Drie weken tijd om het bij te leggen

Europa heeft de allesbeslissende top over de eurocrisis uitgesteld.

De hoofdrolspelers Merkel en Sarkozy zijn het op vier cruciale punten oneens.

De druk op de Europese regeringsleiders vanuit Washington en Londen neemt toe om – na een reeks halfslachtige oplossingen – nu eindelijk met rigoureuze maatregelen een einde te maken aan de voortwoekerende eurocrisis. Zowel de Amerikaanse president Obama als de Britse premier Cameron belde met zijn Europese collega’s om dat duidelijk te maken.

Komt goed, antwoordde de Franse president Sarkozy. „Wij doen alles wat nodig is en werken aan een alomvattende oplossing”, aldus Sarkozy. De leiders van die eurozone beloven over drie weken, op de G20 bijeenkomst in het Zuid-Franse Cannes, met die alomvattende oplossing te komen. Om de plannen goed uit te kunnen werken, komen ze pas op 23 oktober bijeen, in plaats van de 18e.

De werkelijkheid is dat de hoofdrolspelers, president Sarkozy en bondskanselier Merkel, het op cruciale punten oneens zijn.

1Europese banken

Europese banken moeten genoeg kapitaal hebben om een aanzienlijke afschrijving van de Griekse staatsschuld te kunnen dragen. De crisis bij het Frans-Belgische Dexia laat zien hoe het een bank kan vergaan die het vertrouwen van de markt verloren heeft. Duitsland en Frankrijk zijn het eens dat de banken aangepakt moeten worden, maar kunnen elkaar niet vinden in de manier waarop. Frankrijk wil dat banken gesteund worden met geld uit het Europese noodfonds. Duitsland en ook Nederland willen dat overheden hun eigen banken steunen.

De verdeeldheid is verklaarbaar. Franse banken hebben grote portefeuilles staatsobligaties van Europese probleemlanden en worden door financiële markten stevig onder druk gezet. Tegelijkertijd maakt de Franse regering zich zorgen om de staat van de overheidsfinanciën. Frankrijk bezit nu nog de hoogste kredietbeoordeling (AAA). Als de staat voor miljarden banken moet steunen kan dat aanleiding zijn voor beoordelaars Moody’s en S&P om Frankrijk af te waarderen.

Dan zit niet Frankrijk, maar de eurozone met een probleem. Frankrijk geeft na Duitsland de meeste staatsgaranties af die de leningen van noodfonds EFSF zo’n veilige investering voor beleggers maken. Als Frankrijk de AAA-status verliest, staat ook de kredietbeoordeling van het fonds op het spel. Het wordt dan duurder voor het noodfonds om bij beleggers geld op te halen en uit te lenen aan probleemlanden. Om de slagkracht van het noodfonds in stand te houden zullen de vijf andere overgebleven AAA-landen (Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Luxemburg en Finland) meer moeten bijdragen.

2Griekenland

Eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker zei gisteren op de Oostenrijkse televisie dat de ministers van Financiën praten over het kwijtschelden van „meer dan” 60 procent van de Griekse schuld. Daarmee zouden de afspraken over de bijdrage van banken aan een Griekse redding opengebroken worden. Dat akkoord werd in juli gesloten en voorzag er in dat banken vrijwillig 21 procent van de waarde van Griekse obligaties zouden afboeken. Frankrijk en de Europese Centrale Bank zijn tegen. Frankrijk vreest voor de positie van de eigen banken, De ECB vreest een destructieve systeemcrisis. Maar een plan dat niet stevig het mes in de Griekse schuld zet, zal door beleggers niet serieus genomen worden aangezien economen en markten met steeds meer overtuiging zeggen dat Griekenland nooit de volledige staatsschuld zal terugbetalen.

3Europees noodfonds

De crisis begon in Griekenland en draait nu om Italië en Spanje. Gisteravond sprak het Slowaakse parlement zich uit tegen verhoging van het noodfonds. Als de Slowaken hier later in de week alsnog mee instemmen, dan kan het EFSF 440 miljard uitlenen. Dat is te klein om Italië en Spanje te kunnen helpen. Beleggers redeneren dat nog een verhoging noodzakelijk is. 2.000 miljard euro zou genoeg zijn. Maar een nog hogere bijdrage is voor politici in Duitsland, Nederland en Finland moeilijk te verkopen. Een hogere bijdrage zet ook weer de kredietbeoordelingen van landen op het spel. Een mogelijkheid om het noodfonds geld te laten lenen bij de ECB stuit op verzet van de ECB zelf. Ook de Duitse regering ziet het niet zitten.

4Begrotingsdiscipline

Dit nooit meer, eist Duitsland. De begrotingsdiscipline binnen de eurozone moet beter. Als landen niet de begroting op orde kunnen houden, moet er maar Europese controle komen. Frankrijk voelt daar minder voor. Het land heeft sinds 1978 geen sluitende begroting meer gehad en de staatsschuld bedraagt 87 procent van bbp, ruim boven de Europese norm.

Door zichzelf een harde deadline op te leggen, hebben Europese politici hooggespannen verwachtingen gewekt. Over drie weken moet de crisis voorbij zijn.