Met geluk drie tientjes voor een foto

De fotografie bloeit, maar de beroepsfotograaf zit steeds meer in de verdrukking.

Op de volle fotomarkt dalen de prijzen. Hobbyisten doen het bijna voor niets.

Nederland, Vinkel, 20-10-08 Geiten bij boer van Lokven worden tegen Q-Koorts ingeent. © Foto Merlin Daleman

De fotografie bloeit. In Nederland bestaan er vele vakopleidingen en er komen steeds weer nieuwe cursussen fotografie bij. Amateurs tonen hun foto’s op websites als Facebook, Tumblr, Flickr en Instagram.

Het klinkt geweldig. Maar ondertussen gaat het met de professionele fotograaf niet goed. Zijn werkgebied krimpt en daarnaast loopt de waarde van een beeld steeds verder terug. Bij kranten en tijdschriften krijgen freelance fotojournalisten steeds minder betaald voor een beeld.

Vorige week kondigde hoofdredacteur Dirk van der Meulen van het weekblad Schuttevaer bij zijn freelance fotografen een halvering aan van 49 naar 25 euro per aangeleverde foto. Het tijdschrift Ouders van Nu publiceert sinds vorige week alleen nog amateurfoto’s.

„Met de komst van digitale beeldbanken is de foto gereduceerd tot een anoniem product”, zegt Lars Boering, directeur van de FotografenFederatie. „Als een klant een foto te duur vindt, is er altijd een ander beeld voor een lagere prijs te vinden.”

Als gevolg van de crisis zijn veel media- en reclamebedrijven gaan snoeien in hun budgetten. „De noodzaak voor een bedrijf of klant om een professionele fotograaf voor een klus te benaderen, is in de afgelopen jaren flink afgenomen”, aldus Boering. Dat probleem gaat volgens hem op voor de gehele branche. „Een particulier vraagt tegenwoordig liever aan een bevriende hobbyist of hij zijn huwelijk wil fotograferen”, zegt Boering.

Jan Willem Scholten (47) hield drie jaar geleden op met fotograferen. „Ik heb jaren mijn brood verdiend met het fotograferen van auto’s.” In een aantal jaar zag Scholten zijn omzet met 90 procent dalen. „In 2004 was dat ongeveer een miljoen euro, in 2009 nog maar een ton. De huur van mijn studio en mijn personeel kon ik niet meer betalen.” Inmiddels runt Scholten een bed & breakfast. „Af en toe fotografeer ik nog. Ik hoef alleen niet meer die markt op. Fotografie is geen ambacht meer.”

Toen fotograaf Martijn van de Griendt (41) tien jaar geleden werkte voor een blad als Nieuwe Revu was er nog een flink budget voor fotografen. „Ik ging geregeld op reportage naar de Verenigde Staten. Dat is nu wel anders.” Van de Griendt moet harder werken dan ooit. „Ik neem soms opdrachten aan die ik vroeger weigerde. Laatst vroeg een tijdschrift of ik een beeld voor 100 euro wilde maken. Toen heb ik ‘nee’ gezegd. Er zijn grenzen.”

Van de Griendt, die gastcolleges fotografie geeft op academies, doet inmiddels ook een opleiding coaching en richt zich steeds meer op film. „Ik wil mijn blik verruimen.” De huidige ontwikkelingen binnen de fotografie ziet hij met lede ogen aan. „Door al die concurrentie zou je nog denken dat de kwaliteit van beeld is verbeterd, maar dat is niet zo. Voor minder geld wordt er op dit moment juist slechter beeld geleverd.”

Door de huidige crisis blijven volgens Boering voornamelijk de topfotografen over. „Mensen als Erwin Olaf of Koos Breukel worden gevraagd omdat ze een bijzondere, eigen stijl van fotograferen hebben.”

De Nederlands-Ecuadoriaanse fotojournalist Cris Toala Olivares (29), een autodidact die sinds drie jaar in het vak zit, kan wel leven van de fotografie. „Maar ik sta geen moment stil”, zegt Olivares. „Ik heb mijn camera en laptop altijd bij me. Zo kan ik op ieder momentiets doorsturen naar een redactie.” Olivares, die ondermeer werkt voor het Duitse blad Der Spiegel en het Britse persbureau Reuters, biedt zijn klanten alleen exclusieve beelden aan. „Die loyaliteit wordt gewaardeerd. Ik verkoop mijn foto’s niet voor twee tientjes. Daarmee verziek je de markt.”

Boering. „Een fotograaf moet zichzelf presenteren als een merk, snel werk leveren en soms niet moeilijk doen over de prijs van een foto.”

Vooral dat laatste is volgens voorzitter Rimmer Mulder van vakbond NVF een probleem. „Kranten en tijdschriften willen slechts één keer betalen voor een geleverde foto en daarmee ook gelijk de rechten afkopen. Als een redactie een foto wil hergebruiken, willen ze de fotograaf daar niet opnieuw voor betalen. De wat oudere fotograaf houdt nog altijd vast aan het auteursrecht. Aangezien de jongere generatie hier niet aan meedoet, ondermijnt ze daarmee de positie van haar collega’s.”

Toch is de situatie niet helemaal uitzichtloos. Dit jaar wil het kabinet, met een wijziging in het auteurscontractenrecht, de positie van auteurs en kunstenaars verstevigen. In de wet, waarover de Kamer dit najaar stemt, staat dat makers in de toekomst een billijke vergoeding krijgen voor auteursrechtelijk beschermd gebruik van hun werk. „Nu kunnen tijdschriften en kranten deals met fotografen sluiten waarbij ze voor bijna niets alle publicatierechten krijgen”, zegt Thomas Bruning, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) waar ook de NVF is ondergebracht. „De nieuwe wet stelt dat een fotograaf, nadat hij de eerste keer is betaald voor een foto, bij hergebruik opnieuw een redelijk bedrag ontvangt.”

Bruning wijst erop dat de wet geen sluitende oplossing biedt. „In Duitsland is tien jaar geleden een soortgelijke wet ingevoerd. Tot nu toe behalen freelancers er weinig voordeel mee. Want hoe zorg je ervoor dat, als de bedragen voor een foto al laag zijn, een vergoeding bij herpublicatie toch nog een substantieel bedrag oplevert? Als een foto 25 euro kost, kan een redactie nu zeggen: we betalen 20 euro voor de foto en 5 voor hergebruik. ”

Mulder noemt de nieuwe wet ‘nog niet perfect’. „Het geeft fotografen en anderen een iets betere positie tegenover grote opdrachtgevers. Als een fotograaf onredelijk wordt behandeld, zal hij in de toekomst naar een arbitragecommissie kunnen stappen.” Mulder vindt dat fotografen in de toekomst steviger in hun schoenen moeten komen te staan. „Dat voorstel van Schuttevaer kan je als vakfotograaf toch niet serieus nemen? Van 25 euro kan je niet leven. Het kost tijd om een goede foto te maken.”

    • Rosan Hollak