'Footloose': nu nog beter

Footloose. Regie: Craig Brewer. Met: Kenny Wormald, Julianne Hough, Dennis Quaid, Andie MacDowell. In: 30 bioscopen. ***

Veel is hetzelfde gebleven in de remake van Footloose (1984), de dansfilm die van Kevin Bacon een ster maakte: de gele Volkswagen Kever van hoofdpersoon Ren, een aantal liedjes en natuurlijk de plot over een jongen uit de stad die terechtkomt in een klein gehucht en daar in opstand komt tegen de strikte wetten, die onder andere dansen verbieden. Toch is de remake beter, en dat gebeurt niet vaak in het huidige Hollywood, waar inferieur recyclen de norm is.

Halverwege het origineel krijgen we even kort te horen dat de broer van hoofdrolspeelster Ariel is omgekomen bij een auto-ongeluk, waarbij ook nog vier andere tieners het leven lieten. De nieuwe film begint met dit tragische ongeluk. Door het daadwerkelijk te tonen, is veel beter te begrijpen wat voor enorme impact het heeft op een kleine, conservatieve gemeenschap. Zo wordt veel duidelijker waarom Ariels vader, een invloedrijke dominee, dansen verbiedt. Want dansen gaat meestal gepaard met alcoholinname, en dat leidt weer tot ongebreidelde lust en dodelijke ongelukken.

Ook een andere wijziging pakt sterk uit. Ren komt niet meer met zijn moeder naar Bomont, maar alleen. Zij stierf aan kanker, hij heeft haar lang verzorgd en zag haar aftakeling van nabij. Zo heeft zowel Ren als Ariel een sterfgeval in de familie, waardoor ze nog meer met elkaar verbonden zijn dan alleen in hun rebellie tegen de anti-plezierwetten van Bomont.

Regisseur Craig Brewer, die opgroeide in het zuiden van de VS, heeft een sterker gevoel voor de couleur locale van Bomont dan de oorspronkelijke regisseur Herbert Ross. Het is anno 2011 geen fictief plaatsje meer, maar een stoffig gehucht in Tennessee. De cast is ook niet meer zo blank als in 1984.

Ook is het nu een heuse dansfilm, met hoofdrolspelers die echt goed kunnen dansen, in plaats van een film met wat magere dansscènes. Hoewel een aantal liedjes uit het origineel is overgenomen, zoals de titelsong en het nummer Let’s Hear it for the Boy, is de soundtrack veel sterker dan in 1984. Nu waren de jaren tachtig een notoir slechte tijd voor popmuziek, dus dat is geen verrassing.

André Waardenburg