Dagestan

Bij het eerste gesprek was ze erg nerveus, een oma van 71 jaar. Na een glaasje water en een uit Rusland meegenomen pilletje ging het beter. Samen met haar kleinzoon Igor van 17 was ze uit Dagestan gevlucht, vijf dagen in een vrachtauto. Over de reisroute konden ze niets vertellen, ze mochten de wagen niet uit. Volgens hun verklaringen hadden ze het moeten doen met een matras, een paar dekens en een emmer. Eten en drinken hadden ze zelf moeten meenemen. Ze waren gevlucht omdat haar schoonzoon, de vader van Igor, vermoord was door Wahabisten, een opstandige sekte die mannen ronselde voor terreuraanslagen. Hij had geweigerd. In het mortuarium had ze hem moeten identificeren en kort daarna hadden de Wahabisten haar thuis bezocht en bedreigd. Haar schoonzoon wilde zich niet aansluiten? Dan haar kleinzoon. Om hun dreigementen kracht bij te zetten, hadden ze haar meegenomen naar een bos, waar twee mannen die ook niet wilden meewerken in haar bijzijn werden geëxecuteerd.

Een paar dagen later sprak ik hen weer. Ze wilden een andere advocaat. De huidige advocaat had gezegd dat ze met hun verhaal geen schijn van kans maakten op asiel.