Trotse IJslanders dragen saga's mee als een tatoeage

IJslandse schrijvers doen het goed in het buitenland. De saga’s, die gaan over eeuwige thema’s en niet aan actualiteit hebben ingeboet, klinken door in hun romans.

Visitors pass huge screens which are part of an exhibition booth of Iceland, the guest of honour of this years book fair in Frankfurt, October 11 2011. The book fair will be opened later today and runs until Sunday, October 16 with its focal theme on the literature of Iceland. REUTERS/Kai Pfaffenbach (GERMANY - Tags: BUSINESS MEDIA SOCIETY) REUTERS

IJsland heeft nog niet eens half zoveel inwoners als de Duitse stad Frankfurt am Main, een schamele 320.000. Maar het brengt meer boeken naar de net geopende Frankfurter Buchmesse dan veel grotere landen. En het zorgt voor een paradox. IJsland is met zijn eeuwenoude maar nog steeds populaire saga’s en Edda’s naar Frankfurt gekomen – en tart daarmee de wetmatigheid dat de boekenbeurs het vooral van nieuwe ontwikkelingen moet hebben.

IJsland is eregast in Frankfurt. Halldór Gudmundsson, schrijver en organisator van de massale IJslandse aanwezigheid op deze grootste boekenbeurs ter wereld, moet lachen als hem wordt gevraagd of elke IJslander boeken schrijft. „Dat lijkt er wel op, maar de werkelijkheid is natuurlijk anders. Althans: een béétje anders. Want we zijn in ons hart altijd een natie van schrijvers en lezers gebleven.”

Je kunt op de Buchmesse geen drie stappen doen zonder iets tegen te komen over hedendaagse IJslandse literatuur, IJslandse krimi’s en IJslandse bloggers. En over dat wonderlijke en oeroude epische proza, de saga’s; de vertellingen over de Vikingen, de kolonisatie van IJsland en de vetes tussen IJslandse families.

En of dat nog niet genoeg is, is er ook nog van alles te vinden over de twee Edda’s, de poëtische Edda en de proza-Edda, de grote literaire en mythologische werken uit het middeleeuwse IJsland; goden- en heldenliederen die wereldliteratuur zijn geworden.

Kortom, in Frankfurt maakt IJsland even de dienst uit.

Halldór Gudmundsson is daar trots op. Vooral de aanhoudende en wereldwijde belangstelling voor de IJslandse saga’s heeft hem, zoals hij zelf zegt, „in het hart getroffen”. „De saga’s”, zegt hij, „hebben haast alle moderne IJslandse schrijvers beïnvloed. Ze zijn goed geschreven en gaan over eeuwige thema’s als leven en dood, liefde en wraak. Ze hebben aan actualiteit in wezen niets verloren.”

Volgens Gudmundsson laten de saga’s en hun vele nieuwe vertalingen eens te meer zien dat „grote literatuur niets met de grootte van een land of met zijn inwonertal te maken heeft, maar met taal en de kunst om verhalen te vertellen.”

Maar dat is nog geen verklaring waarom op IJsland zoveel en zo graag geschreven wordt. De schrijver Hallgrímur Helgason, bekend geworden door zijn boek 101 Reykjavik en op de Buchmesse aanwezig, grijpt net als Gudmundsson terug op die eeuwenoude literaire traditie, „ontstaan uit de historische ontmoeting tussen twee geloofs- en cultuurwerelden: heidenen en christenen.”

Het feit dat de IJslandse bevolking in het jaar 1000 het christendom aannam, veroorzaakte volgens hem een revolutie die groter was dan de boekdrukkunst en de digitalisering. „Het bood de gelegenheid de geschiedenis van onze nieuwe natie vanaf de eerste dag vast te leggen. Daarmee zijn we niet meer gestopt. Sindsdien schrijven we. De IJslandsaga’s zijn op vel geschreven – ons vel. We dragen ze door de hele wereld met ons mee, als een tatoeage op onze rug. We zijn en blijven het land van de saga’s”, schrijft Helgason in de Frankfurter Allgemeine.

Het enige probleem van IJslandse schrijvers is hun beperkte taalgebied. Krap 320.000 zielen is een kleine markt voor de vele tientallen, mogelijk honderden schrijvers van het land. Halldór Laxness, de IJslandse schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur (1955), was zich daarvan al terdege bewust. Hij wedijverde ervoor dat zijn werk vertaald werd in zoveel mogelijk talen. Laxness’ beroemde spreuk geldt nog steeds voor elke IJslandse auteur met internationale ambitie: „Je begint als schrijver en eindigt als handelsreiziger.”

IJslandse schrijvers moeten noodzakelijkerwijs met hun boeken de wereld intrekken en leuren. Een van de belangrijkste afnemers van vertaalde IJslandse literatuur en krimi’s is Duitsland. Of, zoals Halldór Gudmundsson het zegt: „We zijn de Duitsers dankbaar dat ze zoveel in ons zien. Kennelijk hebben we iets gemeen, misschien wel een hang naar het duistere en cynische realisme.”

Volgens Gudmundsson hebben alleen al dit jaar ruim honderd Duitstalige uitgeverijen in de Bondsrepubliek, Oostenrijk en Zwitserland meer dan tweehonderd nieuwe IJslandse boeken uitgebracht. „Dat overtreft al onze verwachtingen.”

Op de Buchmesse wordt een veertigtal IJslandse schrijvers verwacht. Onder hen zijn Andri Snaer Magnason, genoemde Hallgrímur Helgason, Jón Kalman Stefánsson, Kristín Steinsdóttir en de winnaar van Noordse literatuurprijs 2011, Gyrdir Elíasson. De aanwezigheid van de IJslandse schrijvers gaat in Frankfurt gepaard met tal van culturele manifestaties die met het land te maken hebben.

Een Duitse uitgever, verbluft door zoveel IJslandse aanwezigheid op de Buchmesse, zei het gisteren plastisch: „De Vikingen zijn de Main opgevaren en hebben de stad en de beurs ingenomen.”