Ambachtelijk gepruts en geklooi

Maker Faire is een kruising tussen een hobbybeurs en een kunstexpositie.

Het gaat niet om een gelikt eindresultaat, maar om originaliteit en ambachtelijkheid. Twee voorbeelden.

Bij binnenkomst komt de geur van soldeertin je tegemoet, het gebliep van computers en het geratel van toetsenborden. Wie verder loopt, stuit op dansende robots, zelfgebouwde 3D-printers die een afgietsel van je gezicht kunnen printen, en twintig stuurloos ronddolende stofzuigrobots. „We krijgen ze niet aan de praat”, zegt een jongen achter een toetsenbord laconiek.

Welkom op de Maker Faire, afgelopen zaterdag voor het eerst in het gebouw van het Noord Nederlands Toneel in Groningen. Het is een kruising tussen een hobbybeurs en een kunstexpositie – knutselaars met de anarchistische instelling van computerhackers. Apparaten zijn er om naar eigen inzicht te slopen en om te bouwen, liefst met goedkope onderdelen, veel onderlinge uitwisseling en met een voorkeur voor licht absurde ontwerpen.

Niet de geliktheid van het eindresultaat telt, maar originaliteit en de ambachtelijkheid van het gepruts en geklooi. De Maker Faire komt uit de VS. De beweging is zichtbaar door faires (het oud-Engelse faire geeft de markt een ambachtelijk tintje) en het doehetzelfblad Make. En wordt gesteund door internet- en technologiegoeroes die creativiteit als kern van technologie zien.

Een echte maker-klassieker, poëtisch in zijn nutteloosheid, is bijvoorbeeld het sigarenkistje met slechts één uitnodigende schakelaar. Zodra je die naar boven knipt, komt er een metalen armpje naar buiten dat de schakelaar resoluut weer naar beneden klapt. Dit apparaat kan maar één ding: zichzelf uitzetten.