Waarom zo pissig op die plaszak?

De plaszak is niet ideaal. Maar het is een aanvaardbare oplossing. Beter dan een onbetaalbare verbouwing, betoogt Caspar Chorus.

De reacties op het plan van de NS om plaszakken in te zetten in wc-loze sprinters logen er niet om: parlementariërs zochten het in termen als „van de pot gerukt”, terwijl zelfs de minister liet weten dat ze in eerste instantie dacht dat het om een grap ging. Kranten en websites stonden vol van uiterst negatief commentaar. De NS liet bij monde van directeur Ingrid Thijssen weten dat de hoon die het bedrijf over zich heen kreeg, kwetsend is. En onterecht.

Wat opvalt is dat door de felste critici nauwelijks alternatieven worden aangedragen. Het is algemeen bekend dat het plaatsen van wc’s in sprinters tientallen miljoenen euro’s kost, en het wordt duidelijk dat in deze tijden niemand de suggestie durft te doen dat die investering de moeite waard is. Dat is op zich prima, maar het maakt de kritiek op de plaszak wel wat goedkoop.

Het lijkt erop dat Nederland zich met de kritiek op de plaszak aan het warmlopen is voor een nieuwe ronde ‘NS-bashing’. De blaadjes vallen en de eerste sneeuwbui kan eraan komen, dus iedereen weet dat voor de NS het uur van de waarheid nadert. Stel je voor: een sprinter loopt vast in een bevroren wissel, niemand wordt geïnformeerd, en de voorraad plaszakken blijkt niet toereikend! Voor de NS is dit een doemscenario. Maar het lijkt wel alsof de rest van Nederland zich nu al verheugt.

Maar wat is er nu eigenlijk mis met de plaszak? Toegegeven, ik zie zelf ook niet reikhalzend uit naar het moment waarin ik ervan gebruik moet maken, maar dan nog heb ik toch echt liever een plaszak dan helemaal niets.

De plaszak is een goedkoop alternatief voor een miljoenen verslindende ombouwoperatie. En daar vaar ik als NS-klant en belastingbetaler wel bij – de kosten van de ombouw zouden ongetwijfeld doorberekend worden in de prijs van mijn volgende jaartrajectkaart en het aan de schatkist uit te keren dividend.

Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over de problemen op het spoor van afgelopen winter, waar ik als deskundige aanwezig was, was mijn grootste kritiekpunt op de NS dat men zo bang was om fouten te maken: men verzuimde tijdens calamiteiten de reizigers informatie te geven, want die was mogelijk inaccuraat. Ik heb de NS herhaaldelijk aangeraden om zich ‘menselijker’ op te stellen, en te durven improviseren en naar buiten te treden met ‘second-best’ oplossingen, zoals imperfecte reizigersinformatie. Van NS’ers kreeg ik vaak te horen dat men dat niet durfde, omdat de publieke opinie zo negatief was dat elke fout zou worden afgestraft.

Toch begrijp ik het punt dat de NS toen maakte nu beter, en dit komt door de plaszakaffaire: er is een door de NS veroorzaakt probleem (geen wc’s in sprinters), de NS komt met een geïmproviseerde oplossing (de plaszak), en de reacties zijn overweldigend negatief. Ik kan wel raden wat de NS de volgende keer doet: helemaal niks, of voor zeer hoge kosten alle sprinters ombouwen. En het is duidelijk dat die twee ‘oplossingen’ minder effectief zijn dan de plaszak.

Het ziet er naar uit dat de NS het zwaar krijgt de komende maanden: de maatschappelijke weersverwachting is negatief. Onweer en harde wind staan klaar om toe te slaan. Ik hoop dat de NS desondanks zal blijven improviseren wanneer dat nodig is, ook wanneer het bedrijf een pleefiguur slaat in de media.

Caspar Chorus is universitair hoofddocent bij de sectie Transport en Logistiek van de TU Delft.