Humanitaire wapenhandel

De Rus (is het wel een Rus?) Viktor Bout leverde overal ter wereld wapens, munitie en vliegtuigen, zeggen biografen en inlichtingendiensten. Leugens, zegt Bout. Nu staat hij voor de rechter en is middelpunt van een mediaspektakel.

Libyan soldiers from the African army battalion take part 07 September 1999 in a military parade in Tripoli to mark the 30th anniversary of the Libyan Revolution that brought Moamer Kadhafi to power. Troops from 24 African states joined the flamboyant, five-hour parade which also heralds this week's extraordinary summit of the Organisation of African Unity (OAU). AFP

Koopman van de Dood. Posterboy van de internationale wapenhandel. De man die oorlogen mogelijk maakt. Het zijn maar een paar van de bijnamen van Viktor Bout, de 44-jarige Rus die sinds gisteren terechtstaat voor een jury in New York, op beschuldiging van wapenleveranties aan de Colombiaanse rebellenbeweging FARC. Het proces belooft een mediaspektakel te worden, want Bouts verhaal spreekt tot de verbeelding.

Viktor Bout is, volgens experts van de Verenigde Naties en inlichtingendiensten als de CIA, één van de grootste wapenhandelaren ter wereld. In 2003 werd ‘Victor Anatoljevitch Bout alias Butt, Bont, Buttee, Boutov, Sergitov Vitali’ door de VN aldus omschreven: „Zakenman, handelaar en transporteur van wapens en mineralen. Wapenhandelaar in strijd met VN-resolutie 1343. Steunde het regime van voormalig president Charles Taylor [van Liberia, red.] in diens pogingen Sierra Leone te destabiliseren, om zo illegaal toegang tot diamanten te krijgen.”

Viktor Bout is ook de man op wiens leven in 2005 de film Lord of War werd gebaseerd, met Nicholas Cage in de hoofdrol. In de openingsscène staat Cage als Yuri Orlov/Viktor Bout tussen duizenden lege kogelhulzen. Cage zet Orlov neer als een cynische jonge Amerikaanse wapenhandelaar van Oekraïense origine. Hij beweert elk leger te hebben voorzien van wapens uit de voormalige Sovjet-Unie, op het Leger des Heils na. Een voice-over zegt: „Er zijn op de hele wereld 550.000 miljoen wapens in omloop, één voor elke twaalf mensen op aarde. De vraag is: hoe bewapenen we de overige elf?”

In 2007 verscheen een biografie over Bout, Merchant of Death van de Amerikaanse journalisten Douglas Farah en Stephen Braun. Zij beschrijven hoe Bout uitgroeide tot één van de belangrijkste spelers in de illegale wapenhandel na de Koude Oorlog. Het verschil tussen Bout en zijn concurrenten, schrijven Farah en Braun, is dat hij een compleet pakket leverde: hij regelde de financiering, organiseerde het transport en bracht de wapens van deur tot deur. Viktor Bout, zo was zijn reputatie, kon overal ter wereld wapens, munitie, vliegtuigen en helikopters leveren.

Over Bout als persoon is maar weinig met zekerheid te zeggen, het is zelfs onbekend waar hij geboren werd. In 2002 verklaarde hij in een interview met de Russische radio dat hij in Turkmenistan ter wereld kwam. Andere bronnen zeggen Tadzjikistan, maar er wordt ook gewezen naar Oekraïne. Bout zegt dat hij studeerde aan het prestigieuze Sovjet Militair Instituut voor Buitenlandse Talen in Moskou en dat hij daarna officier bij de luchtmacht werd. Volgens Britse en Zuid-Afrikaanse inlichtingendiensten was hij geheim agent voor de KGB.

Zeker is dat Viktor Bout voor zichzelf begon toen de Koude Oorlog in 1989 afliep. Toen de Sovjet-Unie uiteenviel, waren er plotseling goedkope, afgedankte Antonov-vliegtuigen van de Sovjet-luchtmacht verkrijgbaar. Bout kocht ze en met zijn contacten in het leger bouwde hij een netwerk van luchttransportbedrijven op. Volgens Amerikaanse functionarissen bezat Bout eind jaren 90 zestig vliegtuigen plus enkele tientallen luchtvaartmaatschappijtjes en logistieke bedrijfjes. Hij had zo’n driehonderd mensen in dienst.

Vervolgens lopen de lezingen uiteen. Bout heeft altijd gezegd dat hij een normaal transportbedrijf had en zich helemaal niet met wapenhandel bezighield. „Het is een Hollywoodfilm. Fictie. Fantasie. Ze proberen me kapot te maken”, zei hij strijdlustig in het tv-interview in 2008 vanuit zijn cel in Thailand, waar hij was gearresteerd. „Ze hebben geen concrete informatie: wanneer, waar en wat er is gebeurd. Nee, ze zeggen alleen: hij is slecht, hij is gevaarlijk. Douglas Farah, die het boek Merchand of Death schreef, heeft mij nooit ontmoet. Wat hij schreef is een leugen, gebaseerd op geruchten.”

Wapenexperts en inlichtingendiensten beweren dat Bout zijn netwerk van luchttransportbedrijven wel degelijk voor wapenhandel gebruikte en dat hij daarmee naar schatting een fortuin van 6 miljard dollar heeft opgebouwd. Die wapens lagen na de ineenstorting van de Sovjet-Unie voor het oprapen, zeker voor iemand met de juiste contacten als Bout. In landen als Oekraïne en Wit-Rusland was een enorme voorraad wapens overbodig geworden die werd bewaakt door slechtbetaalde, ontevreden militairen. Tegelijkertijd groeide de vraag naar wapens in de vele burgeroorlogen in de wereld.

Maar hoe krijg je ze ter plekke? Alleen al om toestemming te krijgen voor internationale vluchten moet een vliegtuig zijn geregistreerd in een land waar onderhoud en luchtwaardigheid worden gecontroleerd. Maar Viktor Bout, aldus een VN-onderzoek uit 2000, ontdook lokale wetten en inspecties door zijn vliegtuigen herhaaldelijk in verschillende landen te registreren. Vaak in Liberia, een land dat zijn luchtvaartregistratie had uitbesteed aan zakenpartners, die Bout hielpen zijn luchtvaartmaatschappijtjes op te zetten.

De lijst van Bouts vermeende klanten is een Who is Who van autoritaire regimes en rebellen van de jaren negentig, met het zwaartepunt in Afrika. En zijn grote talenkennis kwam hier goed van pas. Hij zou wapens hebben geleverd aan de Afghaanse krijgsheer Ahmed Shah Massoud, maar ook aan Massouds vijand, de Talibaan. Hij werkte voor de regering van Angola, maar leverde net zo goed wapens aan UNITA, de rebellengroep die de regering wilde verdrijven. Andere vermeende klanten waren de Zaïrese leider Mobutu Sese Seko, de Liberiaanse dictator Charles Taylor, de Colombiaanse rebellenbeweging FARC, de Libische leider Moammar Gaddafi.

Lange tijd viel deze handel de internationale inlichtingendiensten nauwelijks op. Sterker, terwijl Bout bezig zou zijn geweest wapenembargo’s van de Verenigde Naties te schenden, nam hij óók deel aan humanitaire operaties. Die brachten immers net zo goed geld op. In 1993 vloog Bout een Belgische VN-vredesmacht naar Somalië. Een jaar later bracht hij Franse troepen naar Rwanda. En het Pentagon engageerde hem om materieel voor de luchtmacht naar Irak te vliegen. Hij had nu eenmaal veel ervaring met logistieke operaties onder moeilijke omstandigheden – en was vaak als eerste beschikbaar.

Maar eind jaren negentig wekten de vele vluchten naar oorlogsgebieden argwaan bij Amerikaanse functionarissen, VN-onderzoekers en activisten die strijden tegen wapenhandel. In 2000 en 2001 toonden VN-onderzoekers aan dat Bouts bedrijven de wapenembargo’s schonden voor Liberia, Sierra Leone en Angola. De Amerikaanse regering zag Bout als bedreiging omdat hij terroristen van wapens zou kunnen voorzien en bevroor zijn banktegoeden. België klaagde hem in 2002 aan wegens het witwassen van geld. Interpol vaardigde een internationaal arrestatiebevel uit. Bout trok zich terug in Moskou waar hij in alle vrijheid kon leven.

Uiteindelijk liep hij in een val van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA. Undercoveragenten deden zich voor als Colombiaanse rebellen die wapens wilden kopen. Bout heeft volgens de rechtbankdocumenten tijdens een ontmoeting met de undercoveragenten in Bangkok in 2008 de prijzen van wapens opgeschreven en een vliegtuig geregeld. Tegen zijn vermeende klanten zei hij „dat de VS ook zijn vijand waren”. „Het gaat niet om... eh... zaken”, zei hij over zijn beweegredenen. „Het is mijn strijd.”

Toon Beemsterboer