Alleen laten

Toen ze met haar vader binnenkwam, dacht ik: 14, 15 jaar. Ze was een pronte verschijning. Uit de papieren bleek dat ze 11 jaar was. Ze was in de Kongo geboren en had een paar jaar bij een oom in Frankrijk gewoond. Kort geleden was haar vader daar achtergekomen en had haar, met toestemming van een Franse rechter, meegenomen naar Nederland.

Ze liep direct naar het poppenhuis en wilde eerst niet bij ons komen zitten. Maar het ging om háár: haar vader had sinds 2002 een verblijfsvergunning in Nederland. Vragen werden met een nors zwijgen beantwoord, behalve toen het over school ging, toen was ze een niet te stuiten spraakwaterval. In Frankrijk was ze naar school geweest en wanneer kon dat hier?

In afwachting van de behandeling van haar asielaanvraag was ze samen met haar vader op een kamer ondergebracht. Haar vader zei dat hij overmorgen weer bij zijn baas werd verwacht. Maar hoe moest dat nu? Hij kon haar hier toch niet alleen achterlaten? En met zo’n zevenhonderd medeasielzoekers, het merendeel jong, mannelijk en alleenstaand, kon ik me zijn zorgen voorstellen.

Zijn werkgever gebeld. Ze waren zeer over hem te spreken, maar overmorgen moest hij echt weer beginnen. Anders namen ze een ander.