zien hun sterke positie bedreigd Big Four

De accountant ligt onder vuur. Door schandalen en kredietcrisis nam de kritiek op zijn rol in het bedrijfsleven fors toe. De politiek wil nu splitsing van zijn controle- en advieswerk.

Amsterdam 11-10 2011 Deloitte Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Twee weken geleden. Paniek bij de Big Four, de vier grootste accountantskantoren ter wereld: PWC, Deloitte, Ernst & Young en KPMG. Aanleiding: vanuit Brussel lekten berichten uit dat Europees commissaris Michel Barnier (Interne Markt) vasthoudt aan zijn voornemen om de Europese accountants stevig aan te pakken.

De strikte maatregelen zullen vooral de Big Four raken: grote multinationals moeten voortaan verplicht elke negen jaar wisselen van de externe accountant die de jaarrekening controleert; het invoeren van gezamenlijke controle van die boeken door teams van twee firma’s tegelijk en – het meest ingrijpend – het verplicht opsplitsen van die kantoren die al jaren naast hun accountingactiviteiten een bloeiende en lucratieve adviespraktijk voeren.

De accountant heeft het zwaar. Hij heeft al niet het meest sexy vak ter wereld, en nu ligt hij nu ook nog eens onder vuur van toezichthouders en politici, die willen dat zijn beroep aanmerkelijk saaier wordt.

„Nieuwe regelgeving kan afbreuk doen aan de kwaliteit van de wettelijke controle, kan de aantrekkelijkheid van het accountantsberoep verminderen”, schrijft PWC in onlangs verschenen transparantieverslag. Om daar als onverholen waarschuwing aan toe te voegen: „En kan – in het uiterste geval – de houdbaarheid van ons businessmodel aantasten of onmogelijk maken”.

De plannen van Barnier komen bovenop een structureel probleem van de grote kantoren: hun inkomsten lopen al jaren terug. Eind september publiceerden drie van de vier grote Nederlandse firma’s hun resultaten over het boekjaar 2010-2011, Deloitte, PWC en Ernst & Young. Algemeen beeld: sinds het piekjaar 2007-2008 zijn omzet en winstgevendheid van de grote kantoren enorm teruggevallen.

Bij PWC, met ruim 664 miljoen euro de grootste van de vier, is de omzet in de afgelopen vier jaar met ruim 14 procent gedaald, de winst met ruim 26 procent. Bij Deloitte daalde zowel omzet als winst met ongeveer 16 procent. Ernst & Young, waar ex-premier Jan Peter Balkenende in april als partner aanschoof, liep op de drie klassieke diensten (accounting, belastingadvies en consultancy) bijna 7 procent in omzet terug. De winstval viel met min 2 procent mee.

Dat de omzet ten opzichte van het vorige boekjaar (2009-2010) bij PWC en Ernst & Young slechts licht daalde (2 tot 3 procent) vinden beide kantoren bevredigend. „Nagenoeg gehandhaafd in een volatiele markt”, noemt bestuursvoorzitter Pieter Jongstra van Ernst & Young dat. Zijn confrère bij PWC, Robert Swaak: „Vergeleken met de markt mogen we niet geheel ontevreden zijn.”

Maar hoe die markt het als geheel dan doet en hoe die te definiëren is, kunnen beide bestuurders niet precies zeggen. Jongstra houdt het erop dat Ernst & Young bij recente onderzoeken onder zowel grote bedrijven (de cliëntèle) als afgestudeerden (nieuwe rekruten) onverminderd populair is.

Voor KPMG is de balans nog niet helemaal op te maken. De nieuwe werkkring van oud-minister Wouter Bos presenteert zijn jaarcijfers pas in december. Voor dit jaar, zo wil bestuurslid Jan Gijsbert Bakker vast verklappen, zal de omzet in Amstelveen tegen de trend in met 2 procent groeien. Maar de ontwikkeling op de middellange termijn is hetzelfde: sinds 2008 liep de omzet met ruim 11 procent terug, de winst met bijna 9 procent.

„Grosso modo volgen wij de algehele economische ontwikkeling”, verklaart Cees de Boer, financieel bestuurder van Deloitte, de enorme terugval sinds de kredietcrisis van 2008. „In de recessie die volgde is een aantal grote klanten acuut op de rem gaan staan, met name bij de overheid en uit de financiële sector.” Dat bracht in één klap een enorme volumedaling teweeg. „En toen zij na 2009 langzamerhand terugkwamen, eiste men fors lagere tarieven.”

Volgens PWC is ook de uittocht van hoofdkantoren uit Nederland debet aan de verkleining van de markt voor Nederlandse accountants en belastingadviseurs. Robert Swaak: „Daarmee verdwijnt ook het vaak complexe werk dat voor hoofdkantoren wordt gedaan naar het buitenland. Denk aan Numico, Corporate Express en de energiesector. Dat zijn filialen zijn geworden.”

Nog een domper, zegt Swaak, was de politieke crisis van begin 2010. „Direct na de val van het kabinet zetten grote ministeries en de belastingdienst grote opdrachten ogenblikkelijk stop. Ze huurden geen nieuwe consultants meer in. Vervolgens presenteerde het nieuwe kabinet een omvangrijk bezuinigingsprogramma.”

Eind deze maand praat diezelfde overheid op het hoogste niveau over de toekomst van de grote vier kantoren – althans zo voelen ze dat. Minister Jan Kees de Jager van Financiën praat met de Tweede Kamer over de toekomst van het accountantvak in Nederland. Het parlement neigt er in meerderheid naar de vergaande voorstellen vanuit Brussel te steunen, of zelfs te verscherpen.

PvdA-Kamerlid Ronald Plasterk kwam begin dit jaar met een notitie getiteld ‘De accountant na de crisis’. Daarin pleit hij onomwonden voor een verbod op de combinatie boekencontrole en commercieel advieswerk bij een zelfde klant. En hij wil dat grote bedrijven verplicht elke zes jaar een ander accountantskantoor inhuren, om te voorkomen dat „men blind wordt voor fouten, of korter door de bocht gaat controleren”.

De Jager wil zo ver niet gaan. Hij liet al in een schriftelijke reactie weten, zowel op de notitie van Plasterk als op de plannen van Barnier, dat bestaande wetten en regels „voldoende ruimte bieden voor verbetering van kwaliteit van de accountantsfunctie”.

De minister volgt hiermee het standpunt van brancheorganisatie NBA, die volgens hoogleraar accountancy Marcel Pheijffer van Nyenrode Bussiness Universeit „in het verleden vooral oog had voor de belangen van de vier grote kantoren”. Terwijl de voorstellen van Barnier, die Pheijffer heeft ingezien, „vooral kansen scheppen voor de middelgrote en kleinere firma’s”.

De Grote Vier zijn unaniem in hun veroordeling van de plannen van de eurocommissaris. Rode lijn in hun bezwaren: Barniers voorgenomen maatregelen komen de kwaliteit van de accountancycontrole niet ten goede, ze maken deze noodzakelijke dienst te kostbaar voor de klant en ze lossen niet de problemen op, die Barnier juist beoogt aan te pakken.

Na het uitbreken van de kredietcrisis verhevigde zich de maatschappelijke kritiek die al op de sector was losgebroken na de boekhoudschandalen van begin deze eeuw. Dit keer hadden accountants de risico’s van giftige hypotheekleningen en ingewikkelde bankproducten niet gesignaleerd – een verslapping die zou zijn ontstaan doordat ze te close waren geworden met hun cliënten, waar ze vaak al decennialang de boeken van controleerden. En het bekende kwartet zou een veel te dominante positie hebben op de markt.

Met name tegen het voornemen om de grote kantoren de facto op te splitsen, door te verbieden accountancy te combineren met consultancy, heerst grote weerstand. Ook hier met als voornaamste argument: het verlies aan kwaliteit.

Pieter Jongstra van Ernst & Young: „Barnier gooit er expertise mee weg die hard nodig is voor een goede controle van de jaarrekening. Denk aan ingewikkelde kennis van pensioenen, van ict-projecten, van internationale boekhoudregels of van fiscale kwesties. Een accountant heeft altijd een multidisciplinair team nodig.”

Hoogleraar Pheijffer vindt de kritiek van de grote kantoren op Barnier niet valide. „Na Enron en Ahold hebben ze verzuimd hun zwakheden zelf aan te pakken. En nu plengen ze krokodillentranen.”

De plannen waar ze nu mee schermen, zoals het Plan van Aanpak van de NBA, zijn volgens Pheijffer weliswaar nuttig maar niet meer dan een reparatie van de steken die ze eerder hebben laten vallen. En ze zijn niet vergaand genoeg. „Too little too late. Barnier wil nu doen wat de maatschappij al jarenlang roept, en wat in mijn ogen ook hoog nodig is.”

    • Philip de Witt Wijnen