Duitsers als beminnelijke idioten

Een dvd-box met alle afleveringen van oorlogsserie ’Allo ’Allo kwam gisteren uit. Met grappen die nu niet meer kunnen.

Operation Petticoat 1959 Blake Edwards Tony Curtis Photo12

Een nazi die met een bespottelijk Duits-Engels accent heel hard ‘Heil Hitler’ roept, is dat om te lachen? Een grapje over de oorlog moest kunnen, maar een comedyserie waarin een prominente rol was weggelegd voor een officier van de Gestapo, dat ging veel Britten écht te ver. Het regende boze brieven nadat de BBC op 30 december 1982 de pilot-aflevering van de sitcom ’Allo ’Allo had uitgezonden. „Het programma is zeer aanstootgevend”, schreef een kijker. „Het is gewoon monsterlijk om over zo’n totaal afschuwelijk onderwerp een ‘grap-per-minuut’-comedy te maken.”

Tv-maker David Croft, die de pilot had geschreven en geregisseerd, moest langskomen bij de BBC om te pleiten voor zijn serie. Hij had succes, want ruim anderhalf jaar later, in september 1984, ging het eerste seizoen van ’Allo ’Allo van start. Nog steeds niet tot genoegen van iedereen in het Verenigd Koninkrijk. The Sunday Times bijvoorbeeld schreef in het weekend na de herhaling van de pilot-aflevering een kritisch stuk. De krant vond dat de Duitsers er veel te goed vanaf kwamen in de serie, terwijl de spot werd gedreven met het Franse verzet. „Zijn we vergeten wie onze bondgenoten waren?” vroeg de auteur zich af.

David Croft (1922) overleed twee weken geleden in zijn huis in Portugal. En hoewel de release reeds gepland was, kan de gisteren verschenen dvd-box met alle 85 afleveringen van ’Allo ’Allo gezien worden als een hommage aan de man die eerst Engeland en daarna de rest van de wereld leerde lachen om de Tweede Wereldoorlog. Croft, die tijdens de oorlog als artillerist diende in Noord-Afrika, India en Singapore, is er als geen ander in geslaagd het conflict te ontdoen van de loodzware sfeer van onheil en doem die er omheen hing.

Voordat hij met ’Allo ’Allo kijkers en kranten ontriefde, had Croft zich al eens vergrepen aan de Tweede Wereldoorlog, met de serie Dad’s Army, die in 1968 op de BBC in première was gegaan. In deze tv-reeks werd de hoofdrol vertolkt door een peloton van de Britse Home Guard, het amateurleger van mannen op leeftijd die in het geval van een Duitse invasie weerstand moest bieden aan de Wehrmacht. De BBC had zich zoveel zorgen gemaakt over de mogelijke reacties op Dad’s Army, dat werd besloten eerst een proloog uit te zenden waarin de Home Guard uitgebreid werd bewierookt.

Hoewel hier en daar gemopper te horen was, werden de belevenissen van kapitein Mainwaring en zijn mannen vanaf het begin door de meeste kijkers met plezier gevolgd. De serie werd zeer populair en wordt tot op de dag van vandaag herhaald. Goed beschouwd gaat Dad’s Army niet over de oorlog, maar over de Britse obsessie met maatschappelijke rangen en standen. Het belangrijkste conflict dat wordt uitgevochten is niet dat tussen de geallieerden en de Duitsers, maar tussen de middle class Mainwaring en zijn mannen.

Gruizige serveersters

In ’Allo ’Allo is dat anders. Daar staat de Tweede Wereldoorlog pontificaal centraal. In de eerste aflevering van de serie worden meteen alle personages en verhaallijnen geïntroduceerd die de rest van de in totaal negen seizoenen de verwikkelingen bepalen. Plaats van handeling: het fictieve Franse stadje Nouvion. In Café René staat René Artois achter de toog, bijgestaan door zijn vrouw, de vals zingende Edith, en de gruizige serveersters Yvette Carte-Blanche en Maria Recamier (de laatste werd vanaf seizoen vier afgelost door Mimi Labonq). De belangrijkste Duitse personages zijn kolonel Kurt von Strohm, de commandant van het garnizoen van Nouvion, de homoseksuele tankcommandant Hubert Gruber, Gestapo-officier Otto Flick en Helga Geerthart, met wie Flick een relatie onderhoudt die nogal sadomasochistisch van aard is.

De plot is flinterdun. Gedurende 85 afleveringen gebeurt er in feite iedere keer hetzelfde. René helpt het verzet bij het verbergen van twee Britse piloten die in de buurt van Nouvion zijn neergeschoten. Intussen probeert hij de lieve vrede te bewaren met Von Strohm door het door de Duitse commandant gestolen schilderij ‘The Fallen Madonna with the Big Boobies’ voor hem te bewaren. Verstopt in een worst. Herr Flick van de Gestapo tracht piloten, verzetslui en schilderij te pakken te krijgen. Tevergeefs, uiteraard.

Dit klinkt absurd. En dat is het ook. Maar om het verhaal gaat het dan ook helemaal niet in ’Allo ’Allo. Croft zelf was regelmatig de draad kwijt en moest dan zijn secretaresse bellen met de vraag wie ook al weer de worst met het schilderij erin in zijn bezit had. Hij en zijn co-auteur Jeremy Lloyd gebruikten de serie vooral om allerlei stereotypen dik aan te zetten. De Duitsers waren autoritair en dreigden bij het minste of geringste met standrechtelijke executies, de Fransen waren onbetrouwbare ritselaars die amoureuze affaires aaneenregen en de Britten waren snobs die niets begrepen van andere culturen. Wat opvalt bij het bekijken van de verzamelde afleveringen is het venijn dat Croft en Lloyd in de serie hebben gestopt, vooral in de eerste seizoenen. René werd na talrijke dreigementen inderdaad voor het vuurpeloton gezet. Hij overleefde omdat de geweren geladen waren met nepkogels. Zijn Duitse vrienden wisten dat echter niet zeker, maar waren bereid de gok met zijn leven te nemen. Helemaal opmerkelijk zijn de grappen over Joden. De Duitse officieren weigeren bijvoorbeeld met een vies gezicht een uniform aan te trekken als ze horen dat het door een Joodse kleermaker in elkaar is gezet. Kennelijk kon dit soort humor in de jaren tachtig door de beugel. Inmiddels is de Holocaust zo bepalend geworden voor de collectieve herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, dat het de vraag is of deze grappen nu nog gemaakt zou kunnen worden in een main stream sitcom. Op een betaalzender als HBO misschien, maar niet bij een publieke omroep. Croft en Lloyd benadrukten in vraaggesprekken altijd dat ze met ’Allo ’Allo niet de inspanningen van het verzet in Europa belachelijk wilden maken. „Wat wij op de hak nemen”, vertelde Croft aan een interviewer, „is het hele genre van stiff upper lip-films en tv-series als Colditz en Secret Army, waar mensen, in dodelijke ernst, zinnen uitspraken als ‘Listen carefully, I will say thees only once’.”

Chansons bij de piano

Colditz en Secret Army waren beide van de hand van Gerard Glaister, een voormalig RAF-piloot. De overeenkomsten tussen ’Allo ’Allo en vooral Secret Army zijn overduidelijk. Er is een cafébaas die het verzet helpt met het verstoppen van geallieerde piloten. Zijn minnares zingt chansons bij de piano, terwijl vrouwelijke verzetslieden gekleed in een lange beige regenjas het café in en uit lopen. De grote vijand is Sturmbannführer Kessler, die jaagt op de vijanden van het Reich. Tenminste, als hij niet druk is met zijn Belgische minnares.

Croft en Floyd zijn er goed in geslaagd dit genre van oorlogsdrama’s belachelijk te maken, want wie ’Allo ’Allo heeft gezien, kan Secret Army niet meer bekijken zonder in lachen uit te barsten. Vooral het Teutoonse gekef van Sturmbannführer Kessler doet onmiddellijk denken aan de verbeten dictie van Herr Flick. En waarom lopen al die verzetsmeisjes eigenlijk rond met een alpinopet op hun hoofd?

’Allo ’Allo groeide uit tot een van de populairste sitcoms van de jaren tachtig. In Nederland werd de serie uitgezonden door de TROS en later talloze malen herhaald op de commerciële zenders. Buiten het Verenigd Koninkrijk was ’Allo ’Allo nergens zo populair als hier. De acteurs zijn de afgelopen jaren vaak te gast geweest op beurzen waar fans op de foto kunnen met de hoofdrolspelers uit hun favoriete serie.

Arthur Bostrom, die in de huid kroop van politieman Crabtree – een Britse geheim agent die vermomd was als Franse gendarme en de taal zeer slecht sprak (‘Good moaning, I was pissing by the door’), mocht zijn rol zelfs nog eens spelen in de film Sinterklaas en het Uur van de Waarheid van Martijn van Nellestijn.

Te koop lopen met je liefde voor ’Allo ’Allo is tegenwoordig echter niet zonder gevaar. Dat ontdekte Sean Aspey, gemeenteraadslid voor de Liberal Democrats in de Engelse plaats Bridgend, toen hij in 2009 zijn veertigste verjaardag vierde met een ’Allo ’Allo-themafeestje. Er waren serveersters met witte schorten en ontsnapte Britse piloten. Aspey zelf was verkleed als een officier van de Wehrmacht. Hij plaatste foto’s van de avond op zijn Facebook-pagina. Daarop ontstond grote opschudding over het feit dat hij zich in een naziuniform had vertoond. De Liberal Democrats zetten hem uiteindelijk uit de partij. Het lijkt er dus inderdaad op dat het gemak waarmee in ’Allo ’Allo werd gelachen om de oorlog, niet helemaal meer van deze tijd is.

Historicus en journalist Max Hastings zei het zo in de onlangs door de BBC uitgezonden documentaire When tv goes to war, waarin de relatie tussen oorlog en de Britse televisie werd ontleed: „Auteurs die zoals ik schrijven over bezet Europa, zijn erg voorzichtig met grappen over de bezetting. Je moet je realiseren dat alleen al in Frankrijk, waar ’Allo ’Allo zich afspeelde, tienduizenden mensen in koelen bloede door de nazi’s zijn vermoord, als vergelding voor aanslagen van het verzet. Er was in die tijd niet veel te lachen in Frankrijk.” Hastings wist in ieder geval van één groep kijkers die erg ingenomen was met de serie, zei hij. „Toen ik hoofdredacteur was van de Daily Telegraph, kwam mijn mediaverslaggever een keer terug van een tv-festival in Duitsland waar ’Allo ’Allo te zien was geweest. Hij vertelde dat de Duitsers het fantastisch hadden gevonden, omdat dit de eerste serie was waarin ze werden afgebeeld als beminnelijke idioten en niet als verschrikkelijke schoften.”

’Allo ’Allo. 85 afleveringen van 30 min. €49,99 Uitgave van Warner Home Video