België gaat minder Belgisch worden

Acht politieke partijen in België zijn het gisteren eens geworden over een staats-hervorming. Ongeveer 500 dagen na de verkiezingen kan de formatie van een regering eindelijk beginnen.

België verandert. Het land zal minder België zijn en méér Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Bijna vijfhonderd dagen na de verkiezingen presenteerde formateur Elio Di Rupo gisteren het akkoord dat hij met acht partijen had bereikt over een andere inrichting van de Belgische staat. Door die zesde staatshervorming – de eerste was in 1970 – krijgen de deelstaten meer eigen bevoegdheden en wordt de federale overheid kleiner.

Het waren de Vlamingen die forse veranderingen eisten. Onder druk van de verkiezingsuitslag – de Vlaams-nationalistische N-VA van Bart De Wever was de grote winnaar – gaven de Franstalige politici meer toe dan hun lief was. Maar veel minder dan de partij van De Wever acceptabel vond. Híj stond gisteren niet naast Di Rupo. De N-VA, die streeft naar het einde van België, onderhandelt sinds de zomer niet meer mee.

De Wever reageerde pas vanochtend via een persbericht. Volgens hem zal het akkoord Vlaanderen veel geld gaan kosten (2,2 miljard euro tot 2030) „terwijl de Franstaligen langs verschillende kanalen extra geld krijgen”. De Franstalige partijen zeggen al sinds de verkiezingen dat een staatshervorming er mag komen, maar dat Wallonië en Brussel er niet armer door mogen worden. Vlaanderen is economisch sterker en door de federale belastinginkomsten wordt Wallonië gesteund met geld uit Vlaanderen.

In het akkoord is nu geregeld dat de gewesten voor een flink deel eigen belastingen kunnen innen en meer verantwoordelijk worden voor hun uitgaven. Maar er staat ook dat Wallonië en Brussel tien jaar lang gecompenseerd worden als ze geld mislopen door de veranderingen. Daarna duurt het nog tien jaar voordat die compensatie helemaal is afgebouwd.

De Wever had ook al eerder gewaarschuwd voor Vlaamse ‘verarming’ – door de plannen van Di Rupo voor extra belastingen. Daar hebben de Vlaamse en Franstalige politici nog niet over onderhandeld, ze werkten alleen maar aan de staatshervorming. De onderhandelaars staan nu pas op het punt waar politici in andere landen meestal meteen na de verkiezingen staan: vandaag en morgen praten ze over de coalitievorming en daarna over het sociaal-economisch beleid. Voor de staatshervorming was een tweederde meerderheid nodig en daarom deden acht partijen mee. Voor een regering is een gewone meerderheid genoeg.

Bij de Franstaligen is er nu vooral opluchting. Door de eindeloze politieke crisis raakte het land steeds dieper verdeeld. Maar België bestaat nog en in de Franstalige kranten, zei vicepremier Laurette Onkelinx van de Franstalige socialisten gisteren, overheerst Bart De Wever niet langer het nieuws.

In commentaren en analyses aan Vlaamse kant gaat het er al weken over of de staatshervorming ‘historisch’ genoemd kan worden: gaat die ver genoeg voor zo’n groot woord, in een land dat politiek en bestuurlijk al vaak en ingrijpend is veranderd?

Over de splitsing van het omstreden kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde – hét symbool voor de politieke problemen – is niet veel twijfel: die vinden de meeste analisten bijzonder, omdat al sinds de jaren zestig wordt geprobeerd een oplossing te vinden. Maar verder? De krant De Standaard noemt het akkoord vandaag een „lappendeken” van onderdelen waarover Vlamingen en Franstaligen „het toevallig eens zijn geworden na veel wroeten, trekken en sleuren, sjacheren, afdreigen en flemen”, maar zonder visie.

Vlaanderen, Wallonië en Brussel worden niet zelf verantwoordelijk voor de sociale zekerheid, zoals de Vlaamse partijen hadden gewild. Ze krijgen wel de controle over hun eigen werklozen: die kunnen ze straffen of belonen. Het is ook de bedoeling dat de Vlaamse en Franstalige gemeenschap zelf over de kinderbijslag gaan en de gewesten worden verantwoordelijk voor de ouderenzorg en een deel van de geestelijke gezondheidszorg.

Justitie blijft vooral federaal georganiseerd. De gewesten worden wel verantwoordelijk voor de uitvoering van straffen die jongeren krijgen en voor slachtofferhulp. Vlaanderen en Wallonië gaan ook hun eigen verkeersboetes innen.

De Senaat krijgt minder te zeggen en zal bestaan uit vertegenwoordigers van de regio’s. Er wordt ook geprobeerd om de druk van de vele verkiezingen te verminderen: voor het federale parlement komen er nog maar eens in de vijf jaar verkiezingen, tegelijk met de Europese verkiezingen. Als de regering valt, kunnen er wel tussentijds verkiezingen komen. Die komen er dan opnieuw als de afgesproken periode van vijf jaar voorbij is.

De krant Le Soir opende vandaag met een commentaar over ‘Het Nieuwe België’ – met veel lof voor Di Rupo, die het land bij elkaar heeft weten te houden. In elk geval voorlopig. Uit opiniepeilingen van afgelopen weekend bleek dat de N-VA flink doorgroeit. Le Soir schrijft: „Wie durft erom te wedden dat bij de volgende ronde (over zes maanden? Of in 2014?) de N-VA niet weer aan de onderhandelingstafel zit om een eind te maken aan dit land?”