De man met de pruik en de stem uit de kast bevestigen elkaars moordverhaal

Al bijna drie jaar sleept het Amsterdamse proces over liquidaties in de onderwereld zich voort. Een dag in de bunker: „Doodschieten is natuurlijk uit den boze.”

Met een pruik, snor en baard neemt de getuige plaats in een glazen cel in de rechtszaal in Amsterdam-Osdorp. De cel is aan één kant ondoorzichtig gemaakt. Pers en publiek kunnen niet zien wie erin zit. Advocaten en rechters mogen de man wel in de ogen kijken.

De 63-jarige getuige wil uit angst voor de onderwereld alleen met zijn initialen H.W. worden aangeduid. Hij noemt zich „een ouwe smokkelaar met zeebenen” en legt redelijk onbekommerd een verklaring af over zijn tijd in de hasjhandel, in de tweede helft van de jaren 90. Hij werkte toen voor de man die meestal de Zwarte Cobra wordt genoemd, drugshandelaar Henk Orlando R. De getuige schetst een wereld vol bijnamen – Moppie, Oompje, de Rooie – waarin luchtige grapjes werden gemaakt over koelbloedige liquidaties. „Hier gaat Moppie altijd graag barbecuen”, zou bijvoorbeeld de Zwarte Cobra gezegd hebben toen de getuige met hem langs Ouderkerk reed. Het ging om de plek waar in 1993 twee Yoegoslaven waren geliquideerd én verbrand.

De (ex-)hasjhandelaar die gisteren als nieuwe getuige werd gepresenteerd door het OM in het Amsterdamse liquidatieproces, is formeel geen kroongetuige, maar een begunstigde getuige. Hij krijgt geen strafvermindering, wel bescherming van justitie na zijn getuigenis. Ook heeft hij bedongen dat hij niet in voorarrest hoeft voor zijn aandeel in een granaataanslag op een woning in Vinkeveen in 1995. Die verantwoordelijkheid „wil” hij „nemen”. Hij getuigt onder zijn eigen naam, maar is vermomd omdat hij niet wil dat de verdachten zien hoe hij er nu uitziet.

In de tweede helft van de jaren 90 heeft de getuige, vertelt hij, een aantal hasjtransporten geregeld voor de Zwarte Cobra, die nu vastzit in de VS. Van de drie verdachten die gisteren in de zaal aanwezig waren, herkende hij er twee. Moppie (Mohammed R.) en een grote Antilliaan met grijze baard. Die heeft hij maar één keer gezien, zegt hij. Dat hij zich hem toch herinnert, komt doordat de Antilliaan bij die ontmoeting twee machinegeweren aan zijn riem zou hebben gedragen. „Ik dacht: zóho.”

Het meest belastend is zijn verklaring voor Mohammed R., die hij goed zegt te kennen. Hij vertelt over een gesprek in de auto tussen Moppie en de Zwarte Cobra, waaruit zou zijn gebleken dat Moppie de vriend van een prostituee had geliquideerd, voor tachtigduizend gulden.

De Joegoslaven die bij Ouderkerk waren verbrand, hadden de vriendin van Moppie beledigd, of geprobeerd te verkrachten, dat weet de getuige niet meer. Hij denkt dat de Zwarte Cobra dat verhaal niet zomaar vertelde. „Ik kreeg de indruk dat Moppie heel gevaarlijk gemaakt moest worden naar mij toe.”

Het was trouwens best een beetje sneu met die meid van Moppie, Estrella. „Moppie deed echt zijn best voor haar, hij had haar implantaten betaald, ging gordijnen met haar kopen, maar die meid ging blijkbaar met iedereen mee. Daar werden natuurlijk grapjes over gemaakt en dat was frustrerend.”

Moppie zou de getuige op enig moment gewaarschuwd hebben voor de Zwarte Cobra. ‘Zorg dat hij je niet te veel geld schuldig wordt.’ Want, zo zou Moppie hebben meegemaakt, er is een omslagpunt waarbij het goedkoper wordt om je te laten ombrengen dan je te betalen.

„Waren u en Moppie vrienden?”, vraagt de rechter.

H. „Ja, dat denk je dan.”

Moppie zit in de zaal. Hij is klein en heeft een opvallend onopvallend gezicht, met regelmatige trekken. Zijn zwarte haren zijn strak achterover gekamd met gel. Als hij iets in het oor van zijn advocaat fluistert, slaat hij soms een arm om hem heen. Tijdens de verklaringen van de getuige trekt hij steeds hoogstverbaasd zijn wenkbrauwen op. Als de rechter hem vraagt te reageren, noemt hij hem „een gek, een fantast.”

De rechter: „Maar kent u hem?”

Mohammed R. (Moppie): Daar geef ik geen antwoord op....Wat doet het eigenlijk ter zake?!”

De rechter moet er een beetje van lachen: „Nou, best veel.”

Mohammed R. windt zich op: „Die gesprekken waar hij het over heeft, zijn er néver-éver-nooit geweest.”

Indirect belast de getuige ook de hoofdverdachte in het proces, Jesse R. Die heeft hij zelf nooit ontmoet, maar Moppie zou wel dingen over hem hebben verteld. Over hoe koelbloedig Jesse mensen vermoordde bijvoorbeeld. „Vlak voordat hij, verkleed als vrouw, bij iemand aanbelde om hem neer te schieten, zat hij rustig de Donald Duck te lezen.”

In de glazen cel waarin de 63-jarige getuige gisteren zijn verklaring aflegde, verblijft normaliter kroongetuige Peter la S.. Hij zat gisteren ergens anders in de rechtbank en volgde de zaak via een geluidsverbinding. Bovenop de kast met de geluidsinstallatie hadden de bodes zijn naambordje gezet.

Aan het eind van de getuigenis van de hasjhandelaar wil Peter la S. graag nog wat losse opmerkingen plaatsen. Dat mag. Hij vertelt een deel van de verhalen van de nieuwe getuige te kennen en vult wat details aan. Daarmee vergroot hij de geloofwaardigheid van deze getuige, en andersom.

Het motief van de ex-hasjhandelaar werd gisteren niet helemaal duidelijk. Naar eigen zeggen had hij in de jaren 90 niet geweten – „of niet willen weten” – dat wat besproken werd, echt gebeurd zou kunnen zijn. Maar hij was ouder geworden, een ander mens. Nu hij zich realiseerde dat de liquidaties waarover toen werd gepraat, waarschijnlijk echt hadden plaatsgevonden, was zijn geweten op gaan spelen, zegt hij. „Doodschieten is natuurlijk uit den boze.”

Donderdag zullen de advocaten van de verdachten hem ondervragen. Toen ze hem gisteren al een paar vragen stelden, bleek de getuige zich opeens veel minder te herinneren.