Papaverboeren beleven topjaar in Afghanistan

Afghaanse papaverboeren beleven een topjaar. De illegale opiumproductie van het land is vergeleken met vorig jaar met 61 procent gestegen.

Bovendien ligt de prijs voor ruwe opium 43 procent hoger dan in 2010. Dit blijkt uit het gisteren gepubliceerde rapport over opium in Afghanistan van UNODC, de VN-organisatie die zich bezighoudt met drugs.

De opium en de heroïne, die er uit wordt vervaardigd, zijn niet louter voor de illegale export. Een steeds groter deel van de Afghaanse bevolking raakt er aan verslaafd: nu zo’n 2,65 procent van de Afghanen tegen 1,4 procent in 2005.

De toename in de productie is overigens minder dramatisch dan ze op het eerste gezicht lijkt. Vorig jaar was een uitzonderlijk slecht jaar voor de papaverboeren door een ziekte, die hun planten aantastte.

De Afghaanse politie-eenheid, die zich bezighoudt met de bestrijding van drugs, wist het afgelopen jaar de papaverteelt uit te roeien op een totaal gebied dat 65 procent groter was dan vorig jaar. Maar het gaat hierbij slechts om 3 procent van het totale oppervlak, waardoor zulke vooruitgang weinig helpt. Te meer omdat het totale areaal met papaver het afgelopen jaar met 7 procent groeide.

De opiumopbrengst alleen is al goed voor 9 procent van het Afghaanse Bruto Nationaal Product. Wanneer de inkomsten uit heroïne en de handel daarin worden meegeteld, ligt dat nog hoger. De sector is vooral van groot belang voor de Talibaan en andere groepen die zich verzetten tegen de regering in Kabul.