartsvijanden die de islamitische republiek indamden. Koning Abdullah II van Jordanië trok in 2004 de aandacht met zijn emotionele waarschuwing voor een „shi’itische halve maan”, een door Iran gedomineerd machtsblok met Irak en Syrië, met Hezbollah in Libanon en het Palestijnse Hamas in de Gazastrook als vooruitgeschoven posten.

Het niet-Arabische Iran maakte zich ook populair bij de Arabische bevolkingen, met zijn harde uitspraken tegen Israël en voor de Palestijnen terwijl de Arabische autocraten zich in Washington geliefd hielden door anti-Israëlische en pro-Palestijnse gevoelens te onderdrukken.

Maar recente opiniepeilingen geven aan dat te midden van de Arabische opstanden de Iraanse ster bij de Arabische burgers de laatste tijd snel is gedaald. En in het algemeen verliest Iran op het moment terrein in de Arabische wereld.

Het Syrische leiderschap, dat Iran als enige Arabische regime door de jaren heen steunde, wordt volledig in beslag genomen door een volksopstand. Als een pro-Saoedisch sunnitisch bewind in Syrië aan de macht zou komen, wat niet uitgesloten is, zou dat een zware slag zijn voor het islamitische bewind in Teheran.

De tegenslag in Syrië wordt slechts deels gecompenseerd in het buurland Irak, waar Iran veel politieke en economische invloed heeft. In Irak heeft Iran ook nog te maken met aanzienlijke Amerikaanse invloed en met actieve tegenwerking van Saoedi-Arabië, dat niets moet hebben van de shi’itische machtsovername in Bagdad. Iraanse steun voor shi’itische milities wordt gecompenseerd met Saoedisch geld voor sunnitische strijdgroepen. De val van de vijandige Egyptische president Mubarak heeft Iran bovendien geen betere relaties met Kairo opgeleverd.

Tegelijk verzwakt Iran door de Amerikaanse, Europese en internationale sancties die zijn bedoeld om het te dwingen op te houden met het verrijken van uranium. Er is al jaren geen sprake meer van internationale investeringen in zijn belangrijke gas- en olie-industrie en zijn internationale verbindingen worden steeds meer afgeknepen. Zijn nationale scheepvaartmaatschappij staat op de sanctielijst, en Iran Air kan nauwelijks meer vliegen. Doordat Saoedi-Arabië op westers aandringen zijn olieproductie opvoerde, kwamen de olieprijzen dit jaar onder druk te staan wat Iran, dat niet in staat was zijn productie uit te breiden, inkomsten kostte.

Onder de omstandigheden zal het Congres vermoedelijk geen blokkade opwerpen voor de levering van Amerikaanse wapens aan Bahrein, die de regering vorige week heeft aangekondigd. Tegelijk wacht de grootste Amerikaanse wapendeal ooit, vliegtuigen en andere wapensystemen ter waarde van 60 miljard dollar, met Saoedi-Arabië op uitvoering. Onder westerse druk ziet Iran intussen de ene wapenleverancier na de andere afvallen.

Iran hoopt dat de storm overwaait; minister van Buitenlandse Zaken Salehi zei gisteren dat de betrekkingen met Saoedi-Arabië goed zijn. Maar de Saoediërs zijn duidelijk niet van plan het hierbij te laten. De Saoedische regering kondigde gisteren „beslissende stappen” aan om „een eind te maken aan de ondermijning van de stabiliteit van het koninkrijk, de bedreiging van zijn veiligheid en de opruiende activiteit onder de bevolking” Riad ziet zijn kans schoon Iran in een hoek te drijven.

    • Carolien Roelants