Brommende stemmen en regengeluid

De voorman van Tinariwen diende ooit in een trainingskamp van Gaddafi. Daar leerde hij gitaar spelen, op een plank met snaren.

In hun Amsterdamste hotel drinkt Eyadou Ag Leche, bassist van de band Tinariwen, een glas jus d’orange. Hij mist de kamelenmelk van thuis, zegt hij. Vijf tot tien liter per dag drinkt hij normaal gesproken. Het gebied in Noord-Afrika waar Ag Leche en de andere muzikanten van zijn band als nomaden doorheen trekken, is droog. „Vaak is er geen water, kamelenmelk is dan ons eten en drinken tegelijk”, zegt hij. „Het maakt sterk en fit. En niet dik, er zit maar 5 procent vet in.”

De leden van Tinariwen zijn Toeareg, een nomadisch Berbervolk. De band bracht onlangs een vijfde cd uit met daarop, zoals ze noemen ‘Toearegmuziek’. De nieuwe cd, Tassili, blinkt uit in ingetogen samenspel: hypnotiserend is de manier waarop af en aanzwellende tabla’s en ‘droog’ klinkende gitaren samensmelten met brommende oude mannenstemmen die met kleine fluctuaties in toonhoogte de woestijn bezingen (‘The desert is mine/ Tenere, my homeland. [...] The desert is hot/ and its water hard to find’, uit Jealous Desert). Door de rustige cadans en het sonore geluid ontstaat een illusie van uitgestrektheid. Dat beeld past bij de foto’s van de muzikanten in hun thuisland, te zien op de cd-hoes.

Eyadou Ag Leche speelt sinds 2001 in het inmiddels zevenkoppige gezelschap. Ag Leche is jonger dan de meeste anderen en zorgde voor vernieuwing in de band door de basgitaar te introduceren. Die interesse in basgitaar ontstond door het luisteren naar reggae, van onder meer Bob Marley. „Ik heb een nieuwe basstijl ontwikkeld. Jonge mensen die nu ook Toearegmuziek maken, proberen bas te spelen zoals ik.” Zijn band heeft succes in het Westen, tourt door Amerika en West-Europa, en op de nieuwe cd zijn gastbijdragen te horen van Tunde Adebimpe en Kyp Mylone, respectievelijk zanger en multi-instrumentalist van de populaire New Yorkse artband TV On The Radio. Toch hield de muziek van Tinariwen haar inheemse stijl. Voor Ag Leche is dat vanzelfsprekend. „Onze cultuur is als moedermelk. Als je het drinkt, maakt het voor altijd deel van je uit. Ik neem graag kennis van andere muzieksoorten, maar niet om het vervolgens te imiteren. Het brengt me op nieuwe ideeën. Bijvoorbeeld om bepaalde emoties ook eens in de muziek te verwerken. Maar dan wel op onze manier.”

Het overheersende gevoel op de nieuwe cd lijkt neerslachtigheid, „Dat is typisch Tinariwen: altijd twee richtingen: vrolijk en pijnlijk. Op deze cd overheerst het pijnlijke. Wij noemen het assouf, ons woord voor blues.” Waarover gaan de liedjes? „In de eerste plaats bekommeren we ons over ons eigen volk, de Toeareg van Libië, Mali, Niger, Algerije en Burkino Faso. Ten tweede voelen we ook de ademhaling van de wereld. Ik zie overal oorlog; échte oorlog of strijd om eten, om een behoorlijk bestaan.”

Tinariwen-voorman Ibrahim Ag Alhabib, nu 52, diende begin jaren tachtig in een trainingskamp van Gaddafi. Daar leerde hij omgaan met wapens maar vooral leerde hij gitaar spelen op een plank met daarop een paar snaren. Met mede-Toeareg Alhassane Ag Touhami, die hij in het kamp leerde kennen, richtte hij Tinariwen op. Maar de dagen dat Ag Alhabib en Ag Touhami met een kalasjnikov onder de ene arm en een Stratocaster onder de andere ten strijde trokken zijn voorbij. Tinariwen is nu een internationaal geprezen band én een instituut in de Toeareg-gemeenschap. Als de Toeareg ergens vertegenwoordigd moeten worden, treedt Tinariwen op als een alternatief staatshoofd. „We zijn een soort ambassadeur van de Toeareg. Wij verbreiden kennis over ons volk, en dat helpt de Toeareg-zaak.”

De muziek ontstaat tijdens de trektochten door de woestijn, op akoestische instrumenten, bij het licht van de sterren. „Daar, in de woestijn, nemen we de nummers op. Niet in de studio. Het geluid dat je hoort aan het eind van Tenere Taqqim Tossam is regen, de eerste in vijf jaar die in Zuid-Algerije viel. De open lucht is voor ons de beste studio. Het is een pure omgeving, met af en toe geluiden van dieren of wind, zonder afleiding zoals telefoon. Voor het mixen ben ik na afloop naar een studio gegaan, in Parijs.”

De muzikanten van Tinariwen trekken rond, ieder met de eigen uitgebreide familie van zo’n twintig tot dertig mensen. Het leven schikt zich naar de seizoenen. De nomaden zoeken voedsel voor het vee, trekken, wonen in tenten, vervoeren zich op de kamelen. Per groep is er een auto, om boodschappen mee te doen en voor noodgevallen.

Op bezoek in Amsterdam mist Eyadou Ag Leche de kamelenmelk. En andersom, als hij thuis zijn, mist hij dan iets? Hij schudt zijn hoofd, hij heeft hier niets wat hij thuis ook zou willen. Geen huis, geen elektriciteit. Maar hij mist soms sommige mensen als hij daar is, zegt Ag Leche. „Vrienden uit Parijs of Amerika, die zou ik bij me willen hebben, daar in de woestijn.”

‘Tassili’ is nu uit bij V2. Optreden: 18/10 Paradiso, Amsterdam.