China ondermijnt de eigen geloofwaardigheid

De aandelenkoersen sprongen drie jaar geleden met 10 procent omhoog toen China aankondigde bankaandelen te gaan opkopen op de open markt. Maandag gaven ze echter nauwelijks krimp toen China met een soortgelijke bekendmaking kwam. Het verschil zit in de geloofwaardigheid. Een aanhoudende financiële crisis heeft aangetoond dat regeringen in de hele wereld slechts in beperkte mate in staat zijn orde op zaken te stellen.

Voor Beijing staat er veel geloofwaardigheid op het spel. De economie van het land groeit al tientallen jaren lang met bijna dubbele cijfers. China is er ook in geslaagd de eerste golf van de mondiale financiële crisis beter te doorstaan dan de meeste ontwikkelde landen. In 2008 werden de aandelenaankopen gevolgd door een fiscaal stimuleringspakket van 585 miljard dollar. De bbp-groei liep nauwelijks terug, ondanks een scherpe daling van de export naar de ontwikkelde landen.

Maar net als de meeste extreme fiscale en monetaire maatregelen hadden de Chinese impulsen ook nadelen. De stortvloed aan geld liet kapitaal op de verkeerde plek terechtkomen, bevorderde de speculatie in vastgoed, voedde schimmige niet-bancaire kredietverleners en wakkerde de inflatie aan. Nu vrezen beleggers, die er niet langer zeker van zijn dat de overheid alles onder controle heeft, dat nog meer stimulering de financiële spanningen alleen maar zal verergeren.

China is een laatkomer als het gaat om de wereldwijde trend dat officiële geloofwaardigheid teloor gaat. Na vier jaar aanhoudende financiële crises en teleurstellende groei in ontwikkelde landen is het voor beleggers – en kiezers – moeilijk om nog geloof te hechten aan officiële beweringen dat een gezonde orde snel zal worden hersteld. De ontwikkelingslanden kenden minder problemen, maar China heeft het voorbeeld gevolgd van Brazilië, dat buitenlandse kapitalisten heeft ontmoedigd met herhaalde pogingen om de waarde van zijn munt te controleren.

De Chinese autoriteiten hebben het om twee redenen lastig. In de eerste plaats proberen ze het te veel belangen naar de zin te maken. Er worden diverse beloften gedaan om het rijken, armen, zakenmensen, bankiers en buitenlandse beleggers te vriend te houden. Die kunnen niet allemaal tevreden worden gesteld, dus iedereen voelt zich een groot deel van de tijd in de steek gelaten. In de tweede plaats zijn ook de deskundigen ten einde raad. Niemand weet hoe je economieën van hun schuldenlast kunt ontdoen en weer in evenwicht kunt brengen, zonder grote ontwrichtingen te veroorzaken in de handel, investeringen en werkgelegenheid. De autoriteiten rijden in het donker zonder koplampen.

Het is buitengewoon jammer dat hun geloofwaardigheid verloren is gegaan. Want deskundigen weten dat voorspoed veel moeilijker te behouden is als regeringen als ongeloofwaardig worden beschouwd.

Edward Hadas en John Foley

Vertaling Menno Grootveld