'Kinderfilms mogen niet te netjes zijn'

Nicole van Kilsdonk over ‘Patatje Oorlog’, een kinderfilm met zware thema’s en een zo licht mogelijke toon. „Ik word depressief van Nederland.”

In Patatje Oorlog vertrekt de vader van de 9-jarige Kiek als arts naar de oorlog. Eerst skypet hij nog elke dag met haar en haar moeder, maar opeens is hij spoorloos verdwenen. Kiek maakt zich ernstig zorgen. Hij zal toch niet? Speelse animatiescènes verbeelden haar grootste angsten en tonen ook hoe zij probeert de kans te beïnvloeden dat haar vader nog leeft.

In deze scènes zien we gruwelijke dingen, zoals een hond waarvan de kop wordt afgehakt, maar omdat ze op een knutselachtige manier geanimeerd zijn, met ouderwetse stop-motion en uitgeknipte figuurtjes, worden ze minder rauw; ze maken de werkelijkheid onwerkelijk.

Patatje Oorlog werd geregisseerd door Nicole van Kilsdonk, een filmmaakster die zowel kinderfilms maakt (Johan, 2005; Hoe overleef ik mijzelf, 2008), als films voor volwassenen (Richting West, 2010; Deining, 2004 en Ochtendzwemmers, 2000).

‘Patatje Oorlog’ is een lichte film over een zwaar onderwerp. Lastig om de juiste toon te treffen?

„De balans tussen licht en zwaar was onze grootste zorg. De animaties, die best zware dingen vertellen, zijn heel licht. Toen we de film aan een testpubliek lieten zien, waren de reacties verschillend. Volwassenen dachten soms dat bepaalde scènes te heftig waren, maar kinderen vonden het hartstikke grappig. Zij nemen het niet heel letterlijk. Zij vinden het juist verlichting geven.

„Ik heb lang gezocht naar een manier om de film niet negentig minuten mineur te laten zijn. Waar ik erg op heb gelet, zijn de scènes die niet serieus of verdrietig zijn. Als Pippa Allen, die Kiek speelt, op de skatebaan staat, moet ze gewoon veel plezier hebben. Er zit ook optimisme in haar wereld, zoals wanneer ze aan het repeteren is voor de opvoering van de schoolmusical Peter Pan.”

Benadert u jeugdfilms op een andere manier dan uw ‘gewone’ films?

„Mijn regie is niet heel veel anders dan bij mijn ‘volwassen’ films. Er zijn graduele verschillen. Van volwassen acteurs verwacht ik dat ze de tekst heel precies kennen, maar bij kinderen kan dat juist een nadeel zijn. Met kinderen repeteer ik ook niet. Ik leg uit waar het in scènes om draait, welke rol ze hebben in het verhaal.

„Dit is een heel verbale film, maar Pippa Allen kende haar teksten en kon ze ook spelen zonder het voorleestoontje dat je weleens hoort bij jonge acteurs die iets niet in hun eigen woorden zeggen. Hoe meer je gaat polijsten, hoe minder echt. Je wilt dat het waarachtig is, daarom is goed acteren ook zo belangrijk, anders krijg je kromme tenen. Voor je het weet – zeker bij kinderfilms – ben je het te netjes aan het doen. Het moet allemaal niet te gestileerd voelen, te gepolijst zijn; het mag wel een beetje schuren.”

Monteert u anders als de film voor kinderen is bedoeld?

„Ik houd erg van lange camerainstellingen, maar was ervan uitgegaan dat ik die stijl een beetje moest aanpassen. Dat viel eigenlijk heel erg mee. Pippa kon de lange lappen tekst meestal in één keer spelen. En zo konden we de film ook rond haar monteren; ze is zo’n 70 procent van de tijd in beeld.

„Ik hoefde haar de zwaardere emoties ook helemaal niet zo uit te leggen. Ze kende het boek al, en bij de audities bleek dat ze zich goed allerlei gevoelens kan voorstellen en kan spelen, vooral de verdrietigere dingen. We moeten in haar hoofd zitten, haar emoties zijn het belangrijkst. Daarom kozen we ervoor elke scène vanuit haar te vertellen en blijven we ook qua cameravoering dicht bij haar.”

‘Patatje Oorlog’ is de openingsfilm van Cinekid. In het voorjaar kreeg Cinekid te horen dat de subsidiekraan wordt dichtgedraaid. Erg?

„Die hele anti-kunstmentaliteit die er nu heerst, geldt niet alleen voor Cinekid, maar ook voor veel andere instellingen. Het zegt iets over het land waar we in leven. In mei dacht ik even: nu ga ik emigreren naar Frankrijk. Ik werd echt depressief van die Hollandser-dan-Hollands, no-nonsense manier van denken over kunst, het dedain tegenover cultuur, niet alleen tegenover film.

„Zo leren kinderen niet meer dat er iets anders is dan Disney. Daar mogen ze best naar kijken, maar je moet ze ook de kans bieden een keer per jaar naar kwaliteitsfilms voor kinderen te kijken. Dat is zo belangrijk. Ik was vorig jaar met een allochtone schoolklas in het Concertgebouw, met kinderen uit de gemengde Amsterdamse wijk de Baarsjes die daar nooit komen – en die zaten allemaal met een brok in hun keel. Zulke mogelijkheden zonder pardon wegbezuinigen is uiterst kwalijk.”

André Waardenburg