Opportunisten in Bratislava

De staatsschuldencrisis in de eurozone heeft haar tweede politieke slachtoffer geëist. Gisteren is de centrum-rechtse coalitieregering in Slowakije gestruikeld over het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF) voor eurolanden in nood. Van de 150 parlementariërs stemden 55 leden voor het noodfonds. De christen-democratische premier Iveta Radicova had van de stemming een vertrouwensvotum gemaakt. Maar haar liberale coalitiepartner liet zich niet onder druk zetten.

Eerder viel de sociaal-democratische regering van Portugal over het bezuinigingsbeleid om de staatsfinanciën weer in evenwicht te krijgen. De centrum-rechtse oppositie wilde niet instemmen, mede omdat ze hoopte op winst bij tussentijdse verkiezingen. Die gok pakte goed uit.

Er is een belangrijk verschil tussen Slowakije en Portugal. De onwil in Slowakije om mee te betalen aan het EFSF is een uiting van trots. Een decennium lang hebben de Oost-Europese landen moeten bewijzen dat ze voldeden aan de Europese normen, terwijl de Zuid-Europese lidstaten er een rommeltje van maakten. De maat is nu vol.

De overeenkomst is dat in beide landen nationale politieke taxaties prevaleerden. In Portugal ging het nog om beleid: om de balans tussen bezuinigingen en lasten. In Slowakije gaat het louter om tactiek.

De sociaal-democratische oppositie, die met ruim eenderde van de stemmen veruit de grootste fractie vormt in het parlement, liep weg uit de stemming over het EFSF, hoewel ze inhoudelijk voor het fonds is. Door Radicova zo op de knieën te dwingen, willen de sociaal-democraten zich in de regering wringen.

Dat zal vermoedelijk lukken. Coalitiebesprekingen zijn aanstaande. Bij een tweede stemming, vermoedelijk morgen, zal de oppositie alsnog voor het EFSF stemmen. Het fonds is nu dan ook niet in acuut gevaar. De financiële markten reageerden vandaag niet al te heftig.

Maar deze tactiek verdient geen navolging, ook niet in Nederland waar de PvdA het minderheidskabinet-Rutte op het ‘eurodossier’ in stand houdt terwijl de PVV dat niet wil. Natuurlijk draait de politiek om macht en is de oppositie er niet om de regering in het zadel te houden, maar in den beginne moet het in de politiek toch vooral gaan om beleid.

In dit geval om een alomvattend plan – dat er helaas nog niet is – om de euro voor versplintering te behoeden. Dat is bij uitstek een politieke kwestie en dus onderwerp van meningsverschil. De Slowaakse liberalen hebben dat met hun tegenstem laten blijken. De sociaal-democraten hebben echter dubbelspel gespeeld. Dat lijkt slim, maar het getuigt van vergaand opportunisme. Het belang van de munt is vele malen groter dan een wisseling van de wacht in Bratislava of Den Haag.