Was ik maar het theater ingegaan

scene uit de film Habemus Papam (2011) FOTO: Cineart

Habemus Papam. Regie: Nanni Moretti. Met: Michel Piccoli, Jerzy Stuhr, Renato Scarpa. In: 22 bioscopen. ***

Het zal je maar gebeuren, gekozen worden als Christus’ plaatsbekleder op aarde. En dan, in Rome en elders, pleinen vol uitzinnige, met vlaggetjes zwaaiende gelovigen moeten toespreken. De Franse kardinaal ‘Melville’, een prachtige rol van Michel Piccoli, voelt zich er in de nieuwe film van Nanni Moretti Habemus Papam niet tegen opgewassen. Hij deinst terug voor het toespreken van de menigte op het moment dat hij aan de massaal toegestroomde gelovigen op het Sint Pietersplein zal worden voorgesteld. En hij slaagt er even later zelfs in uit het Vaticaan te ontsnappen. In burgerkleren dwaalt hij door de straten van Rome en peinst over de tijd dat hij in het theater wilde werken. De Kerk laat hij achter, pausloos, en stuurloos als hijzelf.

Habemus papam begint als een film met realistische pretenties. Gespeelde scènes – de onderlinge naijver in de vergadering van kardinalen in het Vaticaan die de paus uit hun midden moeten kiezen, een tv-verslaggever die zo dom is dat hij witte niet van zwarte rook kan onderscheiden – zijn verweven met journaalopnamen van het Sint Pietersplein na de dood van Johannes Paulus II in 2005.

Maar al vlug kent de film een stijlbreuk, want bij de schildering van het verloop van het conclaaf laat Moretti zijn fantasie de vrije loop en wordt de film een satire. De kardinalen van Moretti vormen een roddelziek, nogal kinderachtig groepje, waarin de – overigens niet-klerikale – chef public relations van het Vaticaan nog zo’n beetje de enige is die oog heeft voor de belangen van de Kerk als organisatie. Zoals wel vaker voorkomt bij organisaties waarin leiders door de leden uit hun eigen midden worden verkozen, gaan de meeste stemmen niet naar een van de favorieten, maar naar een onbekende, zwakke figuur die niemand als een bedreiging ervaart.

Michel Piccoli, inmiddels 85 jaar oud, redt de film. Met minimale middelen weet hij de twijfels, spijt en vervreemding van een oude man neer te zetten op een manier die de kijker nog lang heugt. Hij weet ook lang de spanning erin te houden: zal kardinaal Melville alsnog bezwijken voor de enorme druk die op hem wordt uitgeoefend en het ambt waarvoor hij zich niet heeft opgegeven, en waartoe hij zich niet in staat voelt, alsnog aanvaarden?

Alleen Piccoli maakt het al de moeite waard om Habemus papam te gaan zien. Nanni Moretti speelt in zijn eigen film een psychoanalyticus die te hulp wordt geroepen om de onwillige kardinaal op andere gedachten te brengen. Dat is geen eenvoudige taak, want het instrumentarium van de psychoanalyticus, de bestudering van de meer intieme kanten van iemands persoonlijkheid, is binnen de muren van het Vaticaan een volstrekt anathema.

Van een vertrouwelijk gesprek tussen psychiater en patiënt kan onder de omstandigheden geen sprake zijn. De curie blijft er waakzaam omheen zitten en grijpt in als de vragen al te persoonlijk worden. Zodat de psychoanalyticus, die evenmin als de kardinalen de Sixtijnse kapel uit mag zolang er geen nieuwe paus is, in arren moede maar zijn energie richt op de organisatie van een volleybaltoernooi, om de moed er in het gezelschap een beetje in te houden.

Het is allemaal wel grappig, maar ook niet meer dan dat. De films van Moretti hebben vaak een maatschappijkritische, politieke inslag, en kenmerken zich dan door een licht-ironische, onnadrukkelijke stijl, waarbij de filmer niet schroomt om zijn eigen directe ervaringen als mens in het geding te brengen.

Dat werkt heel vaak heel goed, bijvoorbeeld om de blinde wanhoop en bittere teleurstelling weer te geven die een fatsoenlijk, vredelievend mens bevangt als hij merkt dat een meerderheid van zijn landgenoten hun clowneske leider Berlusconi steunt.

Maar bij de bestorming van het bastion Vaticaan lijkt deze stijl toch minder goed te werken. Moretti laat de top van de Kerk zien als een betrekkelijk onbenullig groepje mannen. Maar omdat die Kerk in werkelijkheid natuurlijk wel degelijk een formidabele macht vertegenwoordigt in de wereld, slaat die onbenulligheid eigenlijk terug op zijn film. De Roomse Kerk verdient beter dan een tandeloze satire als deze. Dat er wereldwijd geen gelovigen te hoop lopen tegen vertoning van deze film spreekt dan ook boekdelen.

Raymond van den Boogaard