Europa als politiek breekijzer

Slowaken zijn arm, met lage pensioenen. Dan doet de steun voor de Grieken pijn. De oppositie buit dit uit: ‘We zijn niet tegen het noodfonds, alleen tegen deze regering.’

Former Slovak Prime Minister and chairman of the opposition SMER-Social Democracy party Robert Fico enters the Slovak Parliament session to vote on the euro zone rescue fund tied with Slovak government confidence vote in Bratislava October 11, 2011. REUTERS/Petr Josek (SLOVAKIA - Tags: POLITICS BUSINESS) REUTERS

„Politiek, politiek, politiek.” De Slowaakse liberale parlementariër Frantisek Sebej (46) kan er niets anders van maken. Dat in Slowakije gisteren tegen de versterking van het Europese noodfonds (EFSF) werd gestemd, heeft niets te maken met afbrokkelende steun in zijn land voor de euro, of voor Europa als geheel, zegt hij. Integendeel.

„De Slowaken houden nog steeds van Europa”, verzucht hij via de telefoon vanuit Bratislava, de hoofdstad van Slowakije (5,4 miljoen inwoners). Het land heeft sinds zijn toetreding (in 2004) veel geprofiteerd van de EU. „Maar een oppositiepartij zag een kans om de regering onderuit te halen. En die kans heeft de partij met beide handen gegrepen.”

Sebej, zelf lid van de OKS, een fractie van de rechts-liberale Slowaaks-Hongaarse coalitiepartij, stemde gisteren voor de uitbreiding van het fonds. Maar zijn partijgenoten deden dat niet. Uit protest stapte hij daarop vanochtend uit zijn partij.

Sebej doelt met zijn kritiek op de links-populistische partij SMER (Richting), van oud-premier Robert Fico. Die partij onthield zich gisteren in het parlement van de stemming over het EFSF. Ze zette daarmee de toekomst van de euro, en Europa als geheel, op het spel – ook al is zij officieel voorstander van versterking.

De partij eist dat de huidige regering eerst opstapt. Pas daarna wil zij voor het fonds stemmen. Vooralsnog is zij daarin succesvol. Premier Iveta Radicova, die sinds 2010 een coalitie van vier rechts-liberale partijen aanvoert, zal waarschijnlijk later deze week aftreden. Binnen enkele dagen volgt dan een nieuwe stemming over het noodfonds, die zeer waarschijnlijk tot een ‘ja’ zal leiden.

Robert Fico, een socialist die voortkomt uit de oude communistische partij, vindt dat niets om zich voor te schamen. In een reactie gisteren zei hij onomwonden: „Wij zijn niet tegen het EU-noodfonds. Wij zijn alleen tegen deze rechtse regering.”

Fico was al eerder premier, van 2006 tot 2010. Hij kwam aan de macht nadat de centrum-rechtse Dzurinda-regering acht jaar had geregeerd. Onder die regering werd diep in de pensioenen gesnoeid, werden ingrijpende economische hervormingen doorgevoerd en werd er fors bezuinigd op de zorg en de sociale zekerheid. De regering baande de weg voor toetreding tot de EU (in 2004) en toetreding tot de eurozone (in 2009, samen met Slovenië als enige van de nieuwe lidstaten). Slowakije werd een economische tijger met spectaculaire groeicijfers.

Maar aan het einde van die periode waren de Slowaken hervormingsmoe en dat leidde tot de opkomst van Fico. Onder zijn bewind werden veel hervormingen van de vorige regering teruggedraaid. De overheidsuitgaven stegen, het begrotingstekort liep op. Vriendjespolitiek en corruptie regeerden. Zijn autoritaire leiderschapstijl deed velen denken aan de tijd van premier Vladimir Meciar, de eerste postcommunistische premier.

Bij de laatste verkiezingen, in 2010, werd Fico weer buitenspel gezet, door de coalitie van rechtse partijen onder leiding van premier Radicova. Fico’s SMER werd weliswaar de grootste partij bij die verkiezingen, maar niemand wilde met hem regeren. Radicova kon wel een regering vormen, zij het een fragiele, met vier partijen. Die regering probeerde het afgelopen jaar vooral, en deels succesvol, het positieve imago van Slowakije te herstellen.

Diezelfde fragiliteit leidde er gisteren echter mede toe dat Slowakije – „een klein maar groots land”, zoals de toeristische brochures vermelden – nu in het middelpunt van de Europese aandacht staat. Want het was niet alleen Fico’s partij SMER die een blokkade opwierp.

Ook een eigen coalitiepartner van Radicova onthield zich van stemming, het rechts-liberale SaS (Vrijheid en Solidariteit). SaS-leider Richard Sulik is principieel tegen het noodfonds omdat hij vindt dat „een schuldencrisis niet kan worden opgelost door nog meer schulden aan te gaan”.

Daarmee speelt Sulik in op een breed gedragen gevoel bij de Slowaken. Want ondanks de positieve houding ten opzichte van de euro en de EU vinden veel Slowaken het moeilijk te verkroppen dat een arm EU-land moet betalen om een rijk EU-land als Griekenland uit de problemen te helpen. Slowakije is het op een na armste euroland. Het gemiddelde pensioen bedraagt er 400 euro. In Griekenland is dat 1.400 euro. Bovendien herinneren veel Slowaken zich nog maar al te goed aan wat voor strenge voorwaarden er moest worden voldaan om tot de EU toe te treden. Dat oude lidstaten het met die regels niet zo nauw lijken te nemen, steekt eveneens.

Sulik zelf zei: „Het is onmogelijk om uit te leggen dat een Slowaakse gepensioneerde mee moet betalen aan Griekse pensioenen, of aan salarissen van Italiaanse parlementsleden, die de hoogste zijn in Europa. Dat is geen solidariteit. Dat is een pervers concept van solidariteit.”

Sebej noemt de redenatie van Sulik niettemin „begrijpelijk, maar dom. Het gaat hier om de psychologie van de markt. Het gaat in razend tempo de verkeerde kant op en dus moeten we nu handelen. ”